Blokker en de persoonlijke aanval (2)

Blokker laat de aantijgingen van Zwagerman over de kwestie Sooreh Hera niet op zich zitten en weet te melden (NRC, 4.1.2008) dat Zwagerman uit rancune handelt, omdat hij, De Grote Blokker, zich ooit negatief over Zwagermans presentatiekunsten heeft uitgelaten. Sindsdien is hij de gebeten hond. Ook gaat Blokker nog in op de aantijging dat hij het wel opneemt voor Rushdie, maar ten onrechte niet voor Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera: “maar ik hoef ondertussen aan Zwagerman toch zeker niet uit te leggen waarom ik Rushdie inderdaad van een ander (groter) gehalte vind dan Hirsi Ali, Jamie en Sooreh Hera.”
Analyse. In zijn ingezonden stuk maakt Blokker het motief van Zwagerman verdacht: rancune. En inderdaad hoeft Blokker niet uit te leggen waarom hij Rushdie beter vindt. Dat was Zwagermans vraag ook niet. Wel wilde Zwagerman weten waarom Blokker Rushdie wel en de anderen juist niet verdedigde. (Dat was overigens een terechte vraag, los van het feit dat Zwagerman vervolgens zelf een psycho-bla-bla antwoord gaf. Zie aldaar.)

© 2008 R.G.M. Ritzen