Is Geert Wilders een racist? (8.1.12)
De vertekening van een standpunt door prof. Kortmann (5.12.11)
Halfzachte conclusies van Martin Sommer
Breedveld, Niemöller & stroman
Peter Breedveld beweert: “Volgens Joost Niemöller, die zich volstrekt vrij voelt publiekelijk te verklaren dat Breivik gelijk heeft, zijn dergelijke dreigementen ‘uitingen van kwetsbaarheid’.” (FN, 29.7.09)
Wat schreef Niemöller dan? Onder meer dit: “De ongemakkelijke vraag is: Kan zo’n verschrikkelijke klootzak als Breivik dingen zeggen waar ik het mee eens ben? En sterker nog: dingen die goed getroffen zijn? Ja, kennelijk. En dat is dus een heel problematische werkelijkheid. Want met mensen als Breivik wil ik het maar al te graag honderd procent oneens zijn. En als ik kan vaststellen dat het totale waanzin is wat hij zegt, dan is voor mij ook het probleem van tafel.
Je kunt natuurlijk gewoon besluiten om dat hele boek van hem niet te lezen. Of alleen een beetje diagonaal. Dat laatste is wat iedereen in de media gedaan heeft. Wat wil je ook, 1500 pagina’s. Oogt intellectueel. Laat maar zitten. Zal wel onzin zijn.
Ik heb inmiddels grote delen van het boek wel echt gelezen. Ja, er staat onzin in. Maar er staat ook heel veel niet onzin in. En er staan vooral nogal wat ongemakkelijke waarheden in.” Vervolgens geeft hij een inhoudelijke toelichting over juiste en onjuiste beweringen.
Kortom, dat is iets totaal anders dan te verklaren dat Breivik gelijk heeft. Breedveld maakt zich schuldig aan een stroman.
Donners catch 22 in de SGP
Door Rob Kooijman
Donner: “Ik constateer, nu er geen formele belemmeringen voor vrouwen zijn -- dat heb ik vastgesteld -- er dus alleen maar praktische belemmeringen voor vrouwen zijn. Die zitten vast op het feit dat vrouwen die kandidaat zijn het beginselprogramma zouden moeten onderschrijven waarmee ze tegelijkertijd aangeven dat ze geen kandidaat zouden moeten zijn. Dat is de catch 22-situatie die hierin zit. Als het beginselprogramma inhoudt dat ze niet moeten doen, wat u schrijft dat ze wel moeten doen, gedragen ze zich dus in strijd met het beginselprogramma. Dat vind ik niet het onderschrijven van een beginselprogramma. Dat is toch hetzelfde als wanneer de SP een neoliberaal zou kandideren en dan zou zeggen dat het niet in strijd met haar beginselen is? Hij draagt weliswaar iets totaal anders uit, hij is wat anders, maar hij is wel kandidaat. Daar hebben we het over.”
Vreemd, lijkt mij dat, een formele belemmering die een praktische belemmering oplevert voor vrouwen, maar geen formele belemmering voor vrouwen is. De formele regels van een vereniging bepalen immers het praktische functioneren van de leden van de vereniging; het zijn geformaliseerde juridisch bindende gedragsregels. Uit een eenvoudig bewijs uit het ongerijmde volgt dat een formele belemmering die geen formele belemmering voor vrouwen is, geen praktische belemmering voor vrouwen oplevert. Van een catch 22-situatie is daarom in de SGP geen sprake. Een (alledaags) voorbeeld van een catch 22-situatie is de situatie, na het verlaten van school, waarin men zonder werkervaring geen baan krijgt en men zonder baan geen werkervaring opdoet.
Vrouwen die het beginselprogramma onderschrijven, geven aan dat ze van opvatting zijn dat kandidaat-zijn in strijd is met de roeping van de vrouw. Het geeft niet aan dat hun gedrag daarmee in overeenstemming moet zijn. Daarom is op grond van de brief van het SGP-bestuur geen catch 22-situatie in de SGP. De verplichting tot onderschrijven is een goede garantie dat de kandidaat de opvatting van de SGP over de vrouw als kandidaat in gesproken en geschreven woord verkondigt, en blijft verkondigen als de kandidaat door het electoraat verkozen wordt voor een politieke functie.
Als een vrouw kandidaat is dan gedraagt zij zich door kandidaat te zijn niet in overeenstemming met, niet naar het vrouwenstandpunt. Is het opmerkelijk dat het SGP-bestuur dit niet als belemmering ziet? Niet als je de rechterlijke uitspraak leest: “De SGP zal ook na gedwongen toekenning van het recht op kandidaatstelling aan vrouwen ten volle de mogelijkheid hebben het vrouwenstandpunt te verkondigen in het parlement. Van de SGP wordt slechts gevergd dat, zolang de SGP die opvatting heeft, de SGP zich niet naar die opvatting gedraagt.” Vrouwen in de SGP gedragen zich als kandidaat in strijd met de opvatting over de vrouw. Dat zij dat kunnen wordt van de SGP gevergd.
De situatie is niet hetzelfde als met de SP die een neoliberaal zou kandideren. Een neoliberaal verkondigt, neem ik aan, niet de SP-opvattingen over het neoliberalisme. Bovendien wordt van de SP niet gevergd in strijd met de SP-beginselen neoliberalen die zich ook naar het neoliberalisme gedragen – bedenkt u maar wat - het recht op kandidaatstelling namens de SP toe te kennen. Dat neoliberalen kandidaat voor de SP kunnen zijn wordt niet van de SP gevergd.
Rob Kooijman
Prof. Loonstein & het argumentum ad Hitlerum
Net verschenen....
Het hbo wordt kenmerkt door onterecht uitgedeelde diploma’s, structurele fraude met overheidsgelden en een bestuurlijke graaicultuur. Kortom: het hbo is failliet! Dat lijkt de conclusie na de stroom van media-aandacht waarin het hbo zich voorjaar 2011 mocht verheugen. Kranten, tijdschriften en televisieprogramma’s buitelden over elkaar heen om de wantoestanden in het hbo aan de kaak te stellen. Een stoet van deskundigen trok voorbij om het geschetste beeld kracht bij te zetten. Volgens de auteurs is er inmiddels sprake van een media-hype. In deze hype zien we vooral foutieve interpretaties van onderzoeken, gegoochel met cijfers en overhaaste generaliseringen. In dit boek reconstrueren de auteurs op welke wijze deze media-hype heeft kunnen ontstaan. Vier krachtige frames komen samen en leiden zo tot het idee dat het hbo niet deugt. |
Open gezwatel van Wynia
Grunberg is een bebrilde cavia
1. Als ik met mijn linker pink in mijn rechter oor boor, dan verandert Grunberg in een cavia.
2. Ik boor met mijn linker pink in mijn rechteroor.
3. Conclusie: Grunberg verandert in een cavia.
Interview over het 'Arnold Heertje-effect'
Hoe het hbo door de EO werd gemangeld
Interview (Zaanradio)
Hoe het hbo in het NRC werd gemangeld
Het deftige NRC kon niet achterblijven in de spectaculaire berichtgeving over het hbo en zette fors in met een vette kop: het hbo fraudeert al sinds 1984. Historicus Bastiaan Bommeljé mocht op de Opiniepagina uitleggen hoe dat zat. Meteen in de eerste alinea ging het al helemaal fout. “Wie was echt verrast over de twee recente rapporten van de Inspectie van het Onderwijs waarin werd gesteld dat het merendeel van de onderzochte hbo-opleidingen ‘onder de maat’ bleek, zich ‘niet aan de wet hield’ en ‘onzorgvuldig gedrag’ vertoonde (NRC Handelsblad, 29 april)? Wie werd daadwerkelijk overvallen door het bericht dat misschien wel eenderde van alle studenten onterecht een diploma had gekregen en dat de onderwijssituatie op hogescholen ‘zorgelijk’ is, of ten minste ‘aanzienlijke tekortkomingen’ vertoont?”
Bommeljé stelde verder dat de onderwijsinspectie en de NVAO in 2008 met elkaar in conflict raakten. Het hbo-niveau zou op veel door de NVAO 'geaccrediteerde' pabo-opleidingen niet voldoende gegarandeerd zijn. Volgens de NVAO is dat onjuist. "De NVAO heeft pas begin 2009 de pabo’s beoordeeld op basis van de ingediende visitatierapporten. Ondanks de positieve rapportages heeft de NVAO in juni 2009 besloten zeven opleidingen niet te accrediteren, omdat twijfel bestond over de borging van het hbo-niveau."
Hoe het hbo door Elsevier werd gemangeld
Voor meer ongenoegen over dit artikel: zie hier.
Heertje vs. Kinneging
Hoe schrijf ik een recensie in 5 minuten (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 3)
We gaan nu een Bleichje doen. Ik heb haar column overgenomen en enkel de namen gewijzigd. Binnen vijf minuten was ik klaar. Wie een recensie in vijf minuten wil schrijven, hoeft alleen maar de schuingedrukte woorden aan te passen. Een kind kan de was doen.
Irrationaliteit als uitgangspunt (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 2)
In de recensie in de Volkskrant verkondigde Bleich, zoals gezegd, een fiks aantal onjuistheden over mijn boek. Het leek me wenselijk een en ander te corrigeren en daarom ik stuurde een briefje naar de Volkskrant. Mijn kanttekeningen: mijn boek ging helemaal niet over columnisten; ik heb geen aanvaring met Heertje over de juridische opleiding; ik gebruik wel degelijk argumenten om te bewijzen dat de argumentatie van Truijens niet deugt. (Vooral dat laatste lijkt me nog al fundamenteel als een boek over argumenten gaat.)
Wel, de Volkskrant vindt dat alles niet van belang. Nu is het buitengewoon naïef te veronderstellen dat mijn correctie zin heeft. Elk weerwoord van mijn kant is en blijft per definitie verdacht. En wat kun je verder verwachten als iemand zo irrationeel denkt en schrijft als Bleich.
En bovendien moet ik niet zeuren. Want Bleichs recensie belichaamt precies mijn bezwaren tegen media-intellectuelen. Ze leverde geen enkele inhoudelijke kritiek. Sterker nog, ze vertoonde al trucjes van de media-intellectuelen: val een andersdenkende persoonlijk aan; maak zijn motieven verdacht en breng alle complexiteit terug tot een hapklare mediabrok. En vooral géén inhoudelijke analyse, want dan moet je toch met (een paar) argumenten komen. Precies mijn verwijt aan Heertje en de andere intellectuelen.
Wat ik verder opvallend vind, is dat Bleich – en zij is helaas niet de enige - niet in de gaten heeft dat het bij informele logica niet om inhoudelijke standpunten gaat, maar om de argumentaties die ten grondslag liggen aan die inhoudelijke standpunten. Dat is op z’n minst merkwaardig.
Oei, wat was ze boos (Bleich over Het Arnold Heertje-effect 1)
“Wat bezielt iemand om de immer genuanceerde Aleid Truijens af te schilderen als een representant van ‘Geen Stijl voor veertig plus’?”, brieste Anet Bleich in de Volkskrant (16 april 2011). Bleich, die ik overigens in mijn boek bekritiseer vanwege haar belabberde argumentatie (zie p. 118), mocht in de Volkskrant afrekenen met mijn boek: “een droeve mislukking”. Normaal gesproken moet ik een tekst analyseren om te laten zien in welke passages de drogredenen verpakt zitten. In de recensie van Bleich is de drogreden echter tot uitgangpunt verheven en dat is op zichzelf wel weer origineel. Maar dat compenseert helaas niet de opeenhoping van de aaneengeregen reeks onzinnigheden.
Zelfs bij de titel van de recensie, ‘Tegen columnisten’, gaat het al meteen fout. Columnisten? Tja, daar ging het boek dus niet over. Het gaat over intellectuelen die vaak in de media en het publieke debat domineren. Ze verschijnen in ‘De Wereld Draait Door’, in ‘Het Buitenhof’, in ‘Pauw & Witteman’ en, inderdaad, een aantal schrijft ook columns. Kennelijk was dit detail - het onderwerp van het boek – Bleich enigszins ontgaan. (Maar ze jokt wel vaker, naar het schijnt.)
In de openingsalinea kwam Bleich aanzetten met De Gaulle, die een halve eeuw geleden een pleidooi hield voor een zelfstandige Franse atoommacht. Uhh, ja… wat moet ik over dit omgevallen-boekenkast-weetje zeggen, behalve dan dat deze wijsheid meer dan een kwart van de recensie besloeg? Volgens Bleich roept het pleidooi om zich tegen iedereen te verdedigen een sterke associatie op met mijn boek. Nu weet ik niet wat er in Bleichs hoofd allemaal bij en met elkaar geassocieerd wordt, maar na de eerste alinea was ik in elk geval het spoor al volledig bijster. Ik analyseer argumentaties aan de hand van logica, zoals ik letterlijk op de eerste pagina van het boek schrijf, maar volgens Bleich ben ik mij kennelijk aan het verdedigen of zoiets. Tegen wie eigenlijk? Of wat?
De recensie werd steeds wonderlijker. In de tweede alinea probeerde Bleich het boek in een politiek moeras te duwen. Ik zou de oorlog hebben verklaard aan columnisten (?) uit alle politieke richtingen. Alle politieke richtingen? Dit is een volstrekt irrelevante opmerking, die bovendien ook nog eens onwaar is. Irrelevant, want de politieke signatuur van de lieden die ik bespreek, is mij werkelijk om het even. Het boek gaat over argumentaties. Het gaat om opinieleiders die luid en duidelijk in de media hoorbaar zijn. Dat is het criterium. Maar bovendien is de opmerking ook nog onjuist. Ellian zit (neem ik aan) op de rechterflank en Kluun gaat op de spirituele toer, maar voor de rest zijn de hoofdpersonen toch allemaal linkse vrindjes van Bleich. Of ze behoren tot haar politiek verwante kliekje. Niks alle politieke richtingen.
Maar goed, nadat ik ineens met De Gaulle op schoot zat, bleek ik vervolgens een aanvaring te hebben gehad met Heertje over de kwaliteit van juridische opleidingen. “Laat Ritzen nu toevallig rechtspsychologie doceren aan een hogeschool”. Dat is bijzonder interessant, alleen al vanwege het feit dat een aanvaring met Heertje over de juridische opleidingen op de een of andere merkwaardige wijze mij volledig is ontgaan. Maar al was er sprake van een persoonlijke afrekening (in pakweg 16 pagina’s), dan ligt de vraag toch tamelijk voor de hand waarom ik die andere tweehonderd pagina’s heb geschreven.
Het kan nog erger. Bleich wilde weten wat iemand “bezielt om de immer genuanceerde Aleid Truijens” te bekritiseren. Mijn eerste reactie is dan: lees hoofdstuk 9, want die gaat helemaal over de vreemde gedachtekronkels van Truijens. Het is natuurlijk ieders goed recht om het daar inhoudelijk niet mee eens te zijn, maar Bleich beweert gewoon dat er geen argumenten worden gegeven. Ik gebruik één oneliner en vervolgens krijst Bleich dat dit in de plaats komt van argumenten. Dat een heel hoofdstuk de uitwerking van die oneliner is, blijkt ze over het hoofd te hebben gezien.
Als het boek echt zo’n droeve mislukking is, moet het toch niet erg moeilijk zijn om uit de vijver van pakweg driehonderd kritiekpunten op de media-intellectuelen er ééntje uit te vissen en inhoudelijk aan te tonen dat mijn kritiek niet deugt. Bijvoorbeeld waarom een zekere Anet Bleich in de discussie met Zwagerman de plank niet volledig missloeg. Maar daar had Bleich dus duidelijk geen zin in. Ze ging enkel voor de persoonlijke aanval. En zelfs in de laatste alinea perste ze nog even snel een drogreden uit haar pen met een pot-verwijt-de-ketel-argument.
Mijn boek is een analyse van betogen van intellectuelen waarin voortdurend op de man wordt gespeeld en de feiten worden verdraaid. Hoe ironisch! Mijn boek wordt besproken door iemand die louter op de man speelt en de feiten verdraait.
De kern van het boek is dat deze intellectuelen het publieke debat blokkeren (p. 35), maar voor Bleich is dat allemaal geen belangrijke informatie. Van de 257 woorden, die de recensie telde, gingen er welgeteld 56 over de inhoud van het boek. De rest van haar recensie ging over De Gaulle en probeerde zij mijn zielenleven te analyseren. Is Bleich een recensent of een therapeut? Ik vrees dat ze op alle fronten dan een mislukking is.
De retorisch sterke blunder van Moskowicz
Moskowicz noemde in het Wilders-proces getuige Hendriks een leugenaar. Bovendien beschuldigde hij hem van meineed, omdat hij in de rechtbank iets anders zei dan in de media. Dat deed getuige-deskundige Hans Jansen ook, maar volgens Moskowicz stond Jansen onder ede. Dat is, wat (volgens de advocaat) telt.
In Pauw & Witteman (15 april 2011) wees Hendriks op deze merkwaardige inconsistentie in het betoog van de advocaat. Moskowicz reageerde door te wijzen op een politieke uitspraak van Hendriks over Hamas. Kortom, een antwoord dat kant noch wal raakte.
Analyse. Het gaat hier om twee drogredenen. De eerste is de inconsistentie in de argumentatie van Moskowicz, waarop Hendriks terecht wees. De tweede is de persoonlijke aanval aan het adres van Hendriks.
Retorisch gezien is het echter een sterke zet van Moskowicz. Zijn beschuldiging over de meineed sloeg - juridisch gezien - helemaal nergens op. Toen hij daarmee werd geconfronteerd, bracht hij een volstrekte absurditeit naar voren (in dit geval over Hamas). Met succes, want de aandacht werd in een klap verlegd.
(Experimenten uit de sociale psychologie laten zien dat dit mechanisme werkt. Enkele personen moesten iets stelen en werden daarbij betrapt door de winkelbediende. Op dat moment moesten ze dan een opmerking maken die in die context volstrekt bizar was. Het gevolg was wel dat ze de winkel moeiteloos konden verlaten.)
Sarkozix - nu is ook het tweede deel uit.
Inmiddels is het tweede deel van Sarkozix verschenen. De strip is een heerlijke parodie op Sarkozy en grossiert - net als het eerste deel - weer in een aantal zeer sterke persoonlijke aanvallen. Dit keer is Carla Bruni wat meer prominent in beeld. De effectiviteit van cel- en taakstraffen (15.4.2011)
Gepikeerde Heertje wenst geen spijkers met koppen te slaan
Het befaamde radioprogramma 'Spijkers met Koppen' leek het een aardig idee om met Heertje en ondergetekende te laten discussieren over het boek 'het Arnold Heertje-effect'. Zelf vond ik dat uiteraard een briljant idee. 








