Mees en de stroman

De Amsterdamse rechtbank achtte in 2006 in de rechtszaak tegen Van der Hoeven valsheid in geschrifte en oplichting meermalen bewezen. Ondanks dat harde oordeel, stelt Heleen Mees (NRC, 8.2.08) “kwam Cees van der Hoeven weg met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. Volgens de verantwoordelijk officier van justitie Anita van Dis-Setz pleitte het in Van der Hoevens voordeel dat hij niet uit was geweest op persoonlijk financieel gewin. Hoe naïef kan een officier van justitie zijn?” Aldus Mees.
Naar aanleiding van die passage reageert Van Dis-Setz: “Dat ze (= Mees) haar huiswerk niet heeft gedaan volgt echter als zij achter elkaar stelt dat de rechtbank weliswaar Van der Hoeven in woorden hard veroordeeld heeft maar dat de Officier pleitte dat het in Van der Hoevens voordeel was dat hij niet uit was op persoonlijk financieel gewin. Daarmee suggererend dat het OM daardoor in feite op strafmatiging heeft aangekoerst. Mees vraagt zich af: hoe naïef kan een officier van justitie zijn?” Het is natuurlijk wel zo dat het OM - anders kennelijk dan de columniste – verweten feiten en causaal verband tussen oorzaak en gevolg ook moet bewijzen. Kennelijk heeft Mees zichzelf niet vermoeid met het raadplegen van het requisitoir. Dat requisitoir is een openbaar stuk dat door het Functioneel Parket destijds ook op haar site is geplaatst. Had Mees dat wel gedaan dan had zij in dit requisitoir gelezen - ik citeer - : “Het OM is van mening dat de ten laste gelegde feiten in onderlinge samenhang zodanig ernstig zijn dat zware straffen in aanmerking komen. Ter relativering daarvan moet worden opgemerkt dat niet is komen vast te staan dat verdachten hebben gehandeld om persoonlijk financieel voordeel te behalen. Dat neemt uiteraard niet weg dat verdachten – via aandelen en optiebezit – indirect hebben geprofiteerd van hoge beurskoersen die mede gebaseerd waren op ten onrechte geconsolideerde cijfers”. Het OM eist in eerste aanleg hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Hoe beperkt mag je zijn als columniste?”
Analyse. Heeft Mees het standpunt van Van Dis-Setz vertekend? Ja, Van Dis-Setz wijst terecht op het feit dat het causale verband ook bewezen moet worden. Dat is geen relativering van het handelen van Van der Hoeven, maar een relativering van samenhang tussen handelen en direct voordeel.
Verhelderend voor de mate van vertekening is de opmerking die Van Dis-Setz over de strafmaat maakt: “Ik wil nog opmerken dat juist de strafmaat zoals de rechtbank die heeft gehanteerd voor het OM één van de belangrijke redenen was voor het instellen van Hoger Beroep. Ik verwijs naar het persbericht van destijds. In het requisitoir heeft het OM bijzondere aandacht gevraagd voor generaal preventieve strafdoeleinden.”
Het verwijt van Van Dis-Setz aan het adres van Mees maakt, is dan ook volkomen terecht. Mees heeft de opmerkingen van de officier van justitie onjuist weergegeven en daarmee vertekent ze hetr standpunt. Er is sprake van een stroman.

© 2008 R.G.M. Ritzen