Heertje en het argumentum ad misericordiam

In zijn column voor RLTZ (22 augustus 2007) spreekt prof. Heertje over de agressieve reacties van onderwijsmanagement. “De aanwijzingen dat het Kabinet de scheefgroei in de verhouding van management en primair onderwijsproces aanpakt nemen toe. Op de werkvloer wordt een perspectief op betere tijden voelbaar. De agressieve reacties van het management, zoals van de zijde van de Fontys Hogeschool in Trouw van 8 augustus vat ik op als een positief signaal.”
In Trouw stond op 8 augustus één artikel, overigens van mijn hand, waarin gereageerd werd op een stuk van Heertje in de Opiniepagina van Trouw van 6 augustus. Daarin werd Heertjes kritiek op de onderwijsmanagement besproken.
Analyse. Heertje maakt zich schuldig aan een argumentum ad misericordiam. Heertje wordt in dat artikel verweten dat hij een aantal beweringen doet, die hij nergens onderbouwt. Hij geeft vervolgens – in zijn column – niet de gevraagde onderbouwing. De verdediging bestaat enkel uit de verontwaardiging dat hij agressieve reacties van het management krijgt.
De toevoeging ‘management’ is pure retoriek. Heertje weet dat de schrijver geen manager, maar docent is. Door de schrijver echter als manager op te voeren, kan hij de argumenten van de schrijver gemakkelijk verdacht maken. De schrijver is immers één van de graaiers, die het onderwijs kapot maken. “U maakt generaties studenten kapot”, beet Heertje me eens per fax toe.
Wat was de agressieve reactie van de manager (die geen manager is)? Zie hieronder de volledige versie van het stuk in Trouw:

Onderwijsmanagers intimideren docenten die zelf het onderwijs willen inrichten; ze koesteren hun gouden handdruk; ze verwaarlozen de kwaliteit van het onderwijs; ze schrijven spookstudenten in en geven die spookcijfers. Althans, dat beweert professor Arnold Heertje in Trouw (Podium, 6 augustus). Het is een riedeltje verwijten dat hij wel vaker afdraait.
Er valt feitelijk nogal wat af te dingen op zijn kritiek. Wat betreft het niveau van het onderwijs: de cijfers zijn niet eenduidig. Tegenover alarmerende onderzoeksresultaten staan evenveel cijfers waaruit het tegendeel blijkt. Onder meer het gegeven dat tussen 1988 en 2002 het onderwijsniveau van alle leerlingen is verbeterd. Wat betreft het niveau van docenten: zonder blikken of blozen beweerde Heertje onlangs dat bijna de helft van de hbo-docenten niet eens een hbo-opleiding genoten heeft. Dat kan niet kloppen.
Zijn managers in het onderwijs arrogant? Hoe arrogant was het van docenten om twintig jaar geleden volledig te negeren dat slechts driekwart van de leerlingen zich in het middelbaar onderwijs thuisvoelde?
Heertje wijst voortdurend op het gebrek aan persoonlijke integriteit van het management: ze ’graaien, bedriegen en intimideren’. Wie een hele doelgroep zo diskwalificeert, moet de integriteit opbrengen om dat met wetenschappelijk verantwoorde cijfers te staven. Graaigedrag komt in alle maatschappelijke geledingen voor en het onderwijs is daarbij helaas geen uitzondering. Wijzen op incidenten, Heertjes tactiek, is dus niet voldoende. Spreken over ’de managers’, ’managers’ en ’management’ is vaag taalgebruik.
Heertjes wijst voornamelijk op het gedrag van (een paar?) managers, individuen. Hij heeft het over managers die een Jaguar leasen in plaats van het geld aan het onderwijs te besteden. Alsof een ‘Fiatlease’ een andere onderwijspraktijk oplevert. Niet om die praktijken goed te praten, maar het is eenvoudigweg niet de kern van de zaak.
De crisis in het onderwijs heeft te maken met de legitimatiecrisis van waarden en normen. Het is deze discussie, door de ministers Deetman en Ritzen op de agenda gezet, die weer nieuw leven ingeblazen moet worden. Waar ik in elk geval geen behoefte aan heb, is de respectloze toon richting managers. Stevige kritiek mag, mits die relevant onderbouwd is.
Ron Ritzen, docent en filosoof.


© 2007 R.G.M. Ritzen