Plasterk en de categoriefout

Minister en voormalig hoogleraar Plasterk beet een andere voormalig hoogleraar ethiek, Heleen Dupuis, ooit eens toe, dat haar vak niets met wetenschap te maken heeft. “Als het om ethische kwesties gaat, kun je net zo goed naar het publiek in Het Lagerhuis luisteren als naar Heleen Dupuis. Ethische kwesties kan een taxichauffeur net zo goed beoordelen als een professor in de ethiek. Ethiek is geen wetenschap die gebaseerd is op onderzoek, maar gewoon op gevoel.” (Citaat uit Elsevier, 10 november 2007, p. 29).
Analyse. Er is een verschil tussen het vellen van morele oordelen en het bestuderen daarvan. Iedereen velt morele oordelen (ik vind het niet goed dat…..). Ethici onderzoeken die ethische opvattingen, analyseren de grammatica van morele uitspraken, bestuderen de ontwikkeling van het denken over goed en kwaad in de geschiedenis etc. Er zijn dus twee categorieën, namelijk de categorie van de morele oordelen en de categorie waarin die morele oordelen onderzocht worden. Plasterk gooit deze categorieën op één hoop en maakt zich daarom schuldig aan een categoriefout. Weet een taxichauffeur net zoveel van ethiek (bijv. de geschiedenis van het ethisch denken) als een hoogleraar ethiek? Uiteraard niet. Wat Plasterk eigenlijk bedoelt, is dat op het niveau van het vellen van morele oordelen een ethicus niet meer te bieden heeft dan een taxichauffeur. De fout die hij vervolgens maakt, is daaruit vervolgens af te leiden dat een taxichauffeur dus (!) evenveel kennis heeft van ethische kwesties (dus de grammaticale structuur van de uitspraak ‘Ik heb respect voor jouw mening’, de ethiek van Kant etc.). Op de achtergrond speelt wellicht het emotivisme een rol. Een aantal filosofen is van mening dat morele oordelen niet meer zijn dan verwoordingen van emoties. En van emoties kun je niet zeggen dat ze goed of verkeerd zijn. Die opvatting, het emotivisme, is overigens niet bedacht door een taxichauffeur, maar door de Britse filosoof Alfred Ayer.

© 2007 R.G.M. Ritzen