Truijens en de ignoratio elenchi

Truijens wist op 23 juni 2007 in de Volkskrant te melden dat de rekenaardigheid van pabostudenten bedroevend is. Zo bleek een kwart van de pabo-eerstejaars niet op het niveau van een goede leerling in groep 8 te kunnen rekenen. “In het Journaal zeiden schattige meisjes snikkend dat de toets ondoenlijk was. Ze waren dol op kinderen, voelden zich een juffie in hart en nieren. Maar dat verdomde rekenen. Nu was hun droom vervlogen. Het was treurig om te zien. Weer 2.500 zielen voor het onderwijs verloren. Er meldden zich toch al minder pabo-studenten aan dan vorig jaar. (….) Voor het eerst in jaren werd ernst gemaakt met het vermoeden dat het de basiskennis op de pabo’s, en wellicht in het hele hbo, bedroevend is. Een lichtpuntje: het dalende niveau kan nu niet langer als borrelpraat van verzuurde intellectuelen worden afgedaan.”
Analyse. Een wonderlijke column. Zij maakt zich schuldig aan een ignoratio elenchi: dat wil zeggen dat haar argumentatie in het stuk voortdurend verschuift. Truijens begint met de constatering dat slechts 75% van de eerstejaars pabostudenten de gewenste rekenkunsten op voldoende niveau vertoont. Vervolgens stelt ze dat het niveau daalt. Dat is onlogisch. Om van een daling te kunnen spreken, moet je de ‘75 procent’ kunnen vergelijken met oudere cijfers en die geeft (en heeft) Truijens niet.
Feit is dat in 1988 een debat in de Eerste Kamer plaatsvond over het bedroevende kennisniveau van de pabostudenten. Uit een enquête onder 300 pabodocenten, eind jaren tachtig, bleek dat zij van mening waren dat pabostudenten steeds minder over intellectuele vaardigheden beschikten. Ook zou het opleidingsprogramma een te laag niveau hebben. Kennelijk was het niveau toen ook al (te) laag.
Daarna maakt ze in haar stuk de overstap van ‘daling van de rekenvaardigheid’ naar ‘daling van het kennisniveau’. Vervolgens wordt zonder nadere toelichting het hele hbo gediskwalificeerd. De toevoeging ‘wellicht het hele hbo’ is slechts retoriek.
De conclusie dat het dalende niveau niet meer kan worden afgedaan als borrelpraat van verzuurde intellectuelen, volgt hoe dan ook niet uit de feiten die Truijens in haar stuk aanhaalt. Het ging om de rekenvaardigheid van eerstejaars pabostudenten en het eindigt uiteindelijk bij verzuurde intellectuelen. Bijna twintig jaar geleden bleek slechts 43 procent (!) van de pabostudenten rekenopgaven van een toets op het niveau van de hoogste groep van het basisonderwijs goed te kunnen maken.

© 2007 R.G.M. Ritzen