Kuitenbrouwer (F.) en de ambiguïteitsdrogredenen?

Brouwer, de voorzitter van het College van procureurs-generaal, is volgens Frank Kuitenbrouwer een goede kandidaat voor het flauwste justitiële smoesje van 2007 (NRC, 8.1.2008). De fout in de Hell Angelszaak (het bewaren van de verslagen van getapte gesprekken tussen verdachten en hun advocaten) was ‘beslist geen opzet’, aldus Brouwer in De Telegraaf. De wet is hier eenduidig over: dit soort verslagen moet vanwege het beroepsgeheim zo snel mogelijk vernietigd worden. Dit was niet gebeurd in de Hells Angelszaak en de rechtbank zette de zaak stop toen deze misser aan het licht kwam.
Waarom is dat volgens Kuitenbrouwer flauw? “Het OM neemt zelf geen genoegen met de verzekering van een burger die terecht moet staan dat er echt geen opzet in het spel was. Een advocaat-generaal bij de Hoge Raad verklaarde in 2001 dat wanneer het bewijs van opzet volkomen afhankelijk zou zijn van wat een dader over zijn zieleroerselen (volgens het Groene Boekje: zielenroerselen, RR.) verklaart, zouden veel delicten niet bewezen kunnen worden. Voor veroordeling kan zelfs slechts een voorwaardelijk opzet voldoende zijn. Dat komt erop neer dat iemand een kwalijk gevolg van zijn handeling op de koop heeft toegenomen, ook al bedoelde hij dat werkelijk niet zo.”
Analyse. Is hier sprake van een ambiguïteitsdrogreden? Wat er voor pleit is het volgende. Brouwer hanteert ‘opzet’ op de wijze waarop deze in het alledaagse taalgebruik voorkomt. Kuitenbrouwer vult opzet echter op een heel andere manier in. Namelijk op de wijze waarop het OM ‘opzet’ invult als het gaat om een tenlastelegging van een verdachte. De officier van justitie is echter géén verdachte en er is evenmin sprake van een tenlastelegging. Uitgaande van de maximaal redelijke strategie ligt het niet voor de hand dat Brouwer in De Telegraaf uitgaat van een juridische invulling van het begrip ‘opzet’, maar eerder van een alledaagse invulling.
Kortom, toch niet zo flauw van Brouwer?
Een intelligent tegenargument dat ik onlangs hoorde, is het vermelden waard. Brouwer spreekt als hoge justitiefunctionaris, de officier is dan wel geen verdachte maar wordt beschuldigd van schending van de wet. Een super-PG kent als geen ander de juridische betekenis van zijn woorden. Als hij die had willen vermijden had hij wel gesproken van 'boze bedoelingen' of 'kwaad opzet'. In deze zin opgevat is er geen sprake van een ambiguiteitsdrogreden.

© 2008 R.G.M. Ritzen