Media-intellectuelen 3: Heleen Mees

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag Heleen Mees.

Heleen Mees en de links-feministische kritiek

‘Ik vind het niet erg mensen op de kast te jagen’, liet Heleen Mees zich ooit in een interview ontvallen. En inderdaad, ze schuwt de provocatie niet. Bos is bang. Hoogleraar Kleinknecht moet ophouden met het schrijven van intellectueel luie stukjes. En eerder wist ze veel vrouwen tegen zich in het harnas te jagen met uitspraken als in deeltijd werkende vrouwen “zijn lui, bang om hun nek uit te steken en gemakzuchtig. Ze zijn een totale verkwisting”.
Mees, de rijzende ster in de PvdA, heeft in korte tijd een behoorlijke reputatie opgebouwd. De zelfstandig adviseur voor bedrijven, die in New York leeft en werkt, is veelvuldig op televisie. En wie de tv mijdt, komt haar tegen in de Volkskrant en Vrij Nederland en kon haar columns lezen in het NRC en Opzij. Ook publiceert zij volgens de achterflap van haar laatste boek in de International Herald Tribune, Le Monde en de Financial Times.Het tv-programma ‘Vrouw en Paard’ was zelfs haar initiatief. Mensen als Willem Vermeend, Rick van der Ploeg en Neelie Kroes zijn lovend over haar. Als er op iemand de kwalificatie ‘sterke vrouw’ van toepassing is, dan is dat ongetwijfeld op de goedgebekte Mees.

Arbeidsparticipatie
Haar visie komt, kort gezegd, op het volgende neer. Arbeidsparticipatie is de sleutel tot maatschappelijk succes en dankzij de kosten van de verzorgingsstaat krijgen immigranten in Nederland geen kans op de arbeidsmarkt. In New York is er ook wel armoede, maar de groep armen verandert voortdurend. Mensen kunnen zich opwerken en doen dat ook. Anders dan in Nederland. Mensen moeten ook een baan kunnen krijgen met een loon van 5 of 6 euro en uitkeringen moeten verlaagd worden, maar de arbeidsmarkt zit op slot.Het graaigedrag aan de top moet met wettelijke maatregelen bestreden worden. De olieverslaving moet ingeperkt worden en Europa moet het antwoord worden op de oosterse uitdaging. Fukuyama’s lofrede op het liberalisme is en was niet het antwoord op de crisis.Echt origineel of spectaculair zijn haar opvattingen niet en dat roept meteen de vraag op waar haar populariteit eigenlijk op is gebaseerd? Wat mij betreft: geen idee! De columns die zij in ‘Tussen hebzucht en verlangen’ heeft gebundeld, zijn vaak warrig. Ze schieten vaak alle kanten op. Zelfs in één alinea wisselt soms het thema. Ook de disproportioneel veel aandacht die zij aan de politicoloog Fukuyama besteedt, komt wat merkwaardig over gezien de matige belangstelling die deze auteur nog maar trekt.
Maar veel storender is haar argumentatie. Die is – op z’n zachts gezegd – gebrekkig.Zo houdt ze een vlammend pleidooi om de verzorgingsstaat in te ruilen voor een kansenmaatschappij. Haar devies is meer arbeidsparticipatie. Het langdurig afhankelijk zijn van een uitkering werkt vervreemding en apathie in de hand, weet Mees te melden. Een uitzichtloze uitkeringssituatie leidt niet tot stilstand. Die leidt tot terugval. De Nederlandse verzorgingsstaat maakt mensen passief en leidt tot een overschot aan laagopgeleiden. In vergelijking met New York legt Amsterdam het dan ook op alle punten af.Ook wat betreft de misdaad: de nieuwe, op arbeidsparticipatie gerichte aanpak van criminaliteit leidde ertoe dat New York – ooit berucht vanwege de onveiligheid op straat – de veiligste stad werd van alle grote steden in de Verenigde Staten, aldus Mees.
Maar argumentatief klopt er nauwelijks iets van haar betogen. Neem haar opvatting over criminaliteit. Het enkele feit dat de criminaliteit in New York terugliep na de aanpak, betekent nog niet dat de criminaliteit terugliep door die aanpak. Dat verband is alles behalve vanzelfsprekend. Levitt, hoogleraar economie aan de universiteit van Chicago, heeft een heel andere verklaring dan Mees. Uit zijn onderzoek blijkt dat door de verruiming van de abortuswetgeving de criminaliteit daalde als gevolg van het feit dat het aantal geborenen in kansarme éénoudergezinnen afnam. Er was dan wel sprake van een interval van dertien jaar. Dat heeft te maken met het gegeven dat de criminele carrière van kansarme jongeren min of meer op dertienjarige leeftijd start. Een abortus bij een zestienjarig meisje (dat als jonge moeder zelf de kost moet gaan verdienen) betekent dertien jaar later één potentiële crimineel minder. Steden die bleven vasthouden aan een verbod op abortus, maar net als New York een zero-tolerancebeleid voerden, lieten slechts een marginale daling van de criminaliteit zien.Kritiek op haar opvatting over de relatie tussen criminaliteit en arbeidsparticipatie wimpelde Mees af met de mededeling dat enkele brievenschrijfsters schande spraken van haar pleidooi om de verzorgingsstaat om te vormen naar een kansenmaatschappij naar New Yorks model.Maar de kern van de kritiek, twee ingezonden briefjes in het NRC, had wel degelijk meer om het lijf dan Mees doet voorkomen. Junger-Tas, emeritus hoogleraar criminologie, vond het betoog oppervlakkig en wees op een aantal onjuistheden op basis van wetenschappelijk onderzoek naar criminaliteit. Kerstholt (UvT) wees erop dat er geen algemeen verband tussen enerzijds de omvang van de verzorgingsstaat en anderzijds economische groei en andere welzijnsindicatoren. Het is dus niet een kwestie van ‘schande roepen’, zoals Mees beweerde, maar een kwestie van strijd met wetenschappelijke inzichten.Als goed media-intellectueel schroomt Mees niet om op de man te spelen. Dat blijkt onder meer uit haar bespreking van een lezing die Wouter Bos begin 2008 hield. “Het is jammer dat zijn teksten lijken te zijn overgenomen uit een verouderde jaargang van het weekblad The Economist.” Lijkt? Dus niet echt? Maar waarom dan die opmerking, als hij die teksten niet echt heeft overgenomen? De nare bijsmaak van dubieuze schatplichtigheid van de kant van Bos blijft bestaan zonder dat Mees daar een eenduidige uitspraak over doet. Lekker vals dus.Vervolgens blijkt dat Bos zijn vak niet bijhoudt. Als hij het recente nummer van The Economist had gelezen, had hij volgens Mees kunnen betogen dat de topbestuurders verantwoordelijk zijn voor de economische crisis. Ongetwijfeld, maar Bos had het in zijn lezing helemaal niet over de crisis, maar over de globalisering. Dat feitje moffelde Mees dus weg.Mees refereert in haar kritiek op Bos naar een artikel dat op de website Economist.com verscheen. Daarin werd gesteld dat het huidige systeem topmanagers beloont als ze grote risico’s nemen, terwijl er geen enkele financiële straf op staat als blijkt dat ze verkeerd hebben gegokt. Deze informatie past precies in het straatje van Mees, maar er stond nog veel meer in datzelfde artikel, namelijk dat de realiteit veel genuanceerder is. En die nuancering levert een heel ander beeld op dan Mees schetst. “Begin eens met de vette bonussenpot van vijf Wall Street-ondernemingen. De banken eindigden het jaar met rode cijfers, maar de eerste helft van 2007 was geweldig goed. Het gevolg was dat het aantal medewerkers schommelde. Als de bonussen die het laatste jaar zijn uitgekeerd, gedeeld worden door het aantal medewerkers, dan duikelt de gemiddelde bonus.” Zelfs de term ‘gemiddelde’ is misleidend. “De succesvollen halen grotere bonussen binnen; anderen zien hun gedeelte van de taart slinken”, aldus het artikel in de Economist. Dat laatste past dus niet in het straatje van Mees en dat laat ze dan ook maar weg.Het verwijt dat Bos een stuk uit de economist herkauwde, komt wat vreemd over als we Mees stuk over de oliebubbel bekijken. Want Mees zelf herkauwde ook een stuk, namelijk dat van The New York Times-columnist Paul Krugman. Hij ageerde tegen de idee van een oliebubbel. Die bubbel, aldus Krugman, is er niet. Opvallend is dat de opbouw en de inhoud van het stuk is op de eerste en de laatste vijf alinea’s na nagenoeg dezelfde is als die van de column van Krugman.Maar zelfs dat herkauwen deugt niet. Als Krugman in neutrale termen het gedrag van een aantal mensen beschrijft, maakt Mees daar ‘het verdachte motief van de deskundigen’ van. Waar Krugman ‘wishful thinking’ ontwaart, stelt Mees dat conservatieven niet (echt) van het besparen van energie houden. Waar Krugmans ‘…suggest…’ hanteert, komt Mees op de proppen met ‘…kan alleen maar concluderen…’. Allemaal subtiele vertekeningen, die leiden tot een andere strekking van het verhaal.Ook met haar argumentatie slaat ze regelmatig de plank mis. De volgende redenering is evident onjuist: alle mensen zijn sterfelijk. Jan is geen mens (maar een cavia), dus Jan is onsterfelijk. Ik neem aan dat ook Mees niet gelooft in de onsterfelijkheid van de cavia, maar regelmatig zet ze een soortgelijke redenering op. Zo weet Mees te melden dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat naarmate de bonussen voor het topmanagement van een onderneming hoger zijn, de kans groter is dat er binnen die onderneming fraude wordt gepleegd. “Als voormalig Ahold-topman Cees van der Hoeven geen aandelenopties had gehad, was er waarschijnlijk geen boekhoudschandaal bij Ahold geweest.” Bonussen leiden tot fraude, dus als er geen bonussen zijn, is er ook geen fraude.Dat is geen eenmalige uitschuiver. In het stuk waarin ze de econoom Kleinknecht sommeert op te houden met het schrijven van ‘intellectueel luie’ stukjes, maakt ze dezelfde fout. Als vrouwen te weinig in het arbeidsproces participeren (omdat ze in deeltijd werken), dan kunnen werkloze laagopgeleide allochtonen niet (voldoende) in het arbeidsproces participeren. Als die vrouwen fulltime gaan werken, dan zal er werk zijn voor werkloze laagopgeleide allochtonen. Ook hier zien we weer de caviafout terug: als vrouwen in deeltijd werken, leidt dat tot minder arbeidsparticipatie van allochtonen. Dus als vrouwen niet in deeltijd werken, leidt dat tot meer arbeidsparticipatie.Soms loopt de argumentatie helemaal uit de rails. “De topmanagers van frauderende bedrijven laten zich financieel goed bedienen, concluderen Fennema en Heems­kerk”. Mees is het daar niet mee eens. “Volgens mij is de causa­liteit precies andersom: de varia­bele beloningen lokken de fraude uit.”, schreef ze oorspronkelijk in het NRC. De kromme formulering is in haar boek aangepast, maar de kromme argumentatie blijft overeind. Want Fennema en Heemskerk wijzen helemaal niet op een causaal verband, maar op een correlatie. Mees schuift de twee dus feitelijk de onzinnige bewering in de schoenen dat fraude variabele beloningen uitlokt.Mees komt bijna altijd met haar ontsporingen en vertekeningen weg. Incidenteel klimt iemand in de pen, zoals de officier van justitie Ditz die betrokken was bij de rechtzaak tegen Van der Hoeven. In de oorspronkelijke versie was Ditz naïef en beperkt. In een boze brief adviseerde ze Mees om gewoon eens het requisitoir te lezen en nu komen we Ditz niet meer tegen in haar boek.Mees' succes blijft voor mij een raadsel. Zij weet een niet al te originele boodschap met argumentatieve uitglijders, vertekeningen van standpunten en persoonlijke aanvallen te mixen tot een eclatant succes.

Critici de maat genomen
Heleen Mees is lyrisch over de integratie in New York. Maar ze is blind voor de achterkant van dat systeem, meende Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen (VK, 23.4.09).Alle migranten krijgen daar volgens Mees een eerlijke kans om te integreren, omdat zij meteen aan de slag moeten. Maar haar voorbeelden zijn volgens Fennema nogal eenzijdig. “Steeds weer duikt de immer gedienstige doorman (conciërge) op als rolmodel voor de immigranten, samen met de taxichauffeurs en de bedienden in haar favoriete restaurants en supermarkt om de hoek. De ene is nog voorkomender dan de ander.” Dankzij hun arbeidsparticipatie worden migranten opgewekte naturen die altijd klaar staan om Mees ter wille te zijn.Dat verwijt maakt Fennema ook voormalig Volkskrant-correspondent Jan Tromp. In zijn recent verschenen boek over zijn New Yorkse tijd, komt ook hij op de proppen met de doorman. “Maar vergeten Mees en Tromp allebei niet dat zij de achterkant van die etnische verhoudingen in New York helemaal niet zien? Dat zij buiten het bedienend personeel nooit een arme immigrant of African American te zien krijgen?”Fennema's punt is dat één op de vier zwarte jonge mannen uit New York vast zit. In Brooklyn, waar Mees een appartement bezit met uitzicht op Manhattan, zijn tenminste 35 zogenaamde million dollar blocks. “Dat zijn huizenblokken waar zo veel mensen in de gevangenis zitten, dat de staat daar per blok meer dan 1 miljoen dollar aan gevangeniskosten betaalt. In dat bedrag zijn niet meegerekend de kosten voor de rechtsgang, voorarrest en voor reïntegratie van de ex-gedetineerden uit Brooklyn.” In die gevangenissen zijn zwarten en migranten sterk oververtegenwoordigd. Mees heeft, alleen al om die reden, maar een beperkt zicht op haar doelgroep.“Mees pleit sinds kort voor het afschaffen van de bonussen in het bankwezen, die volgens haar een pervers effect gehad hebben. Maar zij pleit nog steeds voor een bonussysteem voor de etnische onderklasse. Het liefst ziet zij iedere immigrant werken voor een loon van 5 dollar per uur en een variabele fooienpot.”Ook Tromp mengde zich in het debat, want Fennema had niet alleen kritiek op Mees, maar ook op Tromp (VK, 29.4.09). De ongelijkheid tussen arm en rijk in New York, zo stelde Tromp, neemt alleen maar toe. “Het Bureau voor de Statistiek van de stad New York meldde in augustus vorig jaar dat het gat tussen rijk en arm, dat toch al het grootste is van alle staten in de VS, alleen maar groter wordt. De cijfers: 37 procent van het totale inkomen van de stad gaat naar 1 procent van de inwoners. De onderste 20 procent moet het doen met 3 procent van het totaal. Twee miljoen New Yorkers zijn niet verzekerd tegen ziektekosten. Van de acht miljoen New Yorkers leeft ongeveer 20 procent in armoede. Er bestaat een organisatie van vrijwilligers, City Harvest, die bij restaurants etensresten ophaalt en uitdeelt aan de behoeftigen.”Heleen Mees vindt, zo stelt Fennema, dat een verlaging van het minimumloon in New York de beste weg is naar een snelle integratie van immigranten. "Het minimum uurloon ligt nu op 7 dollar 15", zo gaat Tromp verder. "Mees zou volgens Fennema liever zien dat het laagste uurloon 5 dollar bedroeg. Het is niet dat het heel erg is, maar leuk is het voor niemand op één lijn te worden geplaatst met Heleen Mees. Ze koestert merkwaardige opvattingen. Zo zou ze graag zien dat er dwangarbeid komt voor gestudeerde vrouwen die niet fulltime werken omdat ze ook nog voor de kinderen willen zorgen. In New York lijkt ze Madame de Pompadour te willen uithangen, de maitresse van de Zonnekoning Lodewijk XV: ‘Als ik in Nederland ben en geen winterjas heb, stuurt de portier er eentje van mij op’, zei ze vorige week in een interview met Vrij Nederland.Fennema heeft groot gelijk als hij aandacht vraagt voor wat hij ‘de achterkant van de etnische verhoudingen in New York’ noemt.”Mees reageerde meteen en een dag na het verschijnen van Tromps persoonlijke aanval, stond haar boze brief al in de Volkskrant. “Wat is er aan de hand met Meindert Fennema (Forum, 24 april) en Jan Tromp (Forum, 29 april), dat ze menen mijn woorden zo te moeten verdraaien? Zouden ze jaloers zijn?”Ze had immers nooit beweerd dat het minimumloon in New York moet worden verlaagd van 7 dollar 25 naar 5 dollar. In haar boek Tussen hebzucht en verlangen stond volgens Mees alleen dat de bruto loonkosten op minimumniveau in Nederland te hoog zijn, namelijk 15 tot 20 euro bruto per uur (inclusief werkgeverslasten en btw, cijfers afkomstig van het Centraal Planbureau). Daardoor krijgen laagopgeleide migranten in Nederland niet de kansen op de arbeidsmarkt die ze in New York wel krijgen.Mees begon haar boze brief met een persoonlijke aanval in de vorm van een retorische vraag: zijn Fennema en Tromp jaloers?Mees had het inderdaad nergens over de verlaging van het minimumloon tot 5 dollar. Mees stelde wel eerder (NRC, 24.11.07) “dat het minimumloonniveau in New York met iets minder dan 8 dollar per uur redelijk vergelijkbaar is met dat in Nederland, alleen komen er in New York geen extra lasten voor de werkgever bij. Dat zou in Nederland ook zo moeten zijn. Onder die voorwaarden kan de uitkeringsduur over de hele linie worden beperkt, bijvoorbeeld tot zes maanden. Voorzover er daarna nog enige vorm van ondersteuning wordt geboden mag dat alleen in een vorm die eraan bijdraagt dat mensen economisch zelfstandig worden.”Feit is dat Mees door zowel Tromp als Fennema wordt bekritiseerd vanwege het feit dat haar waarneming nogal eenzijdig is. Een minder succesvolle groep, de bajesklanten, onttrekt zich aan het zicht van Mees. Op dat punt had Mees wat uit te leggen. De voorbeelden van ‘geslaagde integratie’ beperkten zich inderdaad tot enkele categorieën. En eerder (NRC, 24.11.07) beweerde Mees dat de aanpak van Guiliano (mensen uit de bijstand te halen én voor werk te zorgen) “ertoe dat New York – ooit berucht vanwege de onveiligheid op straat – de veiligste stad werd van alle grote steden in de Verenigde Staten.”Maar dit verband is alles behalve vanzelfsprekend. Levitt, hoogleraar economie aan de universiteit van Chicago, heeft een heel andere verklaring dan voormalig burgemeester Guiliano en Mees. Uit zijn onderzoek blijkt dat door de verruiming van de abortuswetgeving de criminaliteit daalde als gevolg van het feit dat het aantal geborenen in kansarme éénoudergezinnen afnam. Er was dan wel sprake van een interval van dertien jaar. Dat heeft te maken met het gegeven dat de criminele carrière van kansarme jongeren min of meer op dertienjarige leeftijd start. Een abortus bij een zestienjarige zwanger meisje (dat als jonge moeder zelf de kost moet gaan verdienen) betekent dertien jaar later één potentiële crimineel minder. Steden die bleven vasthouden aan een verbod op abortus, maar net als New York een zero-tolerancebeleid voerden, lieten slechts een marginale daling van de criminaliteit zien. (Zie: Steven D. Levitt, Understanding Why Crime Fell in the 1990’s: Four Reasons That Explain the Decline and Six That Do Not. Journal of Economic Perspectives 18, 2004 (pp. 163-190). )Overigens goochelt Mees met de cijfers. Het bruto minimumloon inclusief het werkgeversaandeel is nu ongeveer 12,60 euro. Waar Mees in 2007 de 15 euro vandaan haalt, is mij niet duidelijk.
Mees maakte handig gebruik van het ‘5-dollar’ verhaal. De fundamentele kritiek van Fennema en Tromp negeerde ze. De twee critici werden weggezet als jaloerse mannetjesputters.

Een totale karikatuur over besnijdenis
Sinds 23 januari staan de kranten bol van verhalen over genitale verminking, vaak vergezeld van levensgrote foto's van messen en scharen, beweerden Heleen Mees en Mohammed Benzakour (NRC, 17.3.09). “Toch ontbreekt ieder bewijs, zowel voor Hirsi Ali's beweringen als voor de wilde schattingen van de GGD.”Vervolgens beweerden ze dat vijf jaar intensieve media-aandacht en miljoenen euro's aan subsidies helemaal niets heeft opgeleverd. “Er is welgeteld één zaak aan het licht gebracht: een 29-jarige Marokkaan wordt ervan verdacht zijn dochtertje te hebben verminkt.”Dat ene geval was volgens Mees & Co banaal. “Was het niet zo ernstig, dan zou je het uitproesten dat nu uitgerekend één Marokkaanse adolescent, kennelijk op het idee gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal, is opgesnord.”Maar dankzij de staatssecretaris ligt nu voor de eeuwigheid vast dat Marokkanen meisjes besnijden. Zo worden tradities geboren en mythes in stand gehouden.Wat te denken van dit betoog? Er ontbreken kennelijk cijfers voor de inschattingen van Hirsi Ali en de GGD. Op welke grond kunnen de auteurs dan beweren dat de media-aandacht en de subsidies helemaal niets hebben opgeleverd? Als er geen cijfers voorhanden zijn, kunnen we geen conclusies trekken over de effecten van de media-aandacht en subsidies. Mees & Benzakour beweren in het begin van hun stuk namelijk niet dat de beweringen van Hirsi Ali en de GGD worden tegengesproken door cijfers, maar enkel dat deze niet onderbouwd worden door cijfers.Het artikel van Mees & Co kopt met “De fabeltjes over meisjesbesnijdenis; Dankzij de overheidscampagne worden Marokkanen op een idee gebracht”. Dat is een heldere stelling en die roept de vraag op hoe deze stelling wordt onderbouwd. Het antwoord: niet. In het betoog lezen we vervolgens dat één Marokkaanse adolescent kennelijk op het idee is gebracht door Hirsi Ali en alle PvdA-gerelateerd mediakabaal. En daarmee is het bewijs geleverd. Waar dat ‘kennelijk’ vandaan komt, beargumenteren de auteurs niet. De auteurs poneren enkel en onderbouwen niets.De kranten zouden sinds 23 januari bol staan van verhalen over genitale verminking, aldus de auteurs. Is dat zo? Laten we de berichtgeving van vijf kranten (NRC, Volkskrant, Trouw, AD en het Parool) eens bekijken.
Het eerste feit: er verschenen sinds 23 januari 19 artikelen over meisjesbesnijdenissen. Het onderwerp ‘meisjesbesnijdenis’ komt in één artikel terloops aan bod. In een ander geval gaat het om een stukje van 41 woorden en in nog een ander geval betreft het een ingezonden brief. Als we deze stukken niet meetellen, dan betekent dit dat er ongeveer drie artikelen per krant verschenen - in bijna twee maanden - over een nieuw plan van de regering.
Is dat veel? Absoluut niet.En dan hebben we het nog niet over de inhoud van de berichtgeving gehad. Zo konden we in het NRC lezen dat het onbekend is hoe vaak meisjesbesnijdenis voorkomt (NRC, 14.2.09).In Trouw (9.2.09) stond bijvoorbeeld het volgende in een artikel: “Opmerkelijk is ook dat het hier om een relatief jonge vader van 29 gaat. Volgens verschillende organisaties komt meisjesbesnijdenis bij allochtonen van de tweede generatie nauwelijks voor. Dat geldt ook voor Marokkanen.”In het NRC stond een aantal dagen later (14.2.09) een artikel waarvan de strekking is meisjesbesnijdenis “in Marokko niet voorkomt”. Nog enkele passages uit dat stuk: “ ‘Het is on-mo-ge-lijk dat het hier om een besnijdenis gaat’, zegt kinderarts Nordine Dahhan.” Ene Saadia Daouaeri komt aan het woord: “Het bestaat niet in Marokko.” Ook Sadik Harchaoui kent het niet uit Marokko.Tevens wordt er in het NRC ingegaan op het verband tussen de islam en besnijdenis. “Soms wordt ten onrechte geloofd dat het een islamitisch voorschrift is."Mees en Benzakour schetsen dus een regelrechte karikatuur van media-aandacht over meisjesbesnijdenis waar het de kranten betreft. Er is bij de genoemde kranten sprake van een evenwichtige en afgewogen berichtgeving over deze kwestie. Bovendien bevatte het stuk van de auteurs geen enkel nieuw punt, want de informatie in het stuk van Mees en Benzakour was in meerdere kranten te lezen.
Conclusie: de argumentatie in het betoog van Mees & Benzakour is benedenmaats: er is sprake van een contradictie waar het de cijfers betreft, er is sprake van een vertekening van de berichtgeving en er is sprake van het louter poneren in plaats van argumenteren.
Hafid Bouazza kreeg in het stuk ook nog een veeg uit de pan. Hij zou alleen geld van zijn uitgever als hij op korte termijn een manuscript zou indienen, zo blijkt een tv-reportage over deze schrijver. “Bouazza flanste er die laatste week nog gauw een meisjesverminking aan vast”, aldus Heleen Mees en Mohammed Benzakour (NRC, 17.3.09). Dus ook Bouazza maakte zich schuldig aan de mythevorming over meisjesbesnijdenis. Maar in het boek is helemaal niets te vinden over meisjesbesnijdenis. Wel wordt een meisje mishandeld (p. 113-114), maar dat had te maken met een verboden liefde.
Je zou dus verwachten dat de auteurs op de vingers werden getikt. Maar niets is minder waar. Marcel van Dam vond het stuk van Mees & Co prachtig. Sterker nog, het leverde een televisie-optreden op.

Herkansing op tv
In de leugen regeert (10 april 2009) mocht Mees haar ongenoegen over de berichtgeving over meisjesbesnijdenis in de media nog eens uitleggen. Over een artikel uit de Volkskrant (24/1) dat Meurders toonde, zei Mees dat de aanname in dat artikel was dat meisjesbesnijdenis veel voorkomt. Bovendien trok de auteur van dat artikel volgens Mees ten onrechte de conclusie dat de bestrijding van meisjesbesnijdenis faalt, omdat er geen vervolgingen plaatsvinden.Op dat moment had de redactie (of Meurders) het volgende citaat uit het aangehaalde artikel aan Mees moeten voorleggen: “Dat er nauwelijks meldingen zijn 'kan een goed teken zijn', schrijven de opstellers, maar kan zeker ook te maken hebben met 'witte vlekken in de preventieve aanpak'.” Met ‘kan een goed teken zijn’ laten de opstellers (van het rapport Drie jaar pilots Vrouwelijke Genitale Verminking, gemaakt in opdracht van staatssecretaris Bussemaker, RR.) weten dat de gegevens voor meer dan één uitleg vatbaar zijn. Dat is dus echt iets anders dan Mees doet voorkomen.Waarom opteren de opstellers voor de conclusie dat er toch iets aan de hand is? Op grond van twee plausibiliteitsargumenten: 1. Omdat “er niemand is die potentiële slachtoffers pro-actief opspoort". En 2). "En wie wel in aanraking komt met genitale verminking, heeft 'schroom' aangifte te doen 'omdat ze zo hun relatie met het gezin onder druk zetten' ”. Het lijkt me een redelijk uitgangspunt om niet zonder meer uit te gaan van ‘geen melding, dus niets aan de hand’. Overigens wordt in dat aangehaalde artikel nergens over ‘vervolging’ gesproken.Verder zat het betoog van Mees vol onjuistheden en onnauwkeurigheden. Bussemaker wilde zwaardere straffen, maar het is volgens Mees de rechter die de strafmaat bepaalt. Het is nog maar de vraag of Bussemaker het had over de strafmaat (die de rechter in een individuele zaak oplegt) of over de formele wet (waarin o.m. de maximale hoogte van de straf wordt vastgelegd). Dat laatste is wel degelijk de taak van de wetgever en niet van de rechter.Volgens Mees is in de discussie er sprake van een omgekeerd cultuurrelativisme. Cultuurrelativisten zeggen volgens haar “wat bij migranten gebeurt (meisjesbesnijdenissen), vinden wij niet zo erg, want dat is nu eenmaal hun cultuur”. Weer onjuist. Er is - binnen de wijsbegeerte - géén enkele cultuurrelativist die dit beweert. Zij zeggen dat er geen objectieve normatieve criteria zijn op grond waarvan verschillende culturen moreel kan beoordelen. Wie beweert dat hij iets niet erg vindt, is per definitie geen relativist, want hij spreekt een normatieve waardering uit.Kortom, Mees kon rustig haar gang gaan met het opstapelen van de ene op de andere argumentatiefout. En dat deed ze dan ook.

Toch kritiek

Elsbeth Etty is onzuiver in haar kritiek op het artikel 'De fabeltjes over meisjesbesnijdenis', vonden Mees & Benzakour. “Natuurlijk vinden ook wij meisjesverminking weerzinwekkend. De portee van ons artikel betreft echter iets anders, namelijk dat de ronkende mediaberichten in geen verhouding staan tot de alledaagse Nederlandse werkelijkheid en dat de 'keiharde aanpak' van PvdA-staatssecretaris Bussemaker in de eerste plaats lijkt ingegeven door electorale overwegingen.”Wat schreef Etty dan (NRC, 24.3.09)? “Heleen Mees en Mahommed Benzakour keerden zich vorige week in NRC Handelsblad tegen maatregelen van staatssecretaris Bussemaker om besnijdenis van meisjes te voorkomen. Volgens hen is haar optreden alleen maar bedoeld om de islam in een kwaad daglicht te stellen. „Hoe graag bepaalde politici het ook anders willen zien, clitoridectomie en infibulatie (dichtnaaien van de schaamlippen) vormen geen islamitisch gebruik.” Nou en? Moet het daarom niet verboden en bestreden worden? Ach, volgens Mees en Benzakour komt het helemaal niet zo vaak voor en wil de staatssecretaris alleen maar in de voetsporen treden van Ayaan Hirsi Ali (door Benzakour eerder als „erogeen geamputeerde VVD’er” betiteld).” De twee auteurs betogen volgens Etty dat het in de Koran vastgelegde recht op seksuele satisfactie van de vrouw voldoende garantie biedt tegen het uit oude culturen overgeleverde gebruik islamitische meisjes genitaal te verminken. “Wat zij niet begrijpen is dat het Bussemaker niet om een aanval op de islam gaat, maar om de verminking zélf, die uit identieke bronnen voortkomt als de maagdelijkheidsdwang en alle andere strijdwijzen tegen vrouwelijke promiscuïteit”, meent Etty. “Wie zich daartegen verzet is kennelijk anti-islam en dat mag niet.”Nu kun je heel veel afdingen op het betoog van Mees & Co, maar niet dat ze stellen dat het niet verboden en bestreden moet worden. Zoals zij zelf terecht zeggen gaat het hen om iets anders: “Natuurlijk vinden ook wij meisjesverminking weerzinwekkend. De portee van ons artikel betreft echter iets anders, namelijk dat de ronkende mediaberichten in geen verhouding staan tot de alledaagse Nederlandse werkelijkheid en dat de 'keiharde aanpak' van PvdA-staatssecretaris Bussemaker in de eerste plaats lijkt ingegeven door electorale overwegingen.”
Dat laatste is dan weer een persoonlijke aanval jegens Bussemaker, maar feit blijft dat Etty het standpunt van Mees & Co vertekent.Overigens zijn Mees & Co een stuk genuanceerder dan in hun reactie op Etty. Zij stellen dat als besnijdenis gekoppeld wordt aan de islam, het moeilijker wordt om die praktijk te bestrijden. Afrikaanse vrouwen die tegen de besnijdenis zijn, lopen namelijk daardoor de kans om als afvalligen te worden gezien. Ze worden uit de gemeenschap gezet.De twee auteurs betogen volgens Etty dat het in de Koran vastgelegde recht op seksuele satisfactie van de vrouw voldoende garantie biedt tegen het uit oude culturen overgeleverde gebruik islamitische meisjes genitaal te verminken. Die bewering staat nergens in het betoog. Mees & Co stelden enkel dat die praktijk losstaat van de Islamitische leer.Het gaat evenmin om het punt dat kritiek op de besnijdenis niet mag omdat dit anti-islam is, zoals Etty - alweer - ten onrechte stelt.De conclusie dat de kritiek van Etty ‘onzuiver’ was, is dan ook volstrekt terecht, behalve waar het gaat om Spotvogel, het boek van Bouazza. Deze schrijver, zo merkt Etty terecht op, snijdt het thema 'meisjesbesnijdenis' helemaal niet aan.

Pornografie

In de DWDD mocht Mees reclame maken voor haar nieuw programma op tv. Een programma waarin eindelijk vrouwen eens een keer aan bod zoudenkomen. Eén onderwerp waarover ze het met vrouwen wel eens wilde hebben, zo vertelde ze in het programma DWDD (27.4.09), was een artikel van filosoof Rob Wijnberg in het NRC over pornografie.Zijn standpunt verwoordde ze letterlijk als volgt: “Vorig week zag ik van een collegacolumnist van NRC-Handelsblad een heel opvallend artikel, dat het taboe van masturbatie afmoest. En de strekking van dat artikel was, een, dat mannen het slachtoffer waren van porno en niet de vrouwen. Mannen die werden daar object. Mannen werden…, die willoos moesten ze gaan masturberen. Daar zou ik het wel eens met andere vrouwen over willen hebben. En het andere punt dat hij daar in maakte, was dat er een groot taboe op masturbatie was, en ik dacht ik kan me niet voorstellen dat daar nog een taboe op is.” Of ze zelf masturbeerde, wilde de altijd vriendelijke Van Nieuwkerk weten. “Absoluut.” (Een ranzige vraag, die niet bij Van Nieuwkerk past. Maar dit terzijde.)En wat schreef essayist Wijnberg? “De meeste critici gaan er namelijk blind vanuit dat alleen meisjes 'slachtoffer' van die objectivering zijn: zij worden immers in de meeste porno gereduceerd tot lustobject. Maar dat verband is uiterst eendimensionaal. In de praktijk geldt de objectivering veel meer voor jongens: zij zijn het immers die worden gereduceerd tot 'hun lichaam' en aangezet om aan directe behoeftebevrediging te doen.” (NRC, 21.4.09).Het enige verband dat met redelijke zekerheid kan worden gelegd tussen pornografie en gedrag, is dat het leidt tot meer zelfbevrediging. Hoewel uit recente grootschalige peilingen in de VS en Europa over het seksleven van mensen blijkt dat nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, is voor dit gegeven geen aandacht in de publieke discussies.Dat de aandacht voor dit aspect van onze seksualiteit zo minimaal is, wijt de door Wijnberg aangehaalde filosoof Tuck aan het enorme taboe dat al eeuwen lang op masturbatie rust. “Door de opkomst van het christendom kwam zelfbevrediging te boek te staan als een 'immorele' vorm van seks, omdat het geen reproductieve functie had. En tijdens de Verlichting, eind achttiende eeuw, ontstond een ware ‘anti-masturbatiehysterie’, aldus Tuck. Het gevoel van schaamte dat zo geassocieerd raakte met masturbatie, is nog steeds aanwezig: vooral jongens beschouwen zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid. Niet voor niets gebruiken zij het woord 'rukker' als synoniem voor 'zielig figuur'.”Vandaar dat Wijnberg meent dat scholen er dus veel verstandiger aan doen “hun lessen niet zozeer te richten op de objectivering van meisjes tot seksspeeltjes, zoals dat in pornografie gebeurt, maar vooral ook op de manier waarop jongens door die beeldcultuur gereduceerd worden tot hun seksuele driften. Het bespreekbaar maken van masturbatie zou daar een positieve bijdrage aan kunnen leveren. Het zou jongens namelijk kunnen aanmoedigen om hun behoeften niet uitsluitend op meisjes af te wentelen en hun 'mannelijkheid' niet enkel te definiëren in termen van hoeveel bedpartners ze hebben gehad.”Het ‘…veel meer voor jongens…’ verbastert Mees tot ‘…alleen maar…’. Ook het woord ‘taboe’ werd uit zijn context gerukt (ok, flauw). Wijnberg wijst er juist op dat enerzijds nagenoeg 100 procent van de mannen en iets meer dan 82 procent van de vrouwen zegt wel eens te masturberen, en dat anderzijds vooral jongens zelfbevrediging als een meelijwekkende bezigheid beschouwen. En daarom kan Wijnberg terecht van een taboe spreken.
Wat is dan in de ogen van Mees wel een correcte argumentatie? In zijn roman Tirza laat Arnon Grunberg de hoofdpersoon, Jörgen Hofmeester, zeggen dat de kern van seksualiteit tussen volwassenen de vernedering is. Het boek van Grunberg, zo zegt columniste Heleen Mees, werd door recensenten zo positief beoordeeld, en bekroond met maar liefst twee literaire prijzen, dat er wel een kern van waarheid in moet zitten (NRC, 8.8.08). Nog afgezien van de vraag of aan de uitspraak van een romanpersonage als een waarheid is bedoeld, zegt het gegeven dat een roman goede recensies en twee literaire prijzen krijgt, zegt niets over de waarheid van een bewering die door de hoofdpersoon wordt uitgesproken. Maar los daarvan, ligt het niet voor de hand dat de waardering bepaald wordt door de bewering ‘de kern van seksualiteit tussen volwassenen is de vernedering’.

Feministische blindheid

Alles met alles bewijzen of niets met niets; het zit allemaal in het argumentatieve repertoire van Mees. Zo nam ze samen met Senay Özdemir een aantal politici de maat.
Wie deugden er niet? Plasterk onder andere. Hij was alleen goed zichtbaar bij de Gay Parade, maar voor vrouwen aan de top had hij geen oog. Ook Wouter Bos leverde geen bijdrage aan de emancipatie van de vrouw. “Wat kan het hem schelen dat in zijn eigen verkiezingsprogramma staat dat de PvdA zich hard zal maken voor méér vrouwen aan de top”, schreven de dames boos. Maxime Verhagen liet de kans aan zijn neus voorbijgaan om als hoogste ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken een vrouw te benoemen. Minister Koenders vonden ze een ietwat uitgedijde Robbie Williams, maar leverde verder geen enkele bijdrage aan het vrouwenfront.Maar er waren natuurlijk ook politici die zich wel hebben ingezet voor vrouwen. Guusje ter Horst, minister voor Binnenlandse Zaken, deugde wel. Zij “steekt met kop en schouders boven haar mannelijke collega’s uit. Zij streeft niet alleen naar 25 procent vrouwen in topposities bij de rijksoverheid in 2011, zij gaat het nog waar maken ook.” Het was alleen jammer van de nieuwe directeur van het Rijksmuseum, de voorzitter van de publieke omroepen en de chief executive officer van luchthaven Schiphol.En Jet Bussemaker, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kwam veel eer toe. Met het dossier embryoselectie bewees zij een behendig politica te zijn. Baas in eigen buik, ook als het gaat om het risico van genetische aanleg voor borstkanker. En in Peking presideerde ze over de succesvolle vrouwelijke equipes die de mannenprestaties deden verbleken.
Een curieus stukje. Even samenvattend: Bos, Plasterk en Verhagen hebben geen bijdrage geleverd. Verhagen heeft zelfs een man op een hoge post benoemd; Plasterk ziet “vrouwen vooral als zorgende en zogende wezens”; Bos is onbetrouwbaar, omdat hij het verkiezingsprogramma niet serieus neemt.Maar Ter Horst ontvangt alle lof over wat ze in de toekomst gaat klaarspelen. Mees en Özdemir beschikken kennelijk over paranormale vermogens, want zij wisten toen al dat dit in 2011 gaat lukken.
Maar welke concrete vooruitgang is er onder Ter Horst inmiddels tot stand gekomen? Wim Pijbes werd de nieuwe directeur van het Rijksmuseum; Jos Nijhuis kwam aan de top in Schiphol; en Henk Hogaart werd de nieuwe voorzitter van de publieke omroep. Waar de ‘foute’ Verhagen één man op een toppositie benoemde, mochten er onder het bewind van ‘uitstekende’ Ter Horst drie mannen aan de top komen. Maar Verhagen werd er afgerekend op één; Ter Horst met haar drien mannelijke benoemingen, werd geprezen over iets wat ze in de toekomst wellicht gaat klaarspelen.Bussemaker is volgens de dames een handig politica, gezien haar behandeling van het dossier embryoselectie. Gemakshalve vergeten Mees & Co dat Bussemaker met haar brief eerst onhandig op een kabinetscrisis koerste en dat de oplossing bij lange na niet alleen op haar conto kon worden bijgeschreven.De succesvolle vrouwenequipes, die de mannenprestaties deden verbleken, werden ook nog even handig aan Bussemaker gelinked, alsof Bussemaker de vijfde vrouw van het estafetteteam was.
Ook in een ander verband geeft Mees blijk van feministisch oogkleppen. Jan Latten, bijzonder hoogleraar arbeidsdeelname voor vrouwen, vindt dat emancipatie tegenwoordig te veel wordt afgemeten aan de mate waarin vrouwen fulltime weren. Keuzevrijheid is ook emancipatie.De reactie van Mees in het interview: “Ik zou wel eens willen weten van welke partij Jan Latten is. Ik denk van het CDA.” (Vk, 7 april 2007).
Ook de evolutietheorie is niet meer dan een kwestie van geborneerde mannetjes, die hun toevlucht moeten nemen tot fallische logica. Schetst ik een karikatuur? Nee, dit is de weergave van een column in M, het maanblad van het NRC (december 2007). Daarin bekritiseert Mees de Amerikaanse hoogleraar psychologie Baumeister. Mannen, zo constateert Mees, hebben sinds de wettelijke gelijkstelling van de seksen “nieuwe strategieën ontwikkeld om vrouwen uit hun territoir te weren”. Eerst werd – door mannen als Gray - het verschil tussen mannen en vrouwen benadrukt, maar toen die strategie niet afdoende bleek te werken, werd naarstig gezocht naar een andere strategie. Baumeister behoort tot de groep die zijn toevlucht neemt tot de fallische logica. “Mannen moeten volgens Baumeister evolutionair gezien wel meer risico nemen dan vrouwen omdat ze aanzienlijk minder kans hebben om zich voort te planten dan vrouwen. En omdat mannen meer risico nemen, zo gaat de redenering, zie je ook meer mannen op het schavot eindigen. Maar de geborneerde Baumeister haalt oorzaak en gevolg door elkaar.”
Seksisme is geaccepteerd als het onderwerp van het seksisme de ‘man’. Als ik het volgende zou schrijven: ‘Een landelijk dagblad organiseert komend najaar een congres over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs - negen vrouwen doen het woord. Het lijkt me uitgesloten dat de deelnemers aan dat congres op die manier iets zullen opsteken van het wel en wee van het onderwijs.’ is de kans groot dat verontwaardigd wordt gereageerd op deze politiek incorrecte alinea, die niet wordt toegelicht en waarbij een of andere context ontbreekt.Dit is anders, als de auteur een vrouw is, die in het deftige NRC slordig opgebouwde en in de regel slecht onderbouwde columns schrijft. Mees: “Deze krant organiseert komend najaar een reis naar The Big Apple met prominente sprekers - negen blanke mannen van middelbare leeftijd. Het lijkt me uitgesloten dat de deelnemers aan de reis op die manier iets zullen opsteken van het leven in mijn stad.” Met deze alinea, die nauwelijks een relatie heeft met de rest van haar stuk, eindigde Mees haar column (NRC, 20.3.09). Wat er mis is met het programma, ontgaat mij overigens volledig. Kennelijk is het gegeven dat de sprekers allemaal penisdragend zijn in de ogen van Mees een absolute garantie voor falen.

Intellectuele luiheid
Erg doordacht klinkt het allemaal niet. Maar Mees heeft vooral oog voor het falen van anderen. Hoogleraar economie Alfred Kleinknecht zou er beter aan doen op te houden met intellectueel luie stukjes te schrijven (NRC, 5.9.08);
Het getuigt volgens van intellectuele luiheid als je je betoog onderbouwt met verzonnen standpunten. Dat deed Mees in haar column (NRC, 11.1.2008) over de rechtsgang over de handtastelijkheden van Lubbers aan de kaak. Er was een onderzoeksrapport verschenen waarin Lubbers beticht werd van handtastelijkheden. Max van der Stoel schreef een brief waarin hij dit onderzoeksrapport ‘bevooroordeeld’ noemde. De conclusies waren volgens hem onvoldoende of zelfs in het geheel niet onderbouwd. “Maar Max van der Stoel had geen enkele juridische positie om zich over het onderzoeksrapport uit te laten” aldus Mees. Volgens Lubbers had Annan Van der Stoel gevraagd, maar volgens Mees had Van der Stoel de brief op persoonlijke titel geschreven. Dat laatste bleek uit de verklaring van Brown (voormalig kabinetschef) en Haq (woordvoerder van Annan). Nadat Annan de Amerikaan Schwebel, oud-president van het internationaal gerechtshof, had geraadpleegd, werd het dossier gesloten. “Als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen genoot Lubbers diplomatieke immuniteit. Gelukkig maar. Anders had hij het onderzoeksrapport bij de civiele rechter in Genève of New York moeten aanvechten. Een gewone rechter in Midtown Manhattan had ongetwijfeld minder geduld gehad met de codes en gebruiken van het old boys netwerk.”Mees maakt zich in haar column schuldig aan het verzinnen van een standpunt van, in dit geval, een rechter. Indien een civiele rechter in Manhattan zich over de kwestie zou hebben gebogen, zo stelt Mees, zou het oordeel over Lubbers heel anders hebben geluid. (Ik neem aan dat zij dit bedoelt met het vage “minder geduld gehad”.) Enig bewijs voor deze stelling levert Mees niet. Bewijzen (of ontkrachten) is overigens vrijwel onmogelijk. Deze zaak kan principieel niet in Manhattan voorkomen. Met evenveel gemak kan Lubbers dus roepen dat een rechter tot exact hetzelfde oordeel zou zijn gekomen als Schwebel.
Nog een staaltje van intellectuele luiheid. In de uitzending van Pauw & Witteman refereerde de (toen nog) Amsterdamse burgemeester Cohen aan het standpunt van de Commissie Gelijke Behandeling die de vrouw in het gelijk had gesteld. Maar hij verzuimde erbij te vermelden dat de rechtbank dat oordeel had verworpen en juist de school gelijk had gegeven.”
In het NRC van 8 maart 2008 wees de jurist en socioloog Bert Marseille (RUG) erop dat Mees verwijt aan het adres van Cohen “kant noch wal” raakt. De rechtbank, zo meldt Marseille, ging anders de CGB helemaal niet in op de vraag of je als docent kunt functioneren als je collega’s van het andere geslacht geen hand wilt geven. “De rechtbank billijkt het ontslag vanwege de vertrouwensbreuk tussen school en docente. De docente had haar beslissing onverhoeds per e-mail kenbaar gemaakt en had geen overleg gepleegd met de schoolleiding.” Cohen liet deze irrelevante uitspraak dan ook terecht buiten beschouwing, stelt hij. Mees daarentegen treft wel degelijk blaam: “zij informeerde haar lezers onvolledig.” Marseille vermeldde vervolgens keurig de vindplaats van de uitspraak.
Nieuw perspectiefDe beloning voor zoveel miskleunen volgde spoedig. In een interview liet Mees zich ontvallen dat ze misschien wel wilde promoveren en vervolgens kreeg ze meteen daarop een aantal aanbiedingen van universiteit. Ze koos voor de Erasmus Universiteit. Mees is natuurlijk niet de eerste de beste, dus de universiteit moest wel met iets over de brug komen.
Kennelijk is de Rotterdamse universiteit onder de indruk van dit soort beweringen: “Veel vooraanstaande economen erkennen dat de asymmetrische bonussen mede de oorzaak zijn van de huidige economische crisis; Toch lees je dat zelden. Ze gaan nog niet zo ver om te zeggen dat de overheid moet ingrijpen door de bonussen voor alle managers wettelijk te beperken, bang als ze zijn om voor populist te worden aangezien.” (NRC, 6.3.09).Het maakt voor Mees in dit geval niet uit wat de economen zeggen. Zij weet wat deze economen zouden zeggen als het niet ze bang waren voor hun reputatie.
Heleen Mees kan alles met alles ‘bewijzen’.

Media-intellectuelen 2: Joost Zwagerman

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag de schrijver Joost Zwagerman.

Zwagerman: het geweten van de Linkse kerk.


Joost Zwagerman, schrijver van een paar mooie boeken, heeft een breed publiek forum om zijn ideeën te slijten: de DWDD, (tot voor kort) het NRC en verder duikt zijn hoofd regelmatig op in weekbladen. Ook presenteerde hij Zomergasten. De afgelopen jaren wierp hij zich op als het geweten van de Linkse kerk.
Hij oogstte daarmee niet bij iedereen bewondering. Jan Blokker plaatste hem een paar jaar geleden in de categorie ‘intellectuelen-van-de-tweede-categorie’: Zwagerman kan enkel napraten wat intellectuelen als Cliteur, Ellian en Bolkestein al een paar jaar roepen over het integratiedebat (NRC, 24.12.2007). De commentaren van Zwagerman werden door Blokker dan ook weggezet als ‘het grote papagaaien’. Het oorspronkelijke argument van ‘de’ Verlichting wordt door de Zwagermannen ingeruild voor de kreet ‘Schande’, zo luidde Blokkers verwijt.Zwagerman liet deze persoonlijke aanval niet aan zich voorbij gaan en trakteerde Blokker vervolgens ook op een fiks aantal persoonlijke aanvallen (NRC, 28.12.2007). Een redelijk genante discussie volgde.
Blokker, volgens Zwagerman de moeder van alle ‘schande’-roepers, nam het ooit op voor Rushdie, stelde Zwagerman vast. “Het zal best fijn geweest zijn om Rushdie zo te verdedigen. Wie opkomt voor de vrijheid van meningsuiting van een voortreffelijk schrijver, loopt de kans dat diens voortreffelijkheid ook een beetje op jezelf afstraalt. Lastiger wordt het voor Blokker om die vrijheid te verdedigen als mensen hier aanspraak op maken die hij toevallig iets minder voortreffelijk vindt. Neem Ayaan Hirsi Ali. Zij is door Jan Blokker vanaf het ogenblik van de eerste doodsbedreigingen consequent getypeerd als een over het paard getild Somalisch kruidenvrouwtje.” En dit, zo stelt Zwagerman, is een vorm van intellectuele klassenjustitie.“Je ziet dat wel vaker bij publicisten: zonder dat ze zich er bewust van zijn, veranderen ze vroeg of laat in precies dat type dat zij vroeger afkeurden op grond van hun morele benepenheid.”, aldus Zwagerman.
Blokker liet de aantijgingen van Zwagerman over de kwestie Sooreh Hera niet op zich zitten en wist vervolgens te melden (NRC, 4.1.2008) dat Zwagerman uit rancune handelt, omdat hij, De Grote Blokker, zich ooit negatief over Zwagermans presentatiekunsten heeft uitgelaten. Sindsdien is hij de gebeten hond.
Ook ging Blokker nog in op de aantijging dat hij het wel opnam voor Rushdie, maar Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera liet vallen als een baksteen: “maar ik hoef ondertussen aan Zwagerman toch zeker niet uit te leggen waarom ik Rushdie inderdaad van een ander (groter) gehalte vind dan Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera.”De persoonlijke aanvallen vlogen over en weer, aangevuld met een zelfgebakken psycho-bla-bla analyse. Ironisch genoeg wierp uitgerekend Zwagerman zich op om een einde te maken aan de persoonlijke aanvallen op Wilders.

De affaire-Wilders
Zwagerman liet januari 2009 in de DWDD zijn licht schijnen over de vervolging van Wilders en liet overduidelijk merken dat hij niet snapt wat er aan de hand is. Volgens hem mogen we van het gerechthof mogen niet meer zeggen dat de islam ietsje meer achterlijk is dan alle andere religies.Hier gaat het al fout. Het gerechtshof veroordeelde Wilders niet, maar vindt dat Wilders moet worden vervolgd. Een vrijspraak kan dus.Maar het principiële punt is dat Wilders niet vervolgd wordt vanwege het beledigen van een godsdienst, zoals Zwagerman beweert. Het gaat erom dat Wilders moslims beledigt. Hij wordt verdacht van overtreding van art. 137c en 137d Sr, in dit geval het beledigen. discrimineren en haatzaaien van moslims.
Het Gerechtshof overwoog: “Deze wijze van presenteren kenmerkt zich door eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid waarmee standpunten worden verwoord. Die wijze van presenteren, zeker in combinatie met de inhoud, tast moslims in hun waardigheid wezenlijk aan.”Wilders zei bijvoorbeeld: “De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit, denaturalisatie van islamitische criminelen”.De Hoge Raad oordeelde precies een jaar geleden dat je niet kan worden veroordeeld als je je beledigend uitlaat over een godsdienst, ook niet als de volgelingen zich daardoor beledigd voelen. 'De uitlating moet onmiskenbaar betrekking hebben op een bepaalde groep mensen die zich door hun godsdienst onderscheiden van anderen,' aldus Raad. De zaak ging om een man uit Valkenswaard, die in 2004 na de moord op Theo van Gogh een poster voor zijn raam met daarop de tekst: ‘Stop het gezwel dat Islam heet’. Iemand mag gelovigen niet, maar wel hun godsdienst wel beledigen.
Maar Zwagerman is er niet gerust op. Zo vreest hij dat als Wilders veroordeeld wordt iedereen elkaar in Nederland gaat aanklagen. “Als je de lijn van het gerechtshof gaat voortzetten, dan komen er een heleboel mensen in aanmerking om te worden gedagvaard en vervolgd.” Dat dit in de praktijk niet zal gebeuren, heeft volgens Zwagerman te maken met de fundamentele rechtsongelijkheid in ons land.
Hij kreeg met zoveel woorden bijval van prof. Nieuwenhuis (Leiden). Het is een gelukkig toeval dat Dante en Voltaire zich niet kunnen verantwoorden voor het hof wegens hún diskwalificerende opmerkingen over de profeet, maar anders werden ook zij vervolgd (VK, 29.01.09).Het hellend vlak houdt in dat een en ander van kwaad naar erger gaat. Na de vervolging van Wilders zijn de Voltaires (Nieuwenhuis) en eigenlijk iedereen in Nederland (Zwagerman) aan de beurt.
Bestaat er een reden toe om dit aan te nemen? Zwagerman en Nieuwenhuis hebben feitelijk nog niets bewezen. Ze wijzen enkel op een mogelijk scenario. Bovendien oordeelde de rechtbank een paar maanden geleden heel anders over een spijkerharde en beledigende column (LJN: BD2957, Rechtbank Amsterdam, 02-06-2008). “De rechtbank acht deze tekst op zichzelf beschouwd beledigend voor joden. (…) Uit de jurisprudentie van het EHRM kan worden opgemaakt dat de bescherming die in dit kader aan de pers moet worden geboden, van bijzonder groot belang is. Hoewel ook de pers de goede naam en rechten van anderen in ogenschouw dient nemen, heeft zij de cruciale functie informatie en ideeën van openbaar belang uit te dragen. Journalisten moeten de ruimte worden gelaten te overdrijven en zelfs te provoceren. Artikel 10 EVRM beschermt tevens het recht op vrijheid van artistieke expressie. Niet alleen heeft de pers het recht informatie en ideeën van openbaar belang uit te dragen, het publiek heeft het recht deze te ontvangen. Het EHRM kent de pers daarin een grote vrijheid toe in het licht van artikel 10 EVRM, omdat ‘were it otherwise, the press would be unable to play its vital role’ of ‘public watchdog’.”Bovendien, zo zei de rechtbank ging het om een satirische column en dan ligt de zaak toch ook weer anders. “In columns, meer nog dan in andere soorten teksten, mag van een zekere mate van overdrijving, scherpte en ridiculisering sprake zijn.”Dit arrest ‘blokkeert’ het argument van het hellend vlak.

Dubbele moraal van linkse intellectuelen
In de DWDD mocht Zwagerman reclame voor zijn pamflet ‘Hitler in de polder & Vrij van God’ (Amsterdam 2009). De strekking van dat verhaal was dat de Nederlandse culturele elite met twee maten meet. Blokker, Mak, Brandt Cortius en Heine hoor je geen commentaar geven als iemand de ‘ongelofelijke wreedheid van de Christelijke god’ aan de kaak stelt, maar steunen vervolgens niet de critici die op dezelfde wijze praten over Allah en Mohammed en dan bedreigd worden. Een atheïst kan vrolijk de spot met het geloof drijven, want dan draagt bij aan de pluriformiteit. Maar een ex-moslim die de spot met de Koran drijft, gooit alleen maar een lont in een kruitvat. Het zijn aandachtstrekkers, provocateurs en ze zijn bovendien enkel mediageil. En de bedreigingen, ja, die hebben Ayaan en Jami natuurlijk aan zichzelf te danken. Meten met twee maten.
Illustratief was in dit verband een essay waarin Karel van ’t Reve schreef dat de God van het oude testament vanwege zijn wreedheid alleen te vergelijken is met Adi Amin. Van het Reve kreeg – mede – hiervoor de P.C. Hooft-prijs.Wijs je op de rigiditeiten van de islam, zo ging Zwagerman verder, dan eindig je in het beklaagdenbankje. ‘Dat kan niet zo zijn’, riep Zwagerman theatraal uit.
Dat laatste klopt en het is ook helemaal niet zo. Van ’t Reve won de P.C. Hooft-prijs in 1981 en zijn essay verscheen in 1987. Hij kreeg die prijs dus niet mede dankzij dat essay. Het zal dus wel als beeldspraak bedoeld zijn.Maar dan is er nog een ander probleem. Een paar minuten eerder citeerde hij Kousbroek: islam is als religie ietsje achterlijker dan andere religies. Ook Kousbroek won de P.C. Hooft-prijs en dat leverde hem geen reputatieschade op. Linksom of rechtsom: het voorbeeld deugde dus niet.
Het verwijt aan het adres van Blokker was evenmin erg sterk. Uit het feit dat Blokker e.a. niets over een bepaalde problematiek (kritiek op christendom) zeggen én wel iets over een aanverwante problematiek (kritiek op de islam door ex-moslims) kun je niet afleiden dat er dus sprake is van hypocrisie. Dat is alleen terecht als ze in beide gevallen iets gezegd hebben en daarbij tegenstrijdige uitspraken hanteren. Maar het zwijgen over de kritiek op het christendom impliceert op zich geen instemming.Een voorbeeld. Stel ik dat Zwagerman hypocrisie zou verwijten omdat hij wel stelling neemt in het conflict tussen Israël en Hamas, maar niet in het conflict tussen (bijvoorbeeld) Spanje en de Baskische afscheidingsbeweging. Ten aanzien van die laatste strijd weet ik niet wat de positie van Zwagerman is. Ik kan uit zijn stilzwijgen ook niet afleiden dat hij voor of tegen de ETA is. Maar dat is wel wat Zwagerman doet bij de critici van de islam.
Een ander voorbeeld. Zwagerman zegt niets over de rechtste critici van de islam, over Verdonk, over Kamp. Naar zijn eigen maatstaven zou Zwagerman dus met twee maten meten. Maar naar mijn maatstaven niet. Zwagerman heeft het niet over rechts, maar over links. Maar nog los van dit alles, blijft de vraag waar de uitspraken van de ‘lelieblanke’ culturele elite te vinden zijn dat kritiek op het christendom wel acceptabel is en dat kritiek op de islam door een afvallige onacceptabel is? Overigens heeft Blokker zich in het verleden wel degelijk expliciet uitgelaten over de bedreigingen die afvallige moslims ten deel vallen, namelijk in de kwestie-Rushdie. Blokker vond toen dat die bedreigingen niet door de beugel konden. Telt niet, zegt Zwagerman eenvoudig. Want Rushdie is gelouterd schrijver. Maar op die manier maakt het dus niet uit wat Blokker zei of zegt. Wat had Zwagerman dan wel moeten argumenteren? Dat de kritiek van de Blokkers & de Makken niet louter de personen Ayaan, Jami en Hera betrof, maar de categorie ex-moslims. En die stap is niet te vinden in het betoog van Zwagerman.

Polder-Hitlers
Zwagerman gaf in zijn pamflet voorbeelden waaruit zou moeten blijken dat andersdenkenden door de linkse kerk werden weggezet als Hitler (Hilter in de polder, p. 18). Bijvoorbeeld Dijsselbloem. Zwagerman spreekt van de zachte variant van incriminatie, en – toegegeven – dat bekt beter, maar dat komt op hetzelfde neer.Het kan natuurlijk dat Zwagerman gelijk heeft. Eén citaat en het bewijs is geleverd. Maar dat citaatje gaf Zwagerman niet. Hij kwam op de proppen met een knap ingewikkelde constructie. Marcel van Dam noemde Dijsselbloem de Geert Wilders van de PvdA. Wilders wordt door anderen vergeleken met Hitler. Ergo: het nazisme heeft in de persoon van Dijsselbloem in de PvdA een plek gekregen.De toevoeging “ik verzin het niet, ik geef slechts een overzicht” moest de lezer geruststellen.Die geruststelling lukte wat mij betreft niet echt. Op deze wijze kunnen alle eindjes wel aan elkaar geknoopt worden. Een voorbeeld. Ik heb kritiek op Freud. De nazi’s hebben kritiek op Freud. Dus ik ben een nazi (vanwege het feit dat men in de jaren er in Duitsland ook zo over dacht). Maar op deze wijze kun je alles met alles bewijzen.

Kritiek op het pamflet
Eerst mocht Anet Bleich in de Volkskrant uitleggen dat Joost Zwagerman er niet veel van begrepen had (VK, 6.2.09). Zoals gezegd, in 'Hitler in de polder & Vrij van God' hekelde Zwagermans de neiging van de linkse intellectuelen om politieke tegenstanders meteen met Adolf Hitler te vergelijken en daar kon Bleich zich nog wel in vinden. Smakeloze voorbeelden genoeg. Publicist Hugo Brandt Corstius koppelde ooit minister van Financiën Onno Ruding aan de architect van de 'Endlösung', Adolf Eichmann. Bolkestein werd afgeschilderd als de Nederlandse rechtse extremist Le Pen; Scheffer bevond zich in het gezelschap van de Oostenrijker Haider; en Fortuyn en Mussolini waren twee handen op één buik: allebei idioot, verwerpelijk en grievend. “Het is een goedkope manier om standpunten niet serieus te hoeven nemen en zonodig op eigen merites te bekritiseren. Hetzelfde geldt in het geval van Geert Wilders, wiens uitspraken over de islam het gedachtegoed van het rechtse extremisme soms vervaarlijk naderen, maar die in de verste verte geen Hitler is. Maar is deze manier om tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen typerend voor links of voor een ‘lelieblanke elite’? Ik dacht het niet. Geert Wilders is wel lelieblank, maar hoort niet bij de door Zwagerman geattaqueerde linkse elite.”
Bleich wees er fijntjes op dat uitgerekend Wilders de Koran met Mein Kampf vergeleek. De Koran is een ‘fascistische boek’ dat Wilders liefst zou verbieden. “Het was de overtuigingskracht van Zwagermans betoog ten goede gekomen als hij deze faux pas van Wilders in zijn redenering had betrokken.”Bovendien rammelde Zwagermans betoog aan alle kanten. “Het zijn namelijk niet Mak of Abrahams of andere volgens Zwagerman verblinde linkse intellectuelen die Hirsi Ali haar Nederlanderschap probeerden af te nemen en haar de helaas noodzakelijke beveiliging ontzeggen.” Dat waren Rita Verdonk en achtereenvolgende ministers van Justitie. Kortom, exit Zwagerman.
Had Bleich een punt? Nee, ook zij sloeg de plank mis. Of het afschilderen van tegenstander als Hitlers niet typerend voor links, doet er namelijk helemaal niet toe. Punt (en feit) is dàt het in linkse kringen gebeurt. Dat Wilders de Koran wil verbieden, is eveneens volstrekt irrelevant voor het punt van Zwagerman: het gaat niet aan om andersdenkenden weg te zetten als kleine Hitlers of fascisten. Of ook rechts zich daaraan schuldig maakt, is namelijk niet het onderwerp van het betoog. Zwagerman stelt enkel een weinig frisse praktijk van linkse intellectuelen aan de kaak.Bleich had alleen een punt heeft als Zwagerman beweerd zou hebben, dat uitsluitend in linkse intellectuele kringen het etiket ‘Hitler’ geplakt wordt.
Een week later mocht de socioloog Willem Schinkel in het NRC uitleggen dat Zwagermans bedenksel verspilde moeite was (13.2.09). Zwagerman beweerde dus dat het publieke debat in Nederland in de ban is van een 'witte culturele elite' die met twee maten meet: kritiek op het christendom mag wel, maar kritiek op moslims is not done. En daar ging het dus al meteen fout, want Zwagermans stelling berustte voornamelijk op de nooit onderzochte aanname dat er zo'n ‘elite’ bestaat. Om die kritiek kracht bij te zetten, ging Schinkel minutieus aan de slag. Gewapend met een heus potlood én papier turfde hij in Zwagermans pamflet de elite: Hugo Brandt Corstius (35 keer genoemd); Jan Blokker (30 keer); Frits Abrahams (13 keer); Bas Heijne (12 keer); Geert Mak (11 keer); Jacques van Doorn (6 keer); Huub Oosterhuis (4 keer); Harry de Winter (2 keer) en Marcel van Dam (1 keer).Dat turven leidt tot heftige wetenschappelijke conclusies: “Al met al wordt duidelijk dat Zwagermans ‘culturele elite’ alleen in de krant leeft en - op Bas Heijne en Harry de Winter na - de 60 gepasseerd is. Het is moeilijk je aan de indruk te onttrekken dat een publicist hier zijn belangrijkste concurrent (Heijne) en de generatie boven hem van de troon probeert te stoten om zelf voorganger van een nieuwe, multiculturalistische elite te worden. Wat tragisch is, is dat veel van de genoemden toch alleen vanuit een microkosmos gezien kunnen worden als ‘de culturele elite’ in Nederland. Er zitten zeker invloedrijke columnisten bij, maar evenveel die al lang door Zwagermans leeftijdgenoten, met wie hij niet in discussie gaat (Marjolijn Februari, Sylvain Ephimenco, Mohammed Benzakour), ingehaald zijn. Misschien is het te veel eer je generatiegenoten te omschrijven als 'elite'.”Zwagerman wijst meer met de vinger dan dat hij analyseert. “Iemand moet hem eens vertellen er gewoon niet meer over te schrijven. Of er anders een keer echt werk in te steken.” Tot zover Schinkel.
Een curieuze recensie. Schinkels turfwerk leidde uiteindelijk tot de conclusie dat “het moeilijk is je aan de indruk te onttrekken dat een publicist hier zijn belangrijkste concurrent (Heijne) en de generatie boven hem van de troon probeert te stoten om zelf voorganger van een nieuwe, multiculturalistische elite te worden.”Ten eerste leidde tot turfwerk op geen enkele wijze tot die conclusie. Ten tweede is ‘…aan de indruk te onttrekken…’ vaag taalgebruik. Is er nu wel of geen sprake van een coup? Of is het slechts een indruk? Zonder waarheidswaarde? Ten derde is er sprake van een persoonlijke aanval. Het gaat bij Zwagerman om het streven naar macht, waarbij vooral Bas Heine een hinderlijk obstakel is.
Maar toegegeven, Schinkel deed wat een goed media-intellectueel doet: val de persoon aan.

De affaire-Sooreh Hera
Die dubieuze beschuldiging van Schinkel kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Zwagerman legde Heine namelijk het volgende in de mond: de fotografe Sooreh Hera, de Mohammed op een weinig flatteuze wijze had verwerkt in haar foto’s, had min over meer om moeilijkheden gevraagd, meent Bas Heine. Althans, Zwagerman vond dat Heine dat meende.
Heine zei dat niet letterloijk, maar Zwagerman leidde dat af uit een discussie die hij met Heine had in het Buitenhof. De reden waarom ze moeilijkheden kreeg, zou volgens Heine te wijten zijn aan de indruk die zij op de Vlaamse televisie wekte.Wat zei Heine eigenlijk? “Principieel ben ik het met je eens”, zei hij tegen Zwagerman in het Buitenhof (30.12.07). Het ging in de discussies over de multiculturele samenleving teveel over incidenten en te weinig over het reële, onderliggende probleem, namelijk de angst over de eigen identiteit onder allochtonen én autochtonen. Over de discussie over de foto’s van Sooreh Hera merkte hij op dat hij het betreurde dat de discussie niet ging over het thema dat de kunstenares aankaartte. Hij wees daarbij op een interview met haar op de Vlaamse televisie (zie de uitzending vanaf 16:40). Het ging in dat interview niet over de positie van homo’s binnen de islam, maar over wat voor een soort figuur Mohammed nu eigenlijk was. Of hij een homo was, wilde de Vlaamse journalist weten. Sooreh Hera ontkende dat dan weer, maar merkte wel op dat Mohammed een pedofiel was. “Waar hebben we het dan over?”, vroeg Heine zich af.Op dat punt nam Zwagerman het gesprek over. Dus op basis van dit fragment leidde Zwagerman af wat Heine kennelijk vond. Maar de laatste zei nergens dat Sooreh Hera de moeilijkheden aan zichzelf te danken had. Het was ook niet de context van de discussie. Niet op dat moment en evenmin op elk ander moment in die discussie. Heine gaf enkel aan dat de discussie bij dit soort zaken vervolgens over bijzaken ging, bijvoorbeeld over de figuur van Wim van der Krimpen, de museumdirecteur die de foto’s weigerde. Daar kun je het mee eens of oneens zijn, maar het ging absoluut niet over de vraag of Sooreh Hera om moeilijkheden had gevraagd.Kortom, Zwagerman verzon een standpunt.

Onderwijs in de linkse wurggreep
Zwagerman schaarde zich in de rij van de critici van de onderwijsvernieuwingen, blijkens zijn artikel ‘Het Nieuwe Leren: zo hou je scholieren dom' (NRC 26.5.07 & 14.12.07).Hij was met name teleurgesteld in Plasterk. “Jarenlang lopen ouders, leraren en in toenemende mate ook leerlingen zelf te hoop tegen deze van bovenaf opgelegde onderwijsvernieuwing. Tegen de wil van ervaren leerkrachten werd het Nieuwe Leren toegepast en ingevoerd. Wie ertegen protesteerde, was een reactionaire kleinburger die wilde vasthouden aan ‘een achterhaalde nadruk op kennis en autoriteit’.” Zelfs leerlingen protesteren tegen het Nieuwe Leren: ze worden gewoon dom gehouden.Bij alle onderwijshervormingen horen namen van politici die zich ervoor hebben ingespannen. “Vrijwel al die politici zijn PvdA’ers”, aldus Zwagerman. “Ziehier de tragische en beschamende uitkomst van goedbedoelde linkse onderwijshervormingen.”Ook misgunt Plasterk een generatie scholieren en studenten de kennisverwerving waar hij zélf, in een tijd van vóór de onderwijshervormingen, nog baat van heeft gehad. De protesterende studenten moeten volgens de minister niet zeuren over de gebrekkige kwaliteit van het onderwijs dat ze aangeboden kregen. “Die opmerking van Plasterk belichaamde onbedoeld het failliet van de sociaal-democratische onderwijshervormingen. Vlak na zijn aantreden had ik het idee dat Ronald Plasterk de eerste onderwijsminister van de PvdA zou zijn die inziet dat onderwijsvernieuwingen à la het Nieuwe Leren de oorzaak zijn van een kaalslag in het onderwijs. Als columnist kon Plasterk nog wel eens schrander uit de hoek komen; als minister heeft hij zich in de kennelijk gewenste middelmaat al helemaal eigen gemaakt.”
Geen sterk betoog. Hij begon al met een directe persoonlijke aanval: Plasterk mocht voorheen dan nog wel een schandere indruk maken, maar hij blijkt bij nader inzien niet veel voor te stellen (...de gewenste middelmaat...). Ook kwam er een indirecte persoonlijke aanval om de hoek kijken: Plasterks motief werd verdacht gemaakt: Plasterk misgunde zelfs leerlingen en studenten goed onderwijs. Ook Plasterk stopt de teloorgang van de kwaliteit in het onderwijs niet.
Over die teloorgang moest zelfs Dijsselbloem (van de commissie-Dijsselbloem) ondanks zijn enorme kritiek op de onderwijsvernieuwing toegeven dat we niet weten of het niveau van het onderwijs gedaald is door de onderwijsvernieuwingen. Kortom, wetenschappelijk overtuigend bewijs voor de daling is er niet. Daar maakte Zwagerman zich niet druk over, want hij had met eigen ogen gezien wat er aan de hand is. Exit wetenschap.
Retorisch gezien was het overigens een meesterlijke zet om te spreken over het idee dat Plasterk de eerste onderwijsminister van de PvdA zou zijn die inziet dat onderwijsvernieuwingen als het Nieuwe Leren niet deugen. Meesterlijk, omdat de afgelopen vijfentwintig jaar slechts één minister uit PvdA kwam. Naast Hermans (VVD) was het CDA de hofleverancier met Deetman (3x), Van der Hoeven (3x) en Braks. In de negen kabinetten leverde de PvdA drie keer de staatssecretarissen (en uitgerekend Adelmund, die een deel van de vernieuwing terugdraaide, werd slappe knieën verweten). Maar die nuanceringen bekken allemaal niet lekker. En Zwagermans typering blijft hoe dan ook baarlijke nonsens, want nadat Ritzen zijn deel van de vernieuwing had ingevoerd, is er eenvoudigweg geen minister meer uit de PvdA geweest. Logisch gezien kan alleen Plasterk de eerste PvdA-minister zijn die vernieuwing afwijst.

Andere kromredeneringen
Het kostte Zwagerman destijds veel moeite om Ayaan als Zomergast te krijgen. In eerste instantie wilde ze niet, maar “na een mal toeval” stemde ze alsnog in. “Zij en Van Gogh hebben toen in allerijl Submission gemaakt. Ik vraag me vaak af: hoe zou Nederland er voor hebben gestaan als Ayaan geen Zomergast was geweest? Het toeval heeft daarbij zo'n grote rol gespeeld, dat het bijna Mulischeaans is. Als ik bijvoorbeeld niet bij de presentatie van het boek van Max Pam over zijn hersenbloeding Ayaans ex-vriend Herman Philipse was tegengekomen, dus eigenlijk: als Max Pam die hersenbloeding niet was overkomen, was Ayaan geen Zomergast geweest, was Submission niet gemaakt en had Theo van Gogh misschien nog geleefd.” (NRC, interview met Etty, juli 2008)(…) “Dit is echt de loop der dingen geweest. Het begon met de hersenbloeding van Max Pam, en aan het einde van het traject lag 2 november: de moord op Theo van Gogh. Je hoeft er niet in te geloven, het zijn de feiten.”Het traject ‘begon’ met een hersenbloeding en ‘eindigde’ met een moord. Zwagerman noemt dit de feiten. De feiten zijn dat er een hersenbloeding was en dat er een moord gepleegd is. Zwagerman construeert een causaal verband tussen die feiten en noemt dat verband vervolgens “het zijn de feiten”. Maar dit verband heeft alleen te maken met het gegeven dat Zwagerman dat verband ook wilde leggen. Hij paste daarbij ook nog een immuniseringstrategie toe: ‘misschien’ had Van Gogh nog geloofd. Misschien, maar misschien ook niet.

De rechtsstaat volgens Zwagerman
Zwagerman laat in de uitzending ‘De wereld draait door’ (25.4.08, vanaf 42:00) zijn licht schijnen op het filmpje waarin Georgina Verbaan iemand anders dan haar partner, het bretellenmanneke Jort Kelder, hartstochtelijk zoende. Zwagerman verbaast zich erover dat Verbaan qua privacy minder rechten heeft als een winkeldief. “Als iemand inbreekt in een winkel en de winkeleigenaar besluit om een foto van die persoon op te hangen op de winkelruit, dan mag dat niet want dat is een schending van de privacy. Dus een winkeldief die heeft meer rechten op het gebied van privacy dan die twee mensen. Daar komt het op neer.”Daar komt het dus niet op neer. Sterker nog, Zwagerman maakt een onjuiste vergelijking. In het geval van de winkeldief stelde de rechtbank eerst vast dat zowel het portretrecht als het recht op privacy door de winkelier geschonden was en bekeek hij tevens of de winkeleigenaar zwaarwegende belangen had om deze schendingen te rechtvaardigen. Dat is bijvoorbeeld het geval als aangifte bij de politie niets had opgeleverd. Maar in deze zaak was daarvan geen sprake.De winkelier maakte zich volgens de rechtbank dan ook schuldig aan eigenrichting (LJN: AQ78777, Rb Amsterdam, KG 04/1566 SR). Er is in Nederland juridisch gezien maar één instantie die kan vaststellen of iemand een dief is en dat is de rechter. De procedure om te onderzoeken of iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, is met allerlei waarborgen omringd. Het is niet aan een winkelier (of Joost Zwagerman) om zonder meer over deze waarborgen heen te stappen en iemand (een dementerende 79-jarige vrouw) aan de schandpaal te nagelen. Iemand kan iets stelen, maar pleegt daarom nog niet altijd per definitie een strafbaar feit. Een kind van anderhalf kan zonder te betalen iets meenemen, maar is daarom nog geen dief. Hetzelfde geldt voor een dementerende vrouw. In dit geval seponeerde het openbaar ministerie de strafzaak tegen de vrouw vanwege haar dementie.De vergelijking tussen de rechten van Verbaan en het bejaarde dementerende vrouwtje gaat daarom niet op. Verbaan werd niet aan de schandpaal genageld vanwege een diefstal, maar vanwege een zoen. Dat is geen strafbaar feit (althans niet hier in Nederland). Dat betekent overigens niet dat er geen andere overwegingen kunnen zijn die leiden tot het oordeel dat het auteursrecht en privacy van Verbaan geschonden is. Het ging nu om de parallel die Zwagerman ten onrechte schetste.

Zwagerman: het linkse geweten?
De rol van ‘geweten’ komt wat potsierlijk over als je je bezondigt aan het lanceren van persoonlijke aanvallen, het verzinnen van standpunten en het veelvuldig hanteren van kromme redeneringen. Als Zwagermans betogen argumentatief gestript worden, blijft er bitter weinig over. Had Blokker niet toch een beetje gelijk?

Nieuwe serie: Media-intellectuelen 1: Afshan Ellian

De komende dagen verschijnt op deze blog een aantal artikelen over media-intellectuelen. Ik put daarbij uit eerdere analyses, die eerder op deze blog verschenen. Vandaag over prof. Ellian, hoogleraar in Leiden.

Over de Elliaanse logica.

Zoals het een media-intellectueel kennelijk betaamt, moet er een hoeveelheid beledigingen in columns worden verpakt. Ellians doet hier vrolijk aan mee: Rouvoet is opgeleid door “ogenschijnlijk filosofisch weinig bekwame docenten die hem het kritisch denken niet hebben bij gebracht”, is – op z’n zachtst gezegd – een beetje pijnlijk: niet Rouvoet, maar Ellian maakt een argumentatiefout.
Het kabinet bestaat uit fanatici; het is een club van duur betaalde egoïsten; de ChristenUnie is tenminste één dag in de week niet geïnteresseerd in het Nederlandse belang; op zondag geeft de ChristenUnie zijn regeringsverplichtingen op; de PvdA-kamerleden durven hun mond niet open te doen over de lakse houding van het kabinet, want ze zijn bang dat ze de verkiezingen zouden verliezen; het kabinet Balkenende veracht de allerhoogste waarde in een democratische rechtsorde: het algemeen belang. (Elsevier, 20.3.09).
Ellian is het niet eens met de Franse islamoloog, Olivier Roy (Elsevier, 22.8.08). De onjuiste analyse van Roy heeft te maken met het feit dat “hij en zijn geestverwanten zich hebben overgegeven aan de politieke correctheid, baseren ze hun analyse op wenselijkheid en niet op wetenschappelijkheid. En dit loont: je wordt veelvoudig als godheid door kranten geciteerd; je bent een graag geziene gast in de congressen en de staten willen graag door je worden geadviseerd. Daarentegen wilde men niet luisteren naar een kritische objectieve analyse. Roy voldeed aan die onverzadigbare dorst naar een goede islam.”
Willem van Genugten, hoogleraar internationaal recht, werd afgeserveerd als studeerkamergeleerde, “omdat Van Genugten nooit de letters van het internationale recht verlaat om in de werkelijkheid een luchtje te scheppen.” Volkskrant (28 juni 2007)
Over de schrijfster Lulu Wang (Elsevier, 14.8.08). “Zij begon haar carrière als schrijver met het uitbuiten van het leed van het Chinese volk. In het begin dacht iedereen dat zij een verzetsvrouw was. Later kon je met haar naar China vliegen. Sinds de Olympische Spelen blijkt dat zij eigenlijk een fervente aanhanger is van de Chinese staat. Wij zijn gewoon bedonderd door Lulu Wang. Eens Chinees, altijd Chinees.” (Wang zat als kind in een heropvoedingskamp, omdat haar ouders, allebei academici, waren opgepakt. Hoezo heeft Wang het leed van het Chinese volk uitgebuit?)

Maar los van deze persoonlijke aanvallen, staat Ellians visie stijf van vreemde redeneringen, onlogische gevolgtrekking en onjuiste veronderstellingen. Hieronder een bloemlezing van het bizarre universum van Ellian.

De mythe over Fortuyn
Eduard Bomhoff, oud-LPF-minister en oud-PvdA'er, gaf in NRC een portret van Fortuyn: “Fortuyn kritiseerde de ‘achterlijke cultuur’ van veel immigranten, maar volhardde tevens in zijn forse kritiek op minister Borst van Volksgezondheid, slappe wethouders in de grote steden, de regentencultuur in Den Haag en de politisering van de ambtenarij, waar het lidmaatschap van een van de paarse partijen noodzakelijk was wilde men promotie maken richting ambtelijke top. Wilders heeft één unique selling point: weg met het heilige boek en de profeet van de moslims.”Bomhoff, zo weet de Leidse hoogleraar Ellian te melden, “weet donders goed wie over de islam begon in Nederland: Pim Fortuyn. Zelfs het woord 'islamisering' is bedacht door Fortuyn: 'Tegen de islamisering van onze cultuur' (1997). Fortuyn, en niet Wilders, stond aan de wieg van de kritiek op de islam. Weet Bomhoff dit niet?”Maar beide beweringen zijn onjuist. Het was niet Fortuyn, maar Bolkestein die in 1991 de rol van islam in het integratiedebat bekritiseerde.Dat Fortuyn het woord ‘islamisering’ heeft bedacht, is eveneens onzin. Prof. Koningsveld bekritiseerde Bolkestein in 1992: “Maar het is werkelijk te onzinnig voor woorden om bang te zijn voor een islamisering van Nederland.”

De mythen over Wilders
“Fantastisch Geert! Je bent een echte democraat.”, jubelde Ellian naar aanleiding van het Wilders’ pleidooi om kranten meer geld te geven. Maar ook Ellian zat in beetje in zijn maag met Wilders’ pleidooi voor een verbod van de Koran: “Dat (verbod) moet je intrekken. Niet omdat de Koran een fantastisch boek is, maar omdat je een goede democraat wilt zijn. En een democraat laat nooit een boek verbieden.” Zo kan Ellian dus naar believen alles rechtpraten.
Wilders maakt zich zorgen over de financiële positie van de Nederlandse kranten (Elsevier, 8.12.08). “Omdat de meeste kranten en tijdschriften op z’n zachtst gezegd niet erg positief zijn over Wilders, verwachtte ik een hard anti-journalistiek artikel van Wilders.” Maar Wilders nam het op voor de kranten.“Maar weet hij niet dat deze kranten tot de anti-Wilders-media behoren? Ze zouden van vreugde een hartaanval krijgen als Wilders niet wordt herkozen. Dat weet hij al te best. 'Weinig kranten kunnen over de PVV schrijven zonder een negatieve sneer,' schrijft Wilders, en daarbij verwijst hij naar een hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant waarin hij vanwege zijn pleidooi voor het verbieden van de Koran als ‘verminderd toerekeningsvatbaar’ werd aangeduid.” Maar kranten zijn onmisbaar in een democratie en dat punt weegt bij Wilders zwaarder.“Dit is echt magnifiek. Dit moeten we gebruiken als voorbeeld voor een college over democratie. Fantastisch Geert! Je bent een echte democraat.”Het was Ellian niet ontgaan dat Wilders de Koran wilde verbieden. Dat past niet echt bij een democraat. Maar dat is niet echt een probleem. Dat idee moet hij gewoon laten varen. “Niet omdat de Koran een fantastisch boek is, maar omdat je een goede democraat wilt zijn. En een democraat laat nooit een boek verbieden.”Ellians tolerantie jegens Wilders geldt niet als er iets ‘links’ in het spel is. Pauw en Witteman, zo wist Ellian te melden, overschreden in hun uitzending van 3 februari 2010 een aantal morele en journalistieke grenzen. Paul Witteman, zo stelt de Leidse hoogleraar, schiep namelijk “de noodzakelijke ruimte waarin hij een bedekte oproep tot geweld tegen Kamerlid Wilders en zijn partij kon componeren. (…) U leest het goed. Op de Nederlandse tv wordt luidruchtig, maar gecamoufleerd opgeroepen tot geweld. Hoe heeft Witteman zijn gewelddadige muziek gecomponeerd? Dit gebeurde met de inzet van Peter R. de Vries. Een echte straatjongen die het verschil tussen goed en kwaad niet meer kent. Ook een mislukte populist die een PvdA Light heeft getracht op te bouwen. Zo’n jongen moet je hebben wanneer je tot geweld wilt oproepen.”Waaruit blijkt nu dat Witteman & De Vries opriepen tot geweld? Hieronder volgt Ellians ingewikkelde constructie:“Dit zijn de zinnen die op de staatsomroep werden uitgesproken:Peter: 'Ik vind dat we er in een vroegtijdig stadium iets van moeten zeggen. Ik wil mezelf niet later het verwijt maken waarom ik niet eerder daartegen iets geroepen heb. Ik ervaar dat heel veel mensen het niet doen, sterker nog, dat ze het niet durven. Ik vind dat een beetje beangstigend.'Witteman: 'Als ik je weblog lees en de reacties zie, word ik niet vrolijk.'Peter: 'Ik vind dat ik een geluid moet laten horen, niet te laat, maar tijdig, dan hoef ik mezelf geen verwijt te maken. Ik ben niet zo gauw te bedreigen. Maar ik ben geschrokken van de enorme agressie die in de mails zit.'Witteman: 'Zou je vinden dat anderen zich bij je standpunt moeten aansluiten?'Peter: 'Het is een soort angst onder bekende Nederlanders om ronduit te zeggen wat ze van deze man en zijn partij vinden.'(einde citaat)De Vries moet het wel over Hitler hebben. Ellian: “In een vroegtijdig stadium had men hem moeten stoppen. Velen hadden er later spijt van dat ze niet op tijd hebben getracht Hitler te stoppen.” Hiermee is dan kennelijk het bewijs geleverd: de zin ‘het is een soort angst onder bekende Nederlanders om ronduit te zeggen wat ze van deze man en zijn partij vinden’ moeten we niet letterlijk nemen, maar is een verwijzing naar Hitler. ‘Guilty by association’, maar dan wel Ellians ‘association’.Het gewelddadige karakter bleek vervolgens toch niet zo hard. Ellian introduceert nu de ‘wellicht’-truc. “Wellicht bedoelt Peter iets anders. Wilders wordt wel systematisch aangevallen, maar nog niet gestopt. Daar gaat het Witteman, De Vries en anderen om. Daarom werd Peter ingehuurd voor de definitieve boodschap:Pauw: Je maakt er wel een groot gevaar van?Peter: Ik zie het ook als iets dat je niet moet onderschatten. Ik ben wel bang dat hij veel zetels haalt en dat dan de Partij van Arbeid en andere partijen die nu groot zijn, zijn weggevaagd. Dat hij in de regering komt. Dat we dan het ware gezicht te zien krijgen. Dat het dan allemaal veel erger zal worden. Dan wil ik voor die tijd geroepen hebben, kijk uit jongens: 'Hij is een gevaarlijke politicus, een kwaadaardige man en een volksmenner.' ”(einde citaat)Wie het heeft over een gevaarlijke politicus, kwaadaardig mens en een volksmenner, moet het volgens Ellian wel over Hitler hebben. Ellian: “Die moest worden gedood. De Vries roept daarom op tot geweld tegen Wilders.”Ellians onderbouwing van beschuldigingen bestaat uit een aaneenrijging van associaties. Wie zijn redenering als bewijs accepteert, kan m.i. van alles beweren, afhankelijk van de associatie.

Ook Marijnissen meende dat Wilders een levensgevaar is voor onze samenleving. “Dan moet Marijnissen lef tonen en consequenties verbinden aan deze vaststelling: een levensgevaar voor onze samenleving dient onmiddellijk door onze rechtsorde te worden geëlimineerd. En als de rechtsorde dat niet doet, dan dienen rechtsgeaarde SP'ers dat te doen”, aldus Ellian (Elsevier, 25.2.08)
Volgt uit de constatering dat het oordeel dat Wilders levensgevaarlijk is voor onze samenleving logisch gezien dat Wilders geëlimineerd moet worden “door onze rechtsorde”? Of blaast Ellian die vooronderstelling die met 'Wilders is levensgevaarlijk' op tot onredelijke proporties? Het antwoord is bevestigend, want de rechtsorde verbiedt deze vorm van eigen richting. Ook via een legale rechtszaak kan Wilders worden gestopt. Ellian las wat hij wilde lezen en fabriceerde een stroman.

De vervolging van Wilders
In de Volkskrant (26.1.08) mocht Ellian zijn column uit Elsevier nog eens uitgebreid overdoen. Het ging uiteraard over de uitspraak van het Hof over de vervolging van Wilders (PVV).“Het Amsterdamse Hof heeft Geert Wilders ongevraagd veroordeeld zonder dat een eerlijk proces is gevoerd.” Deze kop is misleidend, want Wilders is niet veroordeeld. Het ging om de vraag of Wilders zich voor rechtbank zal moeten verantwoorden of niet. Het OM zag er geen brood in; het Hof wel. Wellicht bedoelde Ellian ‘veroordeeld’ niet in de letterlijke zin, maar in de zin dat het Hof Wilders de facto veroordeelde met deze vervolging.
De toevoeging ‘ongevraagd’ is dubieus. Feit is dat Wilders wel degelijk zijn zegje mocht doen (en dat ook heeft gedaan).“En dat zonder verdachte, zonder zitting, zonder strafrechtelijke aanklacht, zonder requisitoir, zonder pleidooi en zonder verklaring van getuige-deskundigen. Expliciet doet het Hof meermaals uitspraken over Wilders’ uitspraken – en veroordeelt hem.” Het Hof heeft gemotiveerd aangegeven waarom vervolging (dus niet: veroordeling) aan de orde is. Dat dit zonder zitting gebeurt (Wilders is overigens wel gehoord) en zonder requisitoir etc. is niet vreemd. Het ging immers alleen om de vraag of Wilders zich in de toekomst moet verantwoorden voor de rechtbank.
Volgens het Hof vielen enkele uitspraken onder een strafbare wetsbepaling, verbiedt het EVRM de vervolging van politici niet per definitie en is het algemeen belang gediend met een duidelijke uitspraak over waar grenzen liggen. Dat waren de redenen voor vervolging. De rechters zullen vervolgens moeten uitmaken of Wilders een wettelijke grens heeft overschreden.“Unverfroren schrijft het Hof: ‘De ontoelaatbaar geoordeelde meningsuitingen van Wilders werpen een zodanige blokkade in het maatschappelijk debat op dat moslimgelovigen feitelijk van deelname aan dat debat worden uitgesloten alleen vanwege hun geloof. Daarin ligt het strafrechtelijk verwijt aan Wilders, die met zijn harde en algemene diskwalificaties handelt in strijd met de grondvoorwaarde van een stabiele democratie.’ Moet Wilders worden bestraft wanneer hij hard oordeelt? Of wanneer moslims niet op tv komen en geen opiniestukken schrijven?” Hier vertekent Ellian het standpunt van het Hof. Het ging niet om de vraag of Wilders moet worden ‘bestraft wanneer hij hard oordeelt’.
“Als het Hof zich had verdiept in de Kamerstukken rond de betreffende wetsartikelen, dan had het geweten met welke voorzichtigheid het had moeten handelen. Volgens de Memorie van Antwoord (1969/1970) moet de toepassing van deze strafbepalingen minimaal zijn, om drie redenen: 1. het strafrecht kan slechts een geringe bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke spanningen; 2. het strafrechtelijk optreden kan tot verscherping van maatschappelijke spanningen leiden en 3. de onnodige strafrechtelijke beperking van de vrijheid van meningsuiting is verwerpelijk. Dit zijn drie wethistorische redenen om Wilders niet te vervolgen.” Ellian poneert hier enkel. De aangehaalde MvA heeft niet betrekking op vervolging, maar op de veroordeling.
Ellian: “Waar ligt volgens het Hof de grens? Moet de politie morgen alle boeken van schrijvers als Oriana Fallaci (die veel scherper tegen de islam tekeer ging dan Wilders) uit de bibliotheken halen? Er zijn wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat Mohammed geen historische figuur is, dat de islam geen oorspronkelijke religie is, dat de islam de waarden van andere religies niet respecteert, dat de Koran niet meer is dan een mengelmoes van christelijke en joodse teksten vermengd met pre-islamitische Arabische legenden. Moeten we die wetenschappers allemaal vervolgen omdat zij daarmee de ziel van de moslims beledigen en hun godsdienst bespotten?” Dit is het hellend vlak: als Wilders' uitspraken verboden worden, dan volgen er meer.Bovendien, het ging niet om een wetenschappelijke verhandeling over de Koran, maar om een speech van een politicus met specifiek woordgebruik en een bepaalde toon.
In het geval van de uitingen van Geert wilders kan een rechter volgens Ellian niet of nauwelijks tot een overtuigende beslissing komen (Elsevier, 23.1.09). “Althans een beslissing die door een groot aantal deelnemers kunnen worden gedragen. Omdat het hier uiteindelijk om de opinies van iemand gaat.” (…) “Geef de tekst van Wilders aan vijftig vooraanstaande juristen, en je krijgt tegengestelde beoordelingen. Ook zal door dit type delicten het gezag van de rechter op een onaanvaardbare wijze worden aangetast.”Vervolging leidt tot rechtsongelijkheid, aldus Ellian. “Pim Fortuyn werd niet vervolgd voor soortgelijke aangiftes. De machtsuitoefening dreigt er zo zeer willekeurig uit te zien.”Wie de beschikking van het Hof in Amsterdam leest, ontkomt volgens Ellian niet aan het oordeel dat het Hof de noodzakelijke grenzen van voorzichtigheid heeft overschreden. “Ze hebben zelf in hun enthousiasme ook de grenzen van ‘fair trial’ geschonden. Zonder een duidelijk afgebakend eerlijk proces is Wilders eigenlijk al veroordeeld. En dit was noch inzet noch taak van het Hof. Kortom, ook de rechter is niet in staat de grenzen van opiniedelicten aan te duiden. Maar het besluit van het Openbare Ministerie gaf wel de grenzen van de vrije meningsuiting aan.”Ellian argumenteert voornamelijk waarom Wilders niet veroordeeld kan en dient worden. Maar is dat aan de orde? Het gaat om de vraag of Wilders vervolgd moet worden, nog los van de vraag of hij veroordeeld kan of moet worden.
Het Hof geeft drie overwegingen om principieel te vervolgen. Wilders’ uitingen zijn naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. Een eventuele strafvervolging c.q. veroordeling toelaatbaar is volgens de normen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europese Hof. En er is een algemeen belang aanwezig is om in het maatschappelijk debat een duidelijke grens te trekken. Ellian had moeten beargumenteren waarom het argument van het Hof (er is een algemeen belang) in dit verband niet aan de orde is.

Het rechts-extremisme van Wilders
Na Elseviercolumnist Wynia bracht ook Ellian verontwaardigd verslag uit over het rapport van de onderzoekers die werkzaam zijn bij de ‘Anne Frank Stichting, Onderzoek en Documentatie; Universiteit Leiden, Departement Bestuurskunde’. Die ideologische vooringenomenheid van deze onderzoekers spat er van alle kanten af als we Ellian mogen geloven (Elsevier, 12.12.08).“Wat is de sociale genealogie van de PVV? Om extreemrechts te zijn, moeten ze voortvloeien uit een extreemrechtse formatie. De onderzoekers komen tot een schrikbarende conclusie: Wilders en de PVV bestaan uit wortelloos volk”, meent Ellian.Maar wat schreven de auteurs? “Noch onder de oprichters van de PVV, noch onder de huidige Tweede Kamerfractie bevinden zich personen met een extreemrechtse ‘carrière’. (…) De tweede vraag – het gaande weg bij de organisatie aansluiten van ‘bekende’ rechtsextremisten – kan niet beantwoord worden, omdat de PVV tot dusverre geen leden heeft toegelaten. Omdat de PVV als formele organisatie vrijwel geen bemensing heeft, is van bovengenoemde sociale genealogie dus ook geen sprake.” (p. 171).Hier is sprake van een vertekening van een standpunt door Ellian. De politici van de PVV, inclusief Wilders dus, hebben volgens de onderzoekers geen wortels in het rechtsextremisme. Ellian vertaalt dat als ‘Wilders en de PVV bestaan uit wortelloos volk’. Dat Wilders uit een volk kan bestaan, lijkt me sterk. Maar het punt waar het mij om gaat, is dat het gegeven dat de PVV-politici geen extreemrechts verleden hebben, niet impliceert dat ze wortelloos zijn.“Wat is de ideologie van de PVV? (…) Natuurlijk vormen Adolf Hitler en zijn enge vriendjes bij deze definitie het vertrekpunt”, aldus Ellian. Andermaal een vertekening. De onderzoekers benadrukken letterlijk dat er bij de PVV geen spoor van antisemitisme te bekennen valt. Integendeel zelfs, “er is sprake van een sterke affiniteit met Israël en het jodendom.” De PVV, zo stellen de onderzoekers verder, hebben zelf een pleidooi gehouden om de joods-christelijke en humanistische cultuur te verankeren in de Grondwet. (p. 178).“Het wordt buitengewoon gênant als de schrijvers Wilders citeren over het feit dat autochtonen zich minder snel voortplanten dan allochtonen. Dat heeft Wilders niet zelf bedacht hoor. Het komt voor in de statistieken van het Integratierapport 2006. Daar spreken ze over vruchtbaarheid, een chique variant van ‘zich voortplanten’”, aldus Ellian. Ten eerste zit er wel degelijk een verschil tussen de pejoratieve betekenis van ‘voortplanten’ en ‘vruchtbaarheid’, maar belangrijker is dat de onderzoekers hiermee willen aantonen dat het vreemde waar de PVV zich tegen afzet de islamisering van Nederland is (verg. p. 176/177). Dat in een of ander Integratierapport 2006 gesproken wordt over ‘vruchtbaarheid’ is volstrekt irrelevant.De conclusie die Ellian hieruit trekt - Wilders leest de overheidsrapporten, maar onze antiracistische activisten niet; de leven niet in onze, maar in hun eigen werkelijkheid – is dan ook irrelevant.“Wilders deugt niet, en het bewijs daarvan zien ze in de beledigingen aan het adres van premier Balkenende (beroepslafaard) en zijn ministers.” In de betreffende passage, waarin verwezen werd naar de beledigingen, ging het niet over de vraag of de PVV een rechtsextremistische organisatie is. Er werd in die passage (p. 169) gesteld dat de PVV zich profileert als een partij die tegen de politieke elite is. Pas in de paragraaf daarna wordt de PVV geanalyseerd in relatie tot het rechtsextremisme. Kortom, alweer een vertekening van het standpunt van de wetenschappers.Vervolgens eindigt Ellian zijn column uiterst cryptisch: “Dit verhaal wordt als een ‘onderzoek’ gepresenteerd. Sommige mensen hebben een hekel aan Wilders. Dat begrijp ik. Ze schrijven dat hij moet worden vervolgd en veroordeeld. Daarmee bewijzen ze hun sympathie voor de tirannieke machtsuitoefening.”Door deze zinnen in één alinea te plaatsen, lijkt alsof de onderzoekers van mening zijn dat Wilders veroordeeld moet worden. Er staat dat niet het OM, maar rechters over Wilders dienen te oordelen. Het OM seponeert, terwijl er voldoende aanknopingspunten in de jurisprudentie te vinden zijn om wel tot vervolging over te gaan.

Reactie op Zwagermans pamflet
Wilders krijgt van Ellian meer krediet dan alle politici bij elkaar.
Hij was dan ook erg te spreken over het pamflet van de schrijver Joost Zwagerman. De laatste reconstrueerde in zijn pamflet ‘Hitler in de polder en Vrij van God’ de discussie rond de islam in Nederland (Elsevier, 25.2.09). “Een scherp en polemisch pamflet”, vond Ellian. Hij citeerde de eerste alinea uit Zwagermans boek: “Als je sommigen mag geloven, zijn er de afgelopen vijftien jaar al heel wat nazi's de landspolitiek binnen gemarcheerd. Goebbels, Göring, Eichmann en Hitler zelf; postuum spreken ze een hartig woordje mee, met mensen als Frits Bolkestein, Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders als vermeende buikspreekpoppen.”Wat vervolgens niet uit Ellians verdere bespreking blijkt, is dat niet alleen rechtse politici (als Bolkestein, Hirsi Ali en Wilders) zo worden neergezet, maar ook linkse politici. Zwagerman verwees naar Jeroen Dijsselbloem (PvdA), Paul Scheffer (links) en Wouter Bos (PvdA).“Het was Geert Mak die Submission en daarmee de makers ervan, Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh, met de film van Gobbels (Der Ewige Jude) vergeleek. Nooit heeft hij publiekelijk afstand genomen van deze verwerpelijke kwalificatie.”Een verwerpelijke kwalificatie, aldus Ellian. De vraag is dan hoe dit standpunt te rijmen is met zijn eigen reactie op de advertentie van Harry de Winter. Ellian schreef letterlijk: “Dit is een mooi voorbeeld van de demagogie waarin sommige Duitsers in de jaren dertig meester waren.” Een verwerpelijke kwalificatie, behalve als die uit de mond van Ellian komt. De Leidse hoogleraar meet met twee maten en Zwagerman zag het niet.“Die verbijstering sprak Mak ook uit in zijn tv-serie over Silvio Berlusconi. Zijn historische bron is een YouTube-filmpje van extreemlinkse Italiaanse groepen. Daarin is een grote menigte te zien, tijdens een toespraak van Berlusconi. Inderdaad, een paar mensen uit dat publiek gedroegen zich als nazi’s.Dit rekent Mak Berlusconi aan. Dat Berlusconi nooit en te nimmer die personen heeft kunnen zien, interesseert Mak niet. Mak schrijft geen geschiedenis maar propaganda, waarbij Berlusconi een herhaling van het fascisme en massa belichaamt.”Wie de Italiaanse politiek volgt, is niet verbaasd over de populariteit van het fascisme in de kringen van Berlusconi (PdL). De partijgenoot Giuseppe Ciarrapico zei onomwonden: “Sono fascista . Ma in senso culturale e non politico. È una questione di memoria. Di cuore. Di storia personale. Di ideali” (Corriere della Sera, 11.3.08). Overigens voegde hij er meteen aan toe: “Non sono antisemita” (ik ben geen antisemiet). Een echt handige uitspraak is dat niet, maar je komt er mee weg. In de algemene verkiezingen van 2008 stelde Ciarrapico zich op verzoek van Berlusconi (en ondanks het protest van de Aleanza Nazionale) kandidaat voor de Senaat van de Republiek voor de PdL. Hij werd gekozen, ondanks (en misschien wel dankzij) zijn uitspraken.Ignazio La Russa, de Italiaanse minister van Defensie (PdL), heeft “respect voor de vaderlandsliefde” van de soldaten die in de Tweede Wereldoorlog aan de zijde van de Duce vochten. En Gianni Alemanno (PdL), de burgemeester van Rome, zei: “Fascisme is niet het absolute kwaad".Zoveel afstand heeft Berlusconi dus ook weer niet.“Mak schrijft geen geschiedenis maar propaganda”, aldus Ellian. En hij verwijst met een hyperlink naar de kritiek van Melching (waarover ik vorig jaar al iets schreef). Melching bekritiseerde Mak echter helemaal niet vanwege een of ander propagandistisch karakter. Mak en zijn redactie maakte volgens de historicus een (fiks) aantal fouten: het ging om historische onjuistheden. Het verwijt van propaganda was niet aan de orde. Ellian suggereert dat met zijn link nadrukkelijk.

Publieke debat
Niet alleen inlichtingendiensten zoals de AIVD, maar ook politici en opiniemakers waarschuwen voor de toon van het integratiedebat. Zij menen dat door het scherpe debat over de islam veel moslims zullen gaan radicaliseren. Ellian is het daar niet mee eens (Elsevier, 8.7.09). Want het parlementair en publiek debat is het hart van de democratie en zonder dat debat bestaat er geen democratie. “Dus, de radicale moslims radicaliseren omdat ze de democratie haten. Moet dan de democratie zich aanpassen aan de haters van de democratie? Het concept nationale veiligheid in een democratisch bestel betekent juist de bescherming van de democratie tegen de vijanden van de democratie. Wie de nationale veiligheid wil garanderen door de opheffing of beperking van democratische debatten en meningsverschillen, heft in feite onze maatschappijvorm op. Dan zijn we pas echt in gevaar.”Impliceert een pleidooi voor het matigen van de toon dat het debat dan maar niet gevoerd moet worden? Ellian vooronderstelt dit, maar maakt die vooronderstelling nergens aannemelijk. Een parlementair en publiek debat kan ook gevoerd zonder de felle toon.In 'Hitler in de polder & Vrij van God' hekelt Zwagerman de neiging van de (linkse) intellectuelen om politieke tegenstanders meteen met Adolf Hitler te vergelijken zonder het debat inhoudelijk te voeren. Voorbeelden genoeg. Publicist Hugo Brandt Corstius koppelde ooit minister van Financiën Onno Ruding aan de architect van de 'Endlösung', Adolf Eichmann. Bolkestein werd afgeschilderd als de Nederlandse rechtse extremist Le Pen; Scheffer bevond zich in het gezelschap van de Oostenrijker Haider; en Fortuyn en Mussolini waren twee handen op één buik: allebei idioot, verwerpelijk en grievend. En waarom is het publieke debat erbij gebaat als Geert Wilders wordt weggezet als een moderne Hitler? En je kunt natuurlijk ook kritiek hebben op de islam zonder moslims weg te zetten als 'geitenneukers'. Ellian was enthousiast over dit Zwagermans pamflet, maar dit pamflewt ging ook over de toon van het debat, maar dan wel de toon jegens Wilders. Dan hanteert Ellian andere criteria.

De affaire-Ramadan
Ramadan is in de ogen van Ellian laf. De reden voor deze aantijging, blijkt wat kleinzierig: “Ik was de persoon die hem van samenwerking met Teheran beschuldigde. Waarom zwijgt hij hier? Daarvoor is een technische reden: zodra hij mijn naam zou noemen, kan hij zichzelf niet meer als de grootste Iran-kenner presenteren. De prins denkt dat ook de lezers van NRC Handelsblad gek zijn.”Volgens Ellian heeft Ramadan dus een verborgen motief. Het gaat om het beschermen van zijn status. En dat is dus kennelijk laf.Tariq Ramadan was dus verontwaardigd over zijn ontslag door de gemeente Rotterdam en de Erasmusuniversiteit. Ramadan: “Het college is gewoon bang voor Geert Wilders. Door mij te ontslaan probeert het van de islam af te komen.”Ellian zet daar vraagtekens bij: “Zo weet elk konijn dat Wilders niks te maken heeft met deze zaak.” Ellian wil weten waarom Ramadan met dit soort evidente onjuistheden komt.De term ‘evidente onjuistheden’ is in dit verband interessant. Retorisch gezien kan de auteur daarmee proberen de bewijslast te ontlopen. Het is immers evident onjuist en 'evidenties' behoeven geen nadere toelichting.De vraag is dan hoe evident onjuist de bewering van Ramadan is. Eén indicatie is de stelling van Van der List. Deze redacteur van Elsevier moet niets van Ramadan hebben en stemt - onder meer - in met Ellians kritiek op Ramadan. Behalve op één punt, namelijk dat Ramadan wel gelijk heeft als hij (Ramadan) zegt, dat de “verandering van het politieke klimaat heeft bijgedragen aan zijn ondergang. Geert Wilders en geestverwanten oefenen zeker invloed uit op de heersende opvattingen. En dat is wat Ramadan heeft bedoeld.”Ellian presenteert zijn standpunt als een vanzelfsprekendheid, maar zelfs voor een criticus van Ramadan, Van der List, is dat standpunt niet vanzelfsprekend.

Ramadan is “ontslagen door een moslim en die heet Ahmed Aboutaleb”, aldus Ellian (Elsevier).Een aardige retorische truc: de ene moslim ontslaat de andere moslim. Gemakshalve gaat de jurist Ellian er aan voorbij dat een burgemeester niet in zijn eentje de stad bestuurt. Maar, toegegeven, deze vertekening bekt wel lekker.
Ramadan moet zich volgens Ellian niet beklagen over het feit dat hij uit de media moet vernemen dat hij is ontslagen, want zelf maakt hij zich daar ook schuldig aan. Het college moest immers ook uit de media vernemen dat hij voor Press.TV werkte. Is daarmee de handelswijze van het college gerechtvaardigd? Nee.Dat het besluit, zodra het is genomen, ook openbaar is, gaat voorbij aan het bezwaar van Ramadan. Namelijk dat hij uit de media moest vernemen, dat hij was ontslagen.Bovendien, kun je ‘het vernemen van je ontslag uit de media’ vergelijken met ‘het vernemen van een bijbaan via media van een werknemer’? Voor dat laatste bestaat overigens geen juridische verplichting. Dat zijn toch echt twee onvergelijkbare zaken.Zelfs Van der List vindt dat Ramadan “misschien een beetje gelijk heeft in zijn onvrede over de gevolgde procedure”.
In een ander verband noemde Ellian Tariq Ramadan een slechte leugenaar. (Elsevier, 26.09.08). Hij reageerde daarmee op het artikel ‘Bolkesteins retoriek is gevaarlijk’ van Ramadan, die als hoogleraar burgerschap aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verbonden is.Prof. Bolkestein verdraaide zijn woorden, meende Ramadan. “Ik heb gezegd dat de situatie van vrouwen in Iran in twintig jaar méér verbeterd was dan de situatie van vrouwen in de gehele Arabische wereld (wat een feit is, in elk geval wat hun politieke vertegenwoordiging betreft). Ik heb nooit ‘de Iraanse vrouw’ als model verdedigd. Dat zijn leugenachtige beweringen.”Maar volgens Ellian is Ramadan een slechte leugenaar of iemand die helemaal geen kennis van zaken heeft. “De positie van de vrouwen in Iran was voor de islamitische revolutie aanzienlijk beter dan na de islamitische revolutie: er zaten vrouwen in het parlement en in het leger, zij werkten in het bedrijfsleven, in de kunstsector, in de muziekindustrie, op scholen, in ziekenhuizen en ook in de rechtelijke macht. Ze werden niet gestenigd. Vreemdgaan was geen strafbaar feit. En ook werden mannen en vrouwen gelijkberechtigd.”Ellian besloot zijn betoog met de conclusie dat Bolkestein de waarheid heeft gesproken en dat Ramadan gewoonlijk antwoordt met onwaarheden.Ellian bezondigt aan een ignoratio elenchi. Zijn argumenten zijn alleen relevant voor een standpunt dat niet ter discussie staat. Ramadan vergelijkt de positie van vrouwen niet met die van voor de islamitische revolutie, die in 1979 plaatsvond. Wat toen wel kon of beter was, is helemaal niet relevant. Ramadan vergelijkt de positie van de vrouw met die in andere Arabische landen en dan alleen nog maar in de periode 1988-2008.

De islamitische bedreiging
“De geestverwanten van links en van gelovige moslims worden nooit bedreigd”, wist Ellian te melden (Elsevier, 2.9.09). Onjuist, want nog geen jaar geleden werd Femke Halsema (GL) bedreigd. Ongeveer tegelijkertijd veroordeelde de Amsterdamse politierechter de 56-jarige Adriaan H. uit Gorinchem voor het beledigen en bedreigen van burgemeester Job Cohen (PvdA). Hij kreeg 500 euro boete. Rosenmöller (GL) en Melkert (PvdA) kregen kogelbrieven (Vk, 20 juli 2002 ). Van Heemst (PvdA), Marijnissen (SP), Dijsselbloem (PvdA) werden bedreigd per email (BD, 21.1.2006). En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.Terug naar de islamitische bedreiging. CDA-ideoloog Zijderveld wilde in het CDA meer afstand van Wilders en meer toenadering tot de islam. “Wat wil Zijderveld?”, vroeg de Leidse hoogleraar Ellian zich af (Elsevier, 8.5.09). “Toenadering tot de islam. Het CDA moet toenadering zoeken tot de islam. Is dat niet pas een echt griezelig idee? Waarom moet een regeringspartij toenadering zoeken tot de islam? Wat verstaat Zijderveld onder ‘de islam’? Is dat de toepassing van de sharia? Moet de islam tot de staatsreligie worden verheven?”Dit is een voorbeeld van het opblazen van een standpunt: ‘toenadering zoeken’ impliceert in de ogen van Ellian het toepassen van de sharia en het verheffen van de islam tot staatsreligie.
Dit soort vertekeningen komen we bij Ellian vaker tegen. Zo wist hij te vertellen dat er linkse journalisten zijn die heel blij zijn dat Hero Brinkman een drankprobleem heeft (Elsevier, 28.9.09). “Zie de LPF-achtige toestanden bij Wilders, werd geroepen. Dit is echt erg kleinzielig. Waren er nooit prominente PvdA'ers met een drankprobleem? Jazeker. Werden zij ontslagen? Hebben de gezelligheidscolumnisten getracht om karaktermoord te plegen op die politici?”Maar wie viel Ellian nu eigenlijk aan? Wie googelt op de zoektermen ‘Brinkman’, ‘drankprobleem’ en ‘LPF’ vindt eigenlijk maar twee resultaten die enigszins in de richting van Ellians bewering komen. Youp van ’t Hek (wel columnist, geen journalist) en Max Pam. Kortom, Ellian lijkt een stroman te creëren.

De kwestie-Turkije
Toen de Deense premier Anders Fogh Rasmussen zich officieel kandidaat gesteld als opvolger van De Hoop Scheffer, was Turkije tegen. Waarom, vroeg Ellian zich af. “Hij is een zeer succesvolle premier die goede banden heeft met de Verenigde Staten. Daarom voldoet hij ook aan de vereisten om de volgende secretaris-generaal van de NAVO te worden.” (Elsevier, 3.4.09).Maar de islamitische regering in Ankara verwijt Rasmussen dat hij in 2005 cartoons over de islamitische profeet Mohammed verdedigde in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Maar, zo gaat Ellian verder, Rasmussen had gelijk. “Geen enkele Deense rechter heeft die cartoons als onrechtmatig bestempeld. Ze vielen dus onder de vrijheid van meningsuiting. Rasmussen verdedigde de Europese waarden: mensenrechten, vrijheden en rechtsstatelijkheid.” Een andere reden voor de Turkse bedenkingen tegen Rasmussen is dat de Turkse regering wel wil instemmen met de benoeming van Rasmussen, maar dat enkel kabaal wordt gemaakt vanwege de binnenlandse politieke consumptie. “Als dit waar is, dan is de zaak nog erger. Want dit betekent dat de Turkse burgers de Europese waarden niet als fundamentele grondslagen van de Unie zien.”Ellian besluit zijn betoog met: “Dit is de reden dat Europese burgers Turkije wantrouwen. Wat doet de Turkse regering straks als het land lid is van de Unie? Gaan de Turken in het Europees Parlement anti-vrijheidswetten voorstellen?” Zijn conclusie is dat de Europese burgers de islamitische regering van Turkije terecht wantrouwt.Maar ook nu ligt de zaak weer anders dan Ellian doet voorkomen. Eén dag na het verschijnen van Ellians column is de benoeming van de Rasmussen inmiddels met instemming van Turkije al gerealiseerd, dus zo zwaar was het verzet kennelijk ook weer niet. Maar dit terzijde.Turkije was tegen, aldus Ellian. Maar de president, Abdullah Gül, heeft nooit een geheim gemaakt van het feit dat hij Rasmussen “een van de succesvolste minister-presidenten van Europa” vond en dat van een of ander veto dan ook geen sprake was. De cartoon-kwestie speelde niet en er was geen enkele “noodzaak om religieuze factoren te benadrukken”.Minister-president Erdoğan vertelde op de NTV dat “er serieuze reacties waren uit landen met Islamtische bevolking over de cartoon crisis.” Die landen belden de Turkse regering om hun ongenoegen duidelijk te maken. Die landen oefenden druk uit om Rasmussens kandidatuur met een veto te blokkeren. Tegen Rasmussen had hij gezegd: “We don't want NATO to be worn down, and we don't think it is right that you as prime minister should be worn down in the process.”Kortom, Ellian vertekent het standpunt als hij beweert dat Turkije en masse tegen Rasmussen is.Met Rasmussen was nog iets anders aan de hand. Volgens de politicoloog Mouritzen van het Deense instituut voor internationale studies (DIIS) ligt Rasmussen in Denemarken al een tijd onder vuur. "Als hij geen NAVO-chef was geworden, vraag ik me zelfs af of hij nog wel aan had kunnen blijven als premier. Zijn leiderschap in de Deense politiek heeft de afgelopen maanden aanzienlijk aan vertrouwen ingeboet” (NRC).Dan Ellians opmerking dat de islamitische regering in Ankara Rasmussen verwijt dat hij in 2005 cartoons over de islamitische profeet Mohammed verdedigde in het kader van de vrijheid van meningsuiting.Met deze bewering vertekent Ellian het standpunt van de islamitische regering. Later zei Gül: "There is only one Turkish view, and my view is this view.” (En zijn visie is dat er met Rasmussen niets mis is.)Bovendien speelt er wel een andere kwestie die de ergernis in Turkije ook voedt: de kwestie-Roj TV. De zender zendt uit vanaf Deense bodem en volgens Ankara heeft dit televisiestation banden met de Koerdische PKK, een groep die door de EU is aangemerkt als een terroristische organisatie. Deze zaak sleept inmiddels al jaren, maar Deense autoriteit reageren enkel met ‘de juridische aspecten van deze zaak worden onderzocht’. Ellian verwijst niet eens naar deze kwestie, maar het is volgens Süleyman Kurt (Todayszaman) wel degelijk een kwestie waaraan Turkse burgers zich storen.Ook Peter Viggo Jakobsen van de Universiteit van Kopenhagen heeft wel begrip voor het Turkse verzet tegen de benoeming van de 56-jarige Deense premier tot chef van het Atlantisch bondgenootschap Want, net als Mouritzen, vindt ook hij dat Rasmussen in de affaire over de Mohammed-cartoons van ruim drie jaar geleden “kapitale blunders” heeft gemaakt(NRC). Welke kapitale blunders Jakobsen op het oog heeft, weet ik niet. Feit is wel dat Rasmussen ambassadeurs van Islamitische landen, die om een onderhoud verzochtten, resoluut weigerde te ontvangen. Verhagen gebruikte dat soort onderhouden om het standpunt van de Nederlandse regering over Fitna uit te leggen.Dan Ellians opmerking over de cartoon-affaire: geen enkele Deense rechter heeft die cartoons als onrechtmatig bestempeld. Ze vielen dus onder de vrijheid van meningsuiting en Rasmussen verdedigde de Europese waarden: mensenrechten, vrijheden en rechtsstatelijkheid.David Cronin heeft in de Guardian (27.3.09) de ‘verdiensten’ van Rasmussen op dit punt eens op een rij gezet: “The Danish frontrunner for Nato's secretary generalship may be charming, but he is steeped in unsavoury ideology.” (…) “Rather than continuing to be fixated with that controversy (de Cartoon-kwestie, RR.), the Ankara government would be better advised to study his marriage of convenience with the extreme-right Danish People's party, which has repeatedly tried to brand Muslims in general as extremists. With that party's support, Rasmussen has waged a relentless campaign against immigrants that – no matter how much he might deny it – has smacked of racism.”“There is a more important reason why he should not be put in charge of Nato and this relates to the nature of the alliance itself. The alliance (Navo, RR.) is stuck in a Cold War timewarp that makes it behave like an "imperial pitbull". Despite how Mikhail Gorbachev was promised that it would not encroach into eastern Europe, Russia now finds itself surrounded by Nato members. Not only has this exacerbated tensions with Moscow, it has prompted ex-communist countries to massively increase their defence budgets in recent years. (…) Perhaps Rasmussen is busy drawing up plans to convince Nato that the 1980s ended some time ago, but his track record doesn't lead me to believe that he is. Throughout his premiership, he has been a lapdog for the US, displaying contempt for the majority opinion in his country by rushing to assist the invasion of Iraq. He has been so amenable to requests for troops to fight in Afghanistan that Denmark has – relative to population size – lost more soldiers there than any other country taking part in the war. And Nordic traditions of transparency aside, questions still remain unanswered about the extent of Denmark's collusion with torture flights run by the CIA.” Rasmussen kwam in 2003 als premier onder vuur te liggen, omdat de regering niet over betrouwbare informatie over Iraakse massavernietigingswapens bleek te beschikken, terwijl die wapens voor Rasmussen en zijn regering de belangrijkste reden om militairen naar Irak te sturen. De journalisten die deze geheime stukken citeerden werden vervolgd, maar de Deense rechter sprak hen in 2006 vrij (VK, 6.4.09). Eerder, in 1992, moest hij aftreden omdat hij als minister van Belastingen het parlement foutief geïnformeerd had.
Volgens de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan is Europa in de greep van een ‘toenemend racistische en fascistische houding’. Hij deed deze uitspraken naar aanleiding van het Zwitserse referendum over een verbod om nog meer minaretten te bouwen.Dit is “buitengewoon interessant” (Elsevier, 4.12.09). De islamitische landen hebben volgens Ellian namelijk geen enkel moreel recht om tegen het intolerante besluit van de Zwitserse burgers te protesteren.De Turken hebben immers de Koerden weggebombardeerd. De Turkse “premier zelf is een erfgename van veroveraars die een paar honderd jaar geleden het Byzantijnse rijk hebben veroverd. En dat rijk hebben ze omgetoverd tot een islamitisch imperium. De kathedralen werden moskeeën.”“Ook is de premier van de Turken van mening dat islamofobie net als antisemitisme een misdaad tegen de menselijkheid is.” In de ogen van Ellian heeft deze premier van islamisten geen verstand van misdaden tegen de menselijkheid. Hij wijst bovendien op bijna een halve eeuw durende moordpartijen en plunderingen in het Turkse Koerdistan en de genocide op Armeniërs.De verwijzing naar islamfobie en antisemitisme schiet Ellian in het verkeerde keelgat. “Eeuwenlang hebben ze (christenen, RR.) systematisch joden gepest, vervolgd, verband en uiteindelijk ook massaal gedood. Wie deze misdaden vergelijkt met de zogenaamde islamofobie, wat ik nog steeds een duister begrip vind, wil alleen maar het antisemitisme bagatelliseren.” Christofobie en islamofobie zijn volgens Ellian sowieso onzinnige begrippen.Ellian bezondigt zich met dit argument aan een klassieke tu quoque-drogreden (het ‘de-pot-verwijt-de-ketel-dat-hij-zwart-ziet’- argument). Omdat Turkije in het verleden Koerden en Armeniërs heeft vervolgd en omdat de Turken het Byzantijnse rijk, dat ze een paar honderd jaar geleden hebben veroverd, hebben omgetoverd tot een islamitisch imperium, moeten de Turken hun mond houden, met Erdogan voorop.Deze argumentatie is echter volstrekt irrelevant. Het feit dat Turkije niet brandschoon is (of was), impliceert allerminst dat de huidige premier geen oordeel mag vellen over – in dit geval – de uitslag van het Zwitserse referendum.Vergelijk het met een roker die een betoog houdt over de gevaren van roken. Heeft hij het morele recht verspeeld om tegen het roken te waarschuwen? Ook al rookt hij als een ketter, dan nog mag hij waarschuwen tegen de gevolgen van roken.
Opvoeding & islam
Het grote nieuws van The Sun was dat Yasmin, de dochter van een Britse haatimam, een paaldanseres is. Ellian deinsde er niet voor terug dit gedrag psychologisch te duiden (Elsevier, 3.10.08): “Ik begrijp waarom Yasmin dit doet. Door openlijk haar lichaam tentoon te stellen, eigent zij zich haar lichaam toe. Haar lichaam is niet van Allah, noch van haar vader. De volgende vrouw die de wereld van salafisten zal opschrikken, komt uit de familie van Bin Laden Zij heet Wafah en wil popster worden. Een andere vorm van evolutie: van reciteren van de Koran naar popster. De radicale moslims moeten zich herbezinnen. De fanatieke islamitische opvoeding heeft geen toekomst. De mens is geen slaaf van Allah. De mens wordt vrij geboren en moet met rede worden opgevoed en behandeld.”De bron van Ellians nieuws, The SUN, is een Brits roddelblad met een oplage van bijna drie miljoen. De populairste pagina is ‘Page 3’, maar – toegegeven – enkele journalisten hebben ook wel eens de prestigieuze Britisch Press Awards gewonnen en dat is toch zo’n beetje de Oscar voor Britse journalisten.Nu de onnavolgbare redenering van Ellian. Het feit dat een dochter van strenge moslim paaldanseres is en een meisje uit de Bin Ladenstal popster wil werden, is voor Ellian voldoende grond om te concluderen dat de fanatieke islamitische opvoeding geen toekomst meer heeft en dat radicale moslims zich moeten herbezinnen. Maar liefst twee meisjes treden niet in het voetspoor van hun vader, dan wel oom, en de radicale moslims moeten zich bezinnen! Overhaaste generalisatie, is-ought-drogreden, maar bovenal gewoon kletspraat.

Burgelijke ongehoorzaamheid
In Trouw (23.08.08) publiceerde de socioloog prof. Kees Schuyt een artikel over de vraag onder welke voorwaarden burgerlijke ongehoorzaamheid acceptabel is. “De wetsovertreding komt voort uit het geweten, is weloverwogen, men heeft eerst andere wettelijke middelen gebruikt, de handeling geschiedt openlijk, er moet een symbolische samenhang bestaan tussen daad en de te overtreden wet, men werkt vrijwillig mee aan arrestatie en vervolging, men aanvaardt het risico van straf, de rechten van anderen worden zoveel mogelijk geëerbiedigd. En vooral: de actie is geweldloos.”In zijn column in het NRC (13.09.08) bekritiseerde Ellian het gedachtegoed van Schuyt. “Ook Volkert van der G. en Mohammed B. waren gewetensvolle personen. Waarom zou hun geweten slechter zijn dan het geweten van Kees Schuyt? Ze hanteren alleen andere maatstaven voor waarheid en gerechtigheid als grondslag van hun geweten. Geweten, buiten een tiranniek regime, is een lege politieke formule. Een weloverwogen wetsovertreding legitimeert die wetsovertreding niet.”Volgens Ellian zijn illegale, buitenparlementaire handelingen per definitie gewelddadig, want wie willens en wetens en zonder individuele rechtvaardiging wetten schendt, “past al enige mate van geweld toe om de wet te ontkrachten.”“Illegale, buitenparlementaire handelingen zijn per definitie gewelddadig. Immers, wie willens en wetens, zonder individuele rechtvaardiging, de wetten schendt, past al enige mate van geweld toe om de wet te ontkrachten.”Wat te denken van dit verwijt? Elke auteur – dus ook Ellian - mag zijn eigen stipulatieve definitie introduceren, maar het dient dan wel duidelijk te zijn dat Schuyt zijn definitie niet deelt. In Schuyts ogen kan een schending van de wet wel degelijk geweldloos zijn. Ellian wijst dan ook geen tekortkoming in de argumentatie van Schuyt aan, maar hanteert een afwijkende definitie en bekritiseert Schuyt vervolgens op basis van die andere invulling van die definitie.Ik vraag me af wat Ellian van het leerstuk ‘ontbreken van materiële wederrechtelijkheid’ vindt. Er is dan sprake van straffeloosheid op grond van een rechtvaardigingsgrond die gelegen is buiten de wet. Het klassieke arrest in dit verband is de veearts uit Huizen. Hij verrichte een illegale handeling door onbesmette koeien bij besmette koeien te brengen. Dat was illegaal, want het was in strijd met de Veewet. Maar het was een uitstekende vorm van vaccinatie voor de koeien, die op dat moment geen melk gaven. De Hoge Raad had dan ook geen moeite met deze overtreding. Volgens Ellians definitie is deze illegale, buitenparlementaire handeling per definitie gewelddadig.

Commissie Gelijke Behandeling
Prof. Ellian wil de Commissie Gelijke Behandleing opheffen, omdat deze commissie te ideologisch is en niet onafhankelijk omdat de leden door het Ministerie van Justitie worden uitgekozen. De besluiten van de commissie zijn niet bindend en dat is ook al geen pluspunt (Elsevier, 28.8.08).Bovendien zet een burgerlijke rechter dit soort casuïstiek in een breed kader van het privaatrecht en kan daardoor een beter oordeel vellen dan de commissie, temeer omdat de leden van de commissie niet deskundig genoeg zijn. “Een arbitraire commissie die de maatschappelijke conflicten moet beslechten, is nu zelf een onderdeel van het maatschappelijke conflict geworden. Daarom is nu de tijd om de Commissie Gelijke Behandeling op te heffen. Met goede of slechte bedoelingen mag niemand onze samenleving talibaniseren. Verwende, Nederlandse juristen tonen te weinig empathie voor de wereldwijde slachtoffers van het talibanisme.”, aldus Ellian.Weer maakt Ellian zich schuldig aan de persoonlijke aanval. De juristen van de commissie zijn ondeskundig, verwend en te ideologisch. Een onderbouwing van die beschuldigingen geeft hij niet.Dat de commissie opgeheven moet worden, omdat ze zelf onderwerp van een conflict is, verbaast mij. Juist dit soort adviezen van de commissie zal altijd controversieel zijn. Want dan kunnen we de rechterlijke macht, voorzover het 't strafrecht betreft, ook wel opheffen.

Na-elkaar-dus-door-elkaar
Nederlanders blijken volgens TNS Nipo positiever over de moslims te denken dan in 2006. Eén op de vijf ondervraagden zegt positief te zijn over moslims. Bijna een kwart is negatief. In 2006 dacht 40 procent negatief over moslims. En slechts 14 procent was positief over moslims. Zelfs na de uitzending van de Fitna dacht nog 26 procent van de ondervraagden positief over de moslims. “Het wordt steeds positiever.”, aldus prof. Ellian (Elsevier, 8.8.08)Hij vraagt zich af welke conclusies we aan deze resultaten mogen verbinden. Zijn antwoord is dat die positieve houding aan Wilders en zijn film te danken is. “Ten eerste hebben de meeste Nederlandse moslims laten zien dat ze niets voelen voor een gewelddadig optreden tegen de beledigers of de criticasters van de islam. De radicale salafisten stonden helemaal alleen in hun hetze tegen het Kamerlid Geert Wilders. Ten tweede bevorderde deze houding van moslims hun acceptatie bij de autochtone Nederlanders. Daardoor begonnen aanzienlijk meer Nederlanders positief te denken over de moslims.” (….) “Het de-boel-bij-elkaar-houden, politiek correcte, aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde Cohen-beleid heeft misschien alleen maar haat gezaaid.”Kortom, na elkaar dus door elkaar. Eerst was er de film en daarna dachten mensen positiever over moslims. Dus Fitna is de oorzaak, meent Ellian. Het Cohenbeleid heeft misschien alleen maar haat gezaaid. Ellian heeft overigens helemaal niets beargumenteert; hij suggereert alleen maar. Hij hanteert daarbij ook nog een immuniseringstrategie: misschien heeft het beleid van Cohen de haat aangewakkerd.Wie deze manier van argumenteren acceptabel vindt, kan werkelijk alles beweren. Wat dacht u van deze bewering? Wilders heeft moslimhaat opgeroepen en mensen zijn inmiddels doof geworden van zijn geschreeuw, dat ze daar genoeg van hebben gekregen. Het beleid van Cohen begint nu misschien zijn vruchten af te werpen. En dat blijkt dus allemaal uit de cijfers. Want na elkaar, dus door elkaar.

Vrijheid van meningsuiting
Ellian springt in zijn column in de bres voor de vrijheid van meningsuiting in zaak Hoeiboei (Elsevier, 7.7.08). Op de site Hoeiboei was een bericht geplaatst, waarin stond dat Enver Varisli, vertegenwoordiger van het Amsterdamse Meldpunt moslimdiscriminatie aan de internetprovider van website van Gregorius Nekschots gevraagd had om enkele cartoons van Nekschot te verwijderen. Die zouden namelijk discriminerend en beledigend zijn en tot haat aanzetten, en daarom mogelijk strafbaar zijn volgens art. 137 lid c t/m e Wetboek van Strafrecht.De provider verzocht de beheerder van Hoeboei om binnen 24 uur de naam Enver Varisli van de site te verwijderen. Als Hoeiboei daaraan geen gehoor zou geven, dan zou de site (tijdelijk) uit de lucht gaan. In eerste instantie gaf Hoeiboei geen gehoor aan dat verzoek, maar in tweede instantie koos de redactie eieren voor haar geld..Hoeiboei opende echter tegelijkertijd een nieuwe weblog, hoeiboei.blogspot.com, bij een andere provider. Opnieuw werd de oorspronkelijke tekst geplaatst, zodat de Hoeiboei-bezoeker op de hoogte kon blijven. Andere sites namen het bericht over en op een enkele site werden zelfs adresgegevens van Varisli gepubliceerd.Dat gegevens van Varisli zonder toestemming openbaar werden gemaakt, is volgens Ellian geen punt. “Was de heer Enver Varisli een particulier en onbekende persoon? Nee. Varisli gaf eerder een interview af aan Elsevier (Bericht uit De Baarsjes, 2 december 2006). Ook komt hij, vermoedelijk sinds 2005, voor op de adreslijst van De Baarsjes (internet). Tevens is hij te vinden op schoolbank.nl.”Verder weet Ellian te melden dat voor de ambtenaren, ook die van censuurinstanties, geldt “dat ze door de burgers en media moeten worden gecontroleerd. Dat betreft natuurlijk activiteiten die met hun ambt te maken heeft. Daarbij is het niet onvoorstelbaar of juridisch onjuist dat hun namen ook weleens wordt genoemd.”Een dag later ging Ellian verder in op deze kwestie. Hij ondersteunt, ongeachte inhoudelijke meningsverschillen, het recht van een ieder op vrije meningsuiting. Inhoudelijke overwegingen, zo stelt hij, zijn irrelevant. “Het principe van openbaarheid geldt voor allen die aan het maatschappelijke debat deelnemen. Door dit principe kunnen verwerpelijke ideeën als racisme, fascisme en islamisme worden weerlegd.”Enerzijds meent Ellian dat Varisli niet moet zeuren dat zijn persoonlijke gegevens bekend werden gemaakt. Die gegevens zijn al op internet te vinden (het adres ook?); er is ooit een interview met hem in Elsevier verschenen; hij is ambtenaar en die moeten door burgers gecontroleerd worden. Anderzijds wijst Ellian op het belang van de vrijheid van meningsuiting.
Controle van lieden in een openbare functie is te verdedigen, maar wat heeft die controle te maken met het openbaar maken van privégegevens als het adres van de betrokken ambtenaar?Ellian profileert zich als de grote voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Maar toen imam Budak bij een hogeschool ontslagen werd vanwege uitingen op een website die volledig losstond van die hogeschool, wist Ellian enkel te melden dat Budak in de lijn dacht van de Taliban. Nog los van het feit dat dit een volstrekt absurde bewering is, repte hij met geen woord over de vrijheid van meningsuiting.

Criminaliteit
Ellian heeft kennelijk weinig waardering voor minister Ella Vogelaar. Hij citeert haar in zijn blog op Elsevier (Ella Vogelaar is niet knettergek. Het is erger. 16 november 2007). "Ik weet dat veel Nederlanders zich aangetrokken voelen tot een radicale aanpak. Ik begrijp dat ook," aldus de minister (in de Volkskrant, 13 november 2007, RR.). "Maar dit kabinet wil mensen ervan overtuigen dat ze met de aanpak van dit kabinet uiteindelijk beter af zijn dan met de spierballentaal van sommige politici. Die is een recept voor onveiligheid en zal onvermijdelijk tot verscherping van de tegenstellingen leiden."'Ellian concludeert vervolgens dat volgens deze logica de criminaliteit, werkloosheid en het islamitisch terrorisme veroorzaakt zijn door spierballentaal van sommige politici.De spierballentaal van sommige politici leidt volgens Vogelaar tot een verscherping van maatschappelijke tegenstellingen. Volgens Ellian is hiermee voorondersteld dat spierballentaal criminaliteit, werkeloosheid en terrorisme veroorzaakt. Maar het verscherpen is toch iets wezenlijk anders dan het veroorzaken. Ellian blaast ‘verscherping’ op tot immense proporties en valt die vervolgens aan. Bovendien spreekt Vogelaar over ‘zal leiden’ (futurum); Ellian spreekt over ‘zijn veroorzaakt’ (perfectum).

Groepsdenken
Ellian reageerde in de Volkskrant (28 juni 2007) op enkele uitlatingen van Nederlandse juristen. Naar aanleiding van de kritiek op Nederlandse militairen in Irak hadden deze deskundigen kritische opmerkingen gemaakt over de handelwijze van militairen. Willem van Genugten (hoogleraar internationaal recht UvT), Menno Kamminga (hoogleraar internationaal recht UM), Simone Eijsink (Clingendael), Mischa Wladimiroff (internationaal strafrechtadvocaat) en Heikelien Verrijn Stuart (Adviesraad voor Internationale Vraagstukken) sloegen de plank in de ogen van Ellian volledig mis. “Door hun onvoorzichtige uitlatingen van deze juristen is het vertrouwen in de rechtsgeleerdheid ernstig geschokt. Het gaat hier om ernstige beschuldigingen: Nederland zou misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Namens ons zou de krijgsmacht de juridische en morele grenzen hebben geschonden”, aldus Ellian. Alleen de Amsterdamse hoogleraar militair recht, Terry Gill, beschikte volgens Ellian over distantie en gezond verstand.Deze casuïstiek moet volgens Ellian aanleiding zijn voor de rechtenfaculteiten en NWO om de pluriformiteit binnen de club van het internationaal recht te bevorderen. “Niets is slechter voor de ontwikkeling van de wetenschap dan groepsdenken. Veel internationaalrechtelijke deskundigen benaderen de mensenrechten sektarisch en quasireligieus. Het toelaten van tegendraadse geleerden tot de club van het volkenrecht zou heilzaam zijn. Het is voor geleerden gezond door tegenspraak tot nadenken te worden aangezet.”Ellian haalt vier wetenschappers aan van wie er drie iets beweren dat volgens Ellian onjuist is. De vierde wetenschapper treft volgens Ellian geen blaam. Vervolgens spreekt hij van groepsdenken binnen de club van internationaal recht. Aangezien het gaat over drie van de vier aangehaalde wetenschappers, kun je moeilijk van groepsdenken spreken.

Vertrouwen
Het vertrouwen in de economische plannen van een kabinet is volgens Ellian nog nooit zo laag geweest. Die wijsheid blijkt afkomstig te zijn van de Postbank (Elsevier, 22.5.08). “De website van de Postbank heeft de economische visie van het kabinet laten peilen bij 39.600 Nederlanders. Sinds vorig jaar hebben ze daarvoor een bijzondere afdeling (het Postbank Economisch Bureau). Het is dus onderzocht door een serieuze instelling. Van de ondervraagden is 59 procent van mening dat de plannen van het kabinet Balkenende de economie niet vooruithelpen.”Maar anders dan Ellian beweert, heeft deze afdeling niet gepeild bij bijna 40.000 Nederlanders. Wie na enig zoekwerk bij de site uitkomt, leest namelijk iets heel anders. Bijna 40.000 Nederlanders hebben uit eigen beweging gereageerd op de vraag van die site. Is dat erg? Ja, want je weet dan niet of de groep van 40.000 een representatieve afspiegeling is van de Nederlandse bevolking. Evenmin is een filtervraag toegevoegd. Wetenschappelijk heeft deze enquête dan ook geen enkele betekenis.Ellian beweert dat deze afdeling van de Postbank een serieuze instelling is. Uit de wijze waarop men enquêteert, blijkt dat in elk geval niet. Maar Ellian lijkt zich daar niet aan te storen: “Sinds vorig jaar hebben ze daarvoor een bijzondere afdeling (het Postbank Economisch Bureau). Het is dus onderzocht door een serieuze instelling.” (Let vooral op het woordje ‘dus’.) Ellian koppelt hier vervolgens aan dat de cijfers dus ook betrouwbaar zijn. Dat is een autoriteitsdrogreden.

De bloemlezing laat zien dat Ellian de irrationaliteit tot logica heeft verheven.