Veertien hoogleraren en het argumentum ad populum

Het Nederlandse erfrecht is verouderd, stellen veertien hoogleraren privaatrecht (NRC, 3.1.2008). In een open brief aan de Tweede Kamer roepen ze op het erfrecht aan te passen. De kamerleden moeten het wetsvoorstel in de huidige vorm aanvaarden. “Uit de rechtspraktijk en ook uit (internationaal) onderzoek is gebleken dat het als onwenselijk wordt ervaren dat schenkingen en erfenissen van rechtswege gemeenschappelijk worden tussen in gemeenschap van goederen gehuwde personen.” Uit het internationaal onderzoek blijkt dat het Nederlandse stelsel vrijwel nergens meer ter wereld bestaat. “Algemeen wordt aanvaard dat het meest rechtvaardige systeem van huwelijksgoederen inhoudt dat alleen revenuen van de arbeidsinspanningen van echtgenoten, verrichten tijdens het huwelijk, gemeenschappelijk zijn.”
Analyse. De rechtvaardiging dat vrijwel alle landen inmiddels het erfrecht hebben aangepast in de door de hoogleraren gewenste zin, is een argumentum ad populum. Die constatering is niet voldoende om tot de normatieve conclusie te komen dat het wetsvoorstel dus wenselijk is. De andere reden is mij niet helder. Wat bedoelen de auteurs met de ‘rechtspraktijk’? In de voorlaatste alinea lijkt op de vraag een antwoord te staan: het voorstel wordt gedragen door de bijna alle notarissen, de Orde van Advocaten, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de wetenschap. Ik twijfel niet aan hun juridische expertise, maar die expertise omvat niet het inzicht beter dan wie ook te kunnen beoordelen welke morele aanspraken gehonoreerd dienen te worden.

© 2008 R.G.M. Ritzen