Huygen en de stroman

Huygen (NRC, 5.1.2008) stoort zich buitengewoon aan het nieuwe Universitaire Mediawatchinstituut in Amsterdam. Dit instituut onderzocht de berichtgeving over Friso & Mabel en kwam – in de woorden van Huygen - tot de conclusie dat de ‘journalistiek’ en de ‘politiek’ te weinig oog hadden voor de feiten. Tegelijkertijd liet de VPRO in een ‘gedramatiseerde interpretatie van historische gebeurtenissen’ Mabel er lustig op los hijgen, zonder zich altijd te zeer te storen aan de verificatie van feiten. Maar daarover zweeg het Mediawatchinstituut, “want het is teveel werk om al die beelden te bekijken.” En dus bekeken ze alleen één dubieuze uitzending (namelijk die van Peter R. de Vries). Over de gratis kranten, de roddelbladen, de radio en het internet zweeg het instituut eveneens.
Ook de politiek werd bestraffend toegesproken: deze hadden zich te veel laten leiden door de media.
Media maken fouten, geeft Huygen toe. “Politici of journalisten moeten op grond van de beperkte informatie van de dag interpreteren en handelen. Een democratie is niet perfect en het debat verloopt rommelig. Er worden fouten gemaakt en de meningen verschillen over de betekenis van bepaalde feiten. Opheffing van de democratie helpt daar niet tegen.”
Analyse. Hier (weer) een voorbeeld van een stroman. Niemand in de hele discussie hield een vurig pleidooi om de democratie op te heffen. In het rapport wordt – om weer met de woorden van Huygen te spreken - gewezen op de aanklagende en veroordelende rol van de media.
Verder maakt Huygen zich schuldig aan een persoonlijke aanval door erop te wijzen dat de onderzoekers kennelijk geen zin hadden om alle televisiebeelden te onderzoeken.
Huygen had strikt argumentatief wel wat meer mogen doen: als het rapport inderdaad alleen de vijf krantenarchieven turft en tegelijkertijd spreekt over ‘de journalistiek’, dan maakt het instituut zich schuldig aan een overhaaste generalisatie. Verder haalt Huygen een citaat uit het rapport aan, namelijk dat het voor de wetenschappers niet “de bedoeling is om te achterhalen wat zich werkelijk heeft afgespeeld”. Als die weergave correct is, mist het instituut een belangrijke maatstaf om het nieuws te beoordelen, namelijk de mate waarin berichtgeving in overeenstemming is met de feiten.

© 2008 R.G.M. Ritzen