Heertje en de persoonlijke aanval (2)

Prof. Heertje schrijft in zijn column op www.RLT.nl (7 november 2007) over de tekortkomingen van de voorzitter van de HBO-Raad, Doekle Terpstra. “Hij behartigt de belangen van honderden, deels overbodige managers die de instellingen voor hoger beroepsonderwijs bevolken. De managers verwachten dat Doekle hun destructieve gedrag verhult. Terpstra voldoet aan de verwachtingen door zich verre te houden van de werkvloer van het onderwijs en door als een papegaai luidkeels te roepen wat adjudanten hem influisteren. Van de openhartige en betrokken vakbondsman is niets meer over. Hoewel hij geen kennis heeft van het onderwijs, matigt hij zich een oordeel aan over leraren, alsof hij jaren voor de klas heeft gestaan.”
Terpstra, zo fulmineert Heertje, is blind voor de protesten van de leerlingen, de zorgen van de ouders en de klachten van de samenleving. Hij weigert de werkvloer op te zoeken van de aan hem toevertrouwde instellingen, waarvan “verscheidene de formele karakteristieken van een criminele organisatie hebben. Zij zijn vergiftigd door spookvakken, cadeaupunten en spookcijfers.”
Analyse. Terpstra wordt hier weggezet als een onbetrouwbaar individu, die niet gehinderd wordt door enige vorm van kennis en anderen napraat. De boodschap van Heertje is helder: deze man hoeven we niet (meer) serieus te nemen. Het enige inhoudelijke argument staat op het einde van column: “de voorkeur van Terpstra voor inhoudsloze coaches in het onderwijs staat haaks op de eisen, die een geavanceerde kenniseconomie stelt.” Nadere argumentatie ontbreekt. Drogrenenen als deze noemt men ook wel argumentum ad hominem. De variant is de directe (abusive) persoonlijke aanval.

© 2007 R.G.M. Ritzen