Van der List en de valse analogie

December 2007 kwam de KNMG met een richtlijn over de behandeling van moslima’s door mannelijke gynaecologen. Van der List (nog? VVD) was het niet eens met het advies waarin gepleit wordt rekening te houden met de wensen van moslima’s die niet behandeld willen worden door mannelijke gynaecologen. “Met deze richtlijn begeeft de KNMG zich op een hellend vlak. Discriminatie naar sekse past niet in Nederland. En dus is het ook niet correct om ziekenhuizen te vragen rekening te houden met discriminerende wensen. De artsenfederatie komt moslims veel te veel tegemoet en moedigt ze aan steeds hoger van de toren te blazen. Als zulke concessies gemeengoed worden, zullen onderwijsorganisaties binnenkort ‘zwarte’ scholen verzoeken om geen homoseksuele of joodse leraren meer voor de klas te zetten.”
Analyse. De argumentatie van Van der List is ietwat wonderlijk. Hij wijst op het gevaar van het hellend vlak en in zijn argumentatie maakt hij zich schuldig aan deze drogreden. De reden dat de artsenfederatie niet tegemoet moet komen aan de eisen van de moslims is gelegen in de vervolgstap: nu is het de mannelijke gynaecoloog, straks de homoseksuele of joodse leraar. Los daarvan kun je ook spreken van een valse analogie: de mannelijke gynaecoloog die inwendig onderzoek doet, kan niet gelijkgesteld worden met de homoseksuele of joodse docent die wiskunde uitlegt.
Het andere argument dat Van der List hanteert - discriminatie naar sekse past niet in Nederland - is evenmin valide. Geldt dit argument ook als zou blijken dat het gros van de Nederlandse vrouwen een vrouwelijke gynaecoloog prefereert? Wat Van der List bedoelt met 'passen' is overigens niet echt helder. Stel dat discriminatie wel zou passen in de Nederlandse samenleving (feit), is dat gegeven dan voldoende om te stellen dat ziekenhuizen de keuzevrijheid moeten (norm) honoreren?
En is het wel een kwestie van discriminatie of eerder een preferentie? De scheidslijn tussen 'discriminatie' en 'gerechtvaardigde preferentie' is niet scherp. Een aantal preferenties 'past' in elk geval wel in de Nederlandse samenleving, bijvoorbeeld de schoolkeuze op grond van religieuze overtuigingen.