Kamp en het loochenen van een vooronderstelling?

Foto: Geen boerka - beeldengroep Zwinger in Dresden © 2006 R.G.M. Ritzen

Het kamerlid Kamp (VVD) wil een verbod op de boerka. Dat verbod is nodig vanwege de veiligheid. Bovendien voelen autochtonen zich geïntimideerd. Gevraagd naar het verschil met het voorstel van Wilders, die al eerder zo’n verbod wilde, stelde Kamp dat het voorstel van Wilders discriminerend was. Kamp wilde een algemeen verbod op gezichtsbedekking, dus ook bivakmutsen.
Analyse. Ontkent Kamp een verzwegen vooronderstelling, als hij zich verdedigt door erop te wijzen dat hij niet de boerka, maar enkel gezichtsbedekking (waaronder dus ook de boerka valt) wil verbieden? Of moeten we uitgaan van de neutrale formulering ‘gezichtsbedekking’ en is het verwijt van discriminatie onterecht?
Wat voor het verwijt van discriminatie pleit, zijn de volgende overwegingen:
Een exclusief verbod voor boerka’s is juridisch gezien niet haalbaar, zo bleek vorig jaar toen een wetsvoorstel over zo’n verbod geen kamermeerderheid haalde. Kamp moet dus wel opteren voor een neutrale bewoording. Het punt is echter dat zijn nota uitsluitend over inburgering en migratiepolitiek gaat. Het onderwerp veiligheid komt slechts zijdelings en incidenteel ter sprake. Om dan het neutrale karakter van die maatregel te benadrukken, is gezien de context op z'n minst dubieus.
Laten we eens van het uitgangspunt van Kamp: zijn voorstel betreft uitsluitend de veiligheid. Theoretisch zijn er immers tal van scenario’s denkbaar die de veiligheid kunnen bedreigen: in kinderwagens kunnen explosieven verborgen worden; in tassen kunnen wapens en granaten vervoerd worden etc. Moeten die dan niet ook verboden worden? (Ter verdediging van Kamp: in zijn nota worden deze punten ook niet uitgesloten.) In zijn nota geeft Kamp in elk geval geen indicatie dat gezichtsbedekking heeft geleid tot gevaarlijke situaties en dat er aanwijzingen zijn dat dragers van burka's in Nederland in de toekomst een reëel gevaar vormen (door bijv. explosieven te verbergen onder de burka).
Wat tegen verwijt van discriminatie pleit, is - volgens Kamp zelf – dat hij slechts in neutrale bewoordingen over het verbod van gezichtbedekking spreekt. Maar dit is geen sterk argument, want dat argument is zelf onderdeel van de discussie.
Als we de balans opmaken, dan kunnen we stellen dat deze doorslaat naar dat stelling dat Kamp ten onrechte een vooronderstelling loochent.