Van Seters en de overhaaste generalisatie

Van het Nederlandse bedrijfsleven valt op het gebied van de duurzaamheid veel goeds te verwachten, aldus Paul van Seters. Hij is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling in Tilburg. In zijn bijdrage in Trouw (31.12.2007) geeft hij enkele voorbeelden waaruit dat blijkt. Tien jaar geleden stonden Greenpeace en Shell als kemphanen tegenover elkaar vanwege Brent Spar. Tegenwoordig werkt Greenpeace met Akzo Nobel samen en de WNF met Essent. Het onderzoek van Ernst & Young over maatschappelijke jaarverslagen laat eveneens een positief beeld zien.
Zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin gaat het goed met de duurzaamheid in het Nederlandse bedrijfsleven, “maar de pavlovreactie hierop in de samenleving blijkt toch nog steeds: het stelt niet veel voor. Neem de reacties op het recent door het accountantsbureau Ernst & Young gepubliceerde onderzoek naar de kwaliteit van maatschappelijke jaarverslagen. Op de website Accountant.nl worden de resultaten van dit onderzoek als volgt samengevat: ‘Veel kwantiteit, weinig kwaliteit (…) De focus is vaak zoek en het pr-gehalte hoog’.”
Seters sluit zijn betoog af met de conclusie dat “in de samenleving de betekenis van deze nieuwe vormen nog steeds niet onderkend wordt, ook niet door de maatschappelijke organisaties zelf.”
Analyse. Waaruit blijkt dat de samenleving deze vormen niet onderkend, maar nog steeds met een pavlovreactie reageert? En hoewel Van Seters spreekt over ‘reacties’, haalt hij slechts één reactie aan, namelijk die welke te lezen is op de website Accountant. Vervolgens concludeert hij op basis van dit ene voorbeeld dat ‘de samenleving’ vindt dat duurzaam ondernemen niet veel voorstelt. Van Seters maakt zich schuldig aan een overhaaste generalisatie.
(Ook inhoudelijk is er een en ander af te dingen op het stuk van Van Seters. Hij haalt een voorbeeld aan waaruit blijkt “hoezeer duurzaamheid in het bedrijfsleven wordt gestimuleerd door de interactie met stakeholders, in het bijzonder de maatschappelijke organisaties. In 1995 stonden Shell en Greenpeace als kemphanen tegenover elkaar vanwege Brent Spar. Nu zie je allerlei samenwerkingsvormen ontstaan.” Met dat voorbeeld slaat Van Seters de plank volledig mis. De beslissing van Shell tot afzinken was ethisch gezien zeer goed te rechtvaardigingen. De beeldvorming daaromtrent was uiterst misleidend en kwam voor een groot gedeelte voor rekening van Greenpeace. Shell deed wat ze moest doen. In Trouw (28.6.1995) heb dit verder beargumenteerd.

© 2008 R.G.M. Ritzen