Mees en de overhaaste generalisatie

Foto: New York © 2006 R.G.M. Ritzen

De columniste Heleen Mees stelt dat het rookverbod in New York heeft geleid tot een opleving van de New Yorkse horeca (NRC, 30 november 2007). "Hoewel het plan van Bloomberg (de burgemeester die in 2003 het rookverbod voor de New Yorkse horeca heeft ingesteld, RR.) aanvankelijk erg omstreden was - en tegen-standers de ondergang van de New Yorkse horeca voorspelden - is het tegendeel waar gebleken. Bij hippe New Yorkse cafés en restaurants moeten tafels weken van te voren worden gereserveerd. Bij barbistro Pastis in het populiare Meatpacking District loopt de wacht-tijd voor een tafel op zondagochtend makkelijk op tot twee uur."
Analyse. Een rookverbod leidde niet tot een ondergang, maar zelfs tot een opleving van New Yorkse horeca. Het bewijs is dat “bij hippe cafés tafels weken van te voren gereserveerd moeten worden” en dat op “zondagmorgen de wachttijd oploopt tot twee uur” bij een specifieke bistrobar. Dit alles overtuigt niet. Mees heeft het over hippe cafés en restaurants en over een bar die in Meatpacking District ligt. Beide categorieën zijn niet representatief voor alle (dus ook: reguliere) cafés en restaurants. Want niet alle restaurants en cafés zijn hip. De situatie in Meatpacking District is als gevolg van de sterk gewijzigde demografische omstandigheden al helemaal niet vergelijkbaar met de rest van New York. Hooguit met Harlem, enkele decennia geleden.
Maar nog los hiervan, is een vergelijking alleen mogelijk als men beschikt over eerdere cijfers. Die geeft Mees niet. En zelfs als men beschikt over die cijfers, is een vergelijking alleen mogelijk als alle overige relevante omstandigheden vergelijkbaar zijn. Dus niet in het geval van het Meatpacking District dat sinds enkele jaren een gigantische facelift krijgt.
De conclusie dat er een sprake is van een opleving, kan niet afgeleid worden uit de premissen die Mees opsomt.
Kortom, er is sprake van een overhaaste generalisatie.