Franzen, false dilemma en de persoonlijke aanval

Frank Franzen, regressietherapeut, is een warm pleitbezorger van alternatieve geneeswijzen (NRC, 20.12.2007). De wetenschap mag dan weliswaar prat gaan op zogenaamde evidence based medicine (EBM), maar de praktijk is weerbarstiger. “Soms heeft men (de arts, RR.) een vermoeden en doet men een educated guess. Soms probeert men een middel uit in de hoop dat de patiënt erop reageert. Zie hier: de glijdende schaal van evidence based handelen, naar second best, via de educated guess, naar alternatieve geneeswijze.”
Het punt is nu, dat de wetenschap bij miljoenen mensen faalt, omdat ze kwalen hebben die niet onderzocht zijn door de wetenschap of omdat er geen medicijnen voor hun ziekte ontwikkeld zijn. Aangezien de wetenschap hen met lege handen laat staan, zoeken deze mensen hulp bij alternatieve genezers. En als* ze vervolgens genezen, blijft de reguliere medische gezondheidszorg de alternatieve geneeswijzen afraden. “Men wil het (succes, RR.) niet weten. Onze gezondheidszorg met zijn miljoenen chronisch zieken heeft oogkleppen voor gekregen door het heersende wetenschapsfundamentalisme.” Dat mensen door handoplegging of gebedsgenezing genezen, is “wetenschappelijk gezien niet interessant, als je tot de fundamentalisten behoort. Maar als we chronisch zieken beter willen maken, moeten we erkennen dat de wetenschap tot hier gefaald heeft.”
Analyse. De eerste argumentatiefout betreft het feit dat Franzen verzuimt een onderscheid te maken tussen de ‘context of discovery’ en de ‘context of justification’. Dat zijn twee verschillende categorieën. Of je nu door een educated guess, een wild guess, een droom of wat dan ook, tot een bepaald vermoeden komt (discovery), maakt niets uit. Dat wordt echter anders als het gaat om een en ander te bewijzen (justification). Dan kun je niet volstaan met de verwijzing dat het om een gok gaat. Onder bepaalde voorwaarden levert Evidence Based-onderzoek betrouwbare resultaten op over de werking van een bepaald medicijn. Dit soort onderzoek mag men vanuit deze optiek niet op een lijn stellen met een educated guess.
Verder poneert Franzen een onjuiste tegenstelling: reguliere wetenschap die niet in staat is miljoenen chronisch zieken te helpen tegenover de alternatieve geneeswijzen, die wel in staat is met succes die zieken te helpen. Bovendien is ‘succes’ een ambivalent concept, dat nadere definiëring behoeft. Iemand kan genezen omdat hij geneesmiddelen slikt die helpen, maar iemand kan ook genezen omdat hij geneesmiddelen slikt die alleen maar helpen omdat de innemer denkt dat het middel helpt. Beide geneesmiddelen zijn ‘succesvol’, maar dat zegt in eerste instantie nog niets over de vraag of het middel ook echt helpt vanwege de werkzame stoffen.
Vervolgens maakt Franzen een hattrick: het succes van de alternatieve geneeswijzen bewijst hij niet, maar hij wijst uitsluitend op de oorzaak van de weigering het succes van de ze geneeswijzen te erkennen: dat is te wijten aan wetenschapsfundamentalisten, die enkel binnen hun zeer beperkte denkkader naar de gezondheidszorg kunnen kijken. Wat dit fundamentalisme inhoudt, blijft in het midden, maar de kwalificatie is uiteraard negatief bedoeld. Het is een ad hominemargument: tegenstanders van de alternatieve geneeswijzen zijn niet in staat buiten hun eigen beperkte kaders denken. Dat gaat kennelijk zo ver dat medici op de koop toenemen, dat de zieken ziek blijven.
(* In de oorspronkelijke versie stond 'hoewel'. Naar aanleiding van de opmerking van dhr. Franzen is dit veranderd in 'als'. Mijn reactie op zijn kritiek volgt nog.)

© 2007 R.G.M. Ritzen