Kamp en het hellend vlak

December 2007 kwam de KNMG met een richtlijn over de behandeling van moslima’s door mannelijke gynaecologen. Kamp (VVD) was het niet eens met het advies waarin gepleit wordt rekening te houden met de wensen van moslima’s die niet behandeld willen worden door mannelijke gynaecologen. “Vrije artsenkeuze is acceptabel tenzij die keuze ten koste gaat van de kwaliteit en de efficiëntie in de gezondheidszorg”, aldus Kamp in Nova (17.12.07). “Hier zie je een kleine groep die zich niet wenst aan te passen aan de Nederlandse samenleving. En die groep gaat eisen stellen waardoor wij in de problemen gaan komen. Het begint bij een vrouwelijke gynaecoloog, dan een anesthesist, en dan een röntgenoloog, een verpleger aan het bed, dan iemand op de ambulance. En zo raken we steeds verder in het slop. Ik denk dat we dit gewoon niet moeten accepteren.”
“Het probleem zit natuurlijk bij een kleine groep orthodoxe moslims, die niet willen dat vrouwen door mannen geholpen worden. Maar het stelselmatig weigeren van hulp door die mannen leidt ertoe dat we altijd op alle niveaus bij alle specialismen vrouwen beschikbaar moeten hebben. En ik denk dat we daar absoluut niet aan moeten beginnen. Als je niet door een man geholpen wil worden, dan moet je maar naar je eigen land gaan.”
Analyse. De discussie ging over de vraag of mosilma’s een recht hebben op een vrouwelijke gynaecoloog. Kamp meent van niet, want van het een komt het ander: je moet op alle niveaus bij alle specialismen vrouwen hebben. En dat is iets waar Kamp absoluut niet aan wil. Dit is een voorbeeld van een hellend vlak. Het begon met het behandelen door mannelijke gynaecoloog en het eindigde bij Kamp met de situatie dat op alle niveaus en bij alle afdelingen vrouwen aanwezig moeten zijn. Maar dat laatste is een volstrekt andere discussie.

© 2007. R.G.M. Ritzen