Lock en het argumentum ad populum

Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Dijsselbloem merkt Grahame Lock, hoogleraar politieke theorie en filosofie (RU en Oxford), dat het allang bekend was dat het niveau van het onderwijs aan het dalen was (NRC, 23.2.08). “Nu komt Dijsselbloem binnen en zegt ‘ik ben de man die de waarheid spreekt. Ik kom vertellen: het ís zo, we moeten we iets aan doen’. Dat is een retorische zet in een interne politieke strijd. Het was allemaal bekend. Alleen de politici durfden het niet te erkennen. Maar iedereen wist het verder: de leraren, de universiteiten, de professionals. Behalve degenen die er over besluiten. Dat is curieus.” Lock wijst er vervolgens op dat de daling van het onderwijsniveau een algemeen verschijnsel is, dat niet alleen voor Nederland geldt. Zowel in Duitsland als in Engeland is er sprake van een daling van het niveau. “Het kan dus niet aan de Nederlandse politiek liggen.” De diepere oorzaak is een systeemaanpassing. Dat is zijn hypothese.
Analyse. Lock legt minutieus een vinger op de zere plek. Maar hoe weet Lock dat de kwaliteit van het onderwijs gedaald is? Hij stelt dat iedereen weet dat het niveau daalt. Alleen politici durfden dat niet te erkennen.
Maar als iedereen het weet, wil dat niet zeggen dat het dus ook zo is. Zo denken heel veel mensen te weten dat men in de middeleeuwen dacht dat de aarde plat is. Maar ook al denken veel mensen dat, dan wil dat nog niet zeggen dat de middeleeuwers dachten dat de aarde plat was. (Dat was namelijk niet het geval.)
Maakt Lock zich nu schuldig aan een argumentum ad populum? Dat lijkt wellicht in eerste instantie zo. Maar toch is dat niet het geval. Het is niet zo dat Lock de bewering 'de kwaliteit daalt' rechtvaardigt door te verwijzen naar de omstandigheid dat iedereen dat vindt. Lock beschrijft enkel een praktijk en laat zich verder niet uit over de vraag waaruit blijkt dat de kwaliteit daalt. Hij kan andere redenen hebben waar dat uit blijkt.

© 2008 R.G.M. Ritzen