Sloot en de verabsolutering van een mislukte verdediging

© 2008 futurON (http://www.futuron.net/)

‘Quota voor vrouwen in hogere functies noodzakelijk’, kopte het NRC (27.12.07). Aan het woord is Ben Sloot, hoogleraar rechtssociologie aan de OU. De bezwaren tegen quota “komen voort uit een mixture van koudwatervrees, vooroordelen, onwetendheid, maar vooral uit een ontkenning van de nog veel voorkomende patronen van discriminatie”. Hij bespreekt de drie meest gehoorde argumenten tegen een wettelijke regeling over quota (achterstelling wordt op termijn vanzelf opgeheven; quota werken stigmatiserend en daardoor contraproductief en quota leiden tot bureaucratie). Deze argumenten deugen volgens Sloot niet.
Hij besluit met de conclusie dat politieke daadkracht nodig is om meer vrouwen in hogere functies te krijgen.
Analyse. Sloot maakt zich schuldig aan de drogredenen waarbij het mislukken van een verdediging verabsoluteerd wordt. Zijn argumentatie is als volgt: (1). hij bespreekt drie argumenten tegen het instellen van quota; (2). vervolgens beargumenteert hij waarom deze argumenten niet kloppen; (3). daarna besluit hij zijn betoog met de conclusie dat politieke daadkracht (lees: wettelijk vastgelegde quota) noodzakelijk is. Maar ook al zijn de argumenten van de tegenpartij niet correct, dan is daarmee nog niet per definitie het tegendeel bewezen.
Een voorbeeld: iemand stelt dat roken slecht voor de gezondheid is, omdat daarmee het afweersysteem van een mens wordt afgebroken. Stel dat uit onderzoek blijkt dat er geen relatie bestaat tussen het roken van sigaretten en de staat van het afweersysteem. Kan dan worden beargumenteerd dat roken dus niet ongezond is? Uiteraard niet. Maar toch is dit precies wat Sloot doet. Hij geeft geen positieve argumenten waarom quota nodig zijn. Hij beperkt zich enkel tot het bekritiseren van enkele tegenargumenten.
Er zijn meer tegenargumenten te geven (bijvoorbeeld door de Israëlische hoogleraar Martin van Creveld), maar Sloot beperkt zich “tot de meest gehoorde argumenten”. (Overigens is Sloots argumentatie niet helemaal helder. Zo stelt hij dat een feminisering van de rechterlijke macht voorkomen kan worden door “met een quotum van 40 procent voor mannen en vrouwen” te werken. Waar blijft dan de overige twintig procent?)
Bovendien bezondigt Sloot zich ook nog aan een ignoratio elenchi: tijdens zijn betoog verschuift de argumentatie. Zoals gezegd, hij start met een analyse van “de meest gehoorde argumenten”. Uiteindelijk besluit hij zijn betoog met de conclusie dat “duidelijk is, dat de bezwaren tegen quota als instrument geen standhouden”. Maar hij heeft – zoals hij zelf aangaf – alleen de meest gehoorde bezwaren besproken. Wat hij had moeten beargumenteren, is dat de meest gehoorde bezwaren geen stand houden.Weliswaar heeft Sloot het over “de bezwaren” en niet alle bezwaren, maar hij houdt een pleidooi voor politieke daadkracht om patronen van discriminatie te doorbreken. Dit impliceert dat we ‘de bezwaren’ moeten lezen als ‘alle bezwaren’.

© 2007 R.G.M. Ritzen