Heertje en de persoonlijke aanval (1)

Prof. Heertje wijst in tal van publicaties voortdurend op het gebrek aan persoonlijke integriteit van het schoolmanagement: ze graaien, bedriegen en intimideren. Zo ook in Trouw (23 oktober 2006 en 8 augustus 2007). "Managers zijn veeleer gebiologeerd door hun eigen bonusregeling en gouden handdruk bij vertrek. (...) Elke beheerder, die buiten de deur wordt gezet, levert een positieve bijdrage aan ons onderwijs." De kwaliteit van het onderwijs wordt hierdoor aangetast.
Heertje definieert nergens het begrip 'kwaliteit'. Naar aanleiding van dat verwijt (zie mijn stuk in Trouw op 7 november 2007) verwees hij naar zijn boek 'Echte economie' en stelde hij dat ik evenmin een definitie van kwaliteit gaf. (In zijn boek staat echter nergens een definitie over de kwaliteit.)
Analyse. Het verwijt dat ik geen definitie van kwaliteit geef, is een jij-bak (de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet). Of ik nu wel of geen definitie van dat begrip geef, is absoluut geen reden om het verwijt van de hand te wijzen. Heertje schrijft voortdurend over de kwaliteit en laat ook voortdurend in het midden wat hij daarmee bedoelt. (Overigens geef ik in mijn boek 'Deugt ons onderwijs? Over rechtvaardigingen' wel degelijk een definitie, maar dit terzijde.)
Heertje, zo liet hij mij per fax weten, wil in verband met mijn "intellectuele tekort" niet met mij publiekelijk discussieren.
In potjeslatijn heet deze drogreden tu quoque. Kenmerkend voor dit type is dat er gewezen wordt op een tegenstelling tussen ideeën en handelwijze van de tegenstander, zowel in het heden als verleden. De beste strategie om hierop te reageren is volmondig toe te geven dat men er eerst anders over dacht en vervolgens weer terug te gaan naar het oorspronkelijke geschil.

© 2007 R.G.M. Ritzen