Van Ooijen en het ontduiken van de bewijslast

Criminoloog Jan Dirk de Jong begaat volgens cultureel antropoloog Huug van Ooijen de fout ernstig afwijkende culturele patronen bij Marokkaanse jongeren te bagatelliseren (de Volkskrant, 27 november 2007). De Jong heeft een proefschrift geschreven (Kapot Moeilijk) en daarin betoogt hij dat het criminele gedrag van groepen Marokkanen in Nederland veelal ten onrechte als een product van hun cultuur bestempeld wordt. Volgens hem voelen deze jongens zich afgewezen omdat Nederlanders hen zien als ‘kut-Marokkanen’ of ‘Marokkaanse straatterroristen’. Daardoor zijn zij sterker op elkaar aangewezen en raken zij verstrikt in hun straatcultuur, hetgeen kan uitmonden in vijandschap naar buiten toe en heftig delinquent groepsgedrag.
Van Ooijen bestrijdt deze opvatting. “Van de Marokkaanse cultuur in Nederland heeft hij (De Jong, RR.) geen verstand.” (…) “Het publiekelijk ontkennen en bagatelliseren van ernstig afwijkende culturele patronen van etnische minderheidsgroepen is altijd een belangrijk, inmiddels uitgewerkt, element geweest van onze nationale polderidentiteit. In die zin is Jan Dirk de Jong een echte ‘kaas’ in Marokkaanse termen, angstig als hij is te stigmatiseren.“
De Jong is “met een aantal van hen zelfs, zoals hij zelf beschrijft, ‘vrienden’ geworden en lijkt daarmee in een bekende sociaal-wetenschappelijke valkuil te zijn gelopen door onvoldoende afstand te nemen van de onderzoeksgroep.”
“Van hem is geen analyse te verwachten van de migratiegeschiedenis van Marokkanen in Nederland. En toch weet hij zeker dat cultuur geen verklaring biedt voor het gedrag van Marokkaanse jongens. Merkwaardig genoeg ondergraaft zijn boek zijn eigen stelling. De Jong schetst daarin een levendig beeld van een groep slecht georganiseerde vechtlustige ‘macho’s’ met een grote bek en een kort lontje, hunkerend naar status en eer, vol van haat en wantrouwen naar de samenleving en haar instituties. Laten dat nou net eigenschappen zijn die voor een belangrijk deel overeenkomen met de culturele bagage die hun ouders hebben meegenomen uit het oerconservatieve Rifgebied. Een streek waar stamdenken, eer, fatalisme en een diepgewortelde argwaan tegen de boze buitenwereld een grote rol speelde en speelt. Elke sociale wetenschapper zou toch moeten weten dat men deze eigenschappen alhier in Nederland in isolement en in reactie op een moreel vijandig geachte samenleving verder heeft ontwikkeld. Het is niet meer dan logisch dat deze verongelijkte mentaliteit is doorgegeven aan de kinderen, waarvan een deel er een overlastgevende en delinquente interpretatie aan meent te moeten geven. De Jong wil het blijkbaar niet weten.”
Al met al heeft De Jong een “onnozele en bijziende pen”.
Analyse. Eerst stelt Van Ooijen dat De Jong geen verstand heeft van de Marokkaanse cultuur (directe persoonlijke aanval). Vervolgens wordt het motief van De Jong verdacht gemaakt: hij is bang om te stigmatiseren (indirecte persoonlijke aanval).
Heeft Van Ooijen ook nog argumenten waaruit blijkt dat de analyse van De Jong onjuist is? Van Ooijen stelt dat de mentaliteit van de jonge Marokkanen niet anders is dan de mentaliteit die hun ouders ook hebben. Het is “niet meer dan logisch” dat de ouders die mentaliteit hebben doorgegeven.
Van Ooijen geeft feitelijk geen echt tegenargument. Hij wijst op een alternatieve verklaring, maar daarmee is niet aangetoond dat De Jong het dus aan het verkeerde eind heeft. Van Ooijen zelf stelt dat zijn verklaring ‘niet meer dan logisch’ is. Logisch moeten we opvatten in de zin van dat het ‘vanzelfsprekend is dat….’. Maar stellen dat iets vanzelfsprekend is, impliceert niet dat het waar is. Als het hierbij blijft, ontduikt hij de bewijslast. Datzelfde geldt voor de zinsnede “elke sociale wetenschapper zou toch moeten weten dat….”. Ook hiermee ontduikt hij vooralsnog de bewijslast.
Nog afgezien van het bovenstaande punt, treft het verwijt dat De Jong zijn eigen stelling ondergraaft geen doel. Van Ooijen wijst enkel op een analogie (tussen de mentaliteit van de ouders en de mentaliteit van hun kinderen).
Verder is het verwijt van vaag taalgebruik op z’n plaats: “(…) De Jong lijkt daarmee in een bekende sociaalwetenschappelijke valkuil te zijn gelopen door onvoldoende afstand te nemen van de onderzoeksgroep.” Lijkt….? Dus niet echt? Maar wat is dan de zin van deze opmerking? Of is deze opmerking puur retorisch bedoeld?
De conclusie is dat Van Ooijen enkel poneert, twee keer een argumentum ad hominem hanteert en – vooralsnog - de bewijslast ontduikt.

© 2007 R.G.M. Ritzen