Ellian en de overhaaste generalisatie

Afshin Ellian, hoogleraar aan de Leidse rechtenfaculteit, reageerde in de Volkskrant (28 juni 2007) op enkele uitlatingen van Nederlandse juristen. Naar aanleiding van de kritiek op Nederlandse militairen in Irak hadden deze deskundigen kritische opmerkingen gemaakt over de handelwijze van militairen. Willem van Genugten (hoogleraar internationaal recht UvT), Menno Kamminga (hoogleraar internationaal recht UM), Simone Eijsink (Clingendael), Mischa Wladimiroff (internationaal strafrechtadvocaat) en Heikelien Verrijn Stuart (Adviesraad voor Internationale Vraagstukken) sloegen de plank in de ogen van Ellian volledig mis. “Door hun onvoorzichtige uitlatingen van deze juristen is het vertrouwen in de rechtsgeleerdheid ernstig geschokt. Het gaat hier om ernstige beschuldigingen: Nederland zou misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Namens ons zou de krijgsmacht de juridische en morele grenzen hebben geschonden”, aldus Ellian. Alleen de Amsterdamse hoogleraar militair recht, Terry Gill, beschikte volgens Ellian over distantie en gezond verstand.
Deze casuïstiek moet volgens Ellian aanleiding zijn voor de rechtenfaculteiten en NWO om de pluriformiteit binnen de club van het internationaal recht te bevorderen. “Niets is slechter voor de ontwikkeling van de wetenschap dan groepsdenken. Veel internationaalrechtelijke deskundigen benaderen de mensenrechten sektarisch en quasireligieus. Het toelaten van tegendraadse geleerden tot de club van het volkenrecht zou heilzaam zijn. Het is voor geleerden gezond door tegenspraak tot nadenken te worden aangezet.”
Analyse. Ellian haalt vier wetenschappers aan van wie er drie iets beweren dat volgens Ellian onjuist is. De vierde wetenschapper treft volgens Ellian geen blaam. Vervolgens spreekt hij van groepsdenken binnen de club van internationaal recht. Aangezien het gaat over drie van de vier aangehaalde wetenschappers, kun je moeilijk van groepsdenken spreken. Hier is sprake van een overhaaste generalisatie.
Dit type drogredenen noemt men ook wel secundum quid.