Heertje en de pathetische drogreden

Heertje meldt in een column dat een commissie van Universiteit Utrecht onderzoek doet naar het plagiaat van Sitskoorn. Mijn kritiek was dat hij vervolgens niet vermeld dat die betreffende commissie van oordeel was dat van plagiaat geen sprake is. Daar kan Heertje het mee eens of oneens zijn. Feit blijft dat hij dit gegeven – volgens die commissie is er geen sprake van plagiaat – verzwegen heeft.
In de daarop volgende column (RTL) reageerde hij op twee anonieme reacties. Naast een paar inhoudelijke opmerkingen, maakt Heertje ook een paar verwijzingen naar bedreigingen, de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.
“Het is niet mijn gewoonte te reageren op anonieme brieven en bedreigingen. Voor de anonieme reacties op mijn column van de vorige week over het plagiaat van Margriet Sitskoorn maak ik een uitzondering, omdat zij behoren tot de categorie ‘Es ist nicht wahr’. ”, “…mij vallen de verwijten ten deel, waaraan ik van oudsher gewend ben. (…) Tegenwoordig is één van de meest in het oog springende ontkenningen, die van de Holocaust. Tegen subtiele verfijningen van deze ontkenning loopt men ook in Nederland dagelijks aan.”
Volgens Heertje staat het plagiaat onomstotelijk vast en is de leugenachtigheid van mevrouw Sitskoorn bewezen. Dan “rest de vraag hoe het komt dat mensen in het licht van de feiten toch glashard pijnlijke gebeurtenissen ontkennen. Ik heb er geen verklaring voor.”
Analyse. Heertje bezondigt zich aan een argumentum ad misericordiam. Bedreigingen en anonieme brieven zijn zijn deel, meldt hij, maar met zijn ‘gelijk’ heeft dit niets te maken.
Ook maakt Heertje zich schuldig aan de pathetische drogredenen met zijn verwijzingen naar de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog (“Es ist nicht wahr.”). De ontkenning van plagiaat door het college van bestuur van de Universiteit van Tilburg staat in geen enkele verhouding tot de ontkenning van de Holocaust. Die is toch echt van een andere orde qua thematiek en vooral waar het de mate van controverse betreft.
Verder past Heertje nog een retorische truc toe door zich hardop af te vragen waarom iemand Sitskoorns plagiaat ontkent. De opmerking “Ik heb er geen verklaring voor” moet nog eens nadrukkelijk de absurditeit en de irrationaliteit van het standpunt van de opponent aannemelijk maken. Beargumenteerd wordt hiermee echter niets.
In zijn weerwoord gaat hij niet op mijn punt, namelijk dat hij de halve waarheid vertelt: hij vermeldde wel dat een commissie onderzoek deed, maar niet dat die commissie vervolgens nog geen oordeel.

Naschrift:
We schrijven inmiddels 26 juni 2008. Sitskoorn krijgt een schriftelijke berisping van de raad van bestuur van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ze zou echter niet te kwader trouw hebben gehandeld. (Bron: Fontyswebsite) Ik kom nog terug op dit punt.

© 2008 R.G.M. Ritzen