Mees en de (zoveelste) vertekening van een standpunt

De Amsterdamse straatcoach die weigert vrouwen een hand te geven, bezondigt zich aan de seksualisering van vrouwen, aldus juriste Heleen Mees in haar column in het NRC. Daar neemt ze Job Cohen op de korrel. “Zoals de docente aan het Vader Rijn College in Utrecht die na de zomervakantie plotsklaps haar mannelijke collega’s op school geen hand meer wilde geven uit religieuze overwegingen. Ze werd door de school ontslagen. In de uitzending van Pauw & Witteman vorige week donderdag refereerde burgemeester Cohen aan het standpunt van de Commissie Gelijke Behandeling die de vrouw in het gelijk had gesteld. Maar hij verzuimde erbij te vermelden dat de rechtbank dat oordeel had verworpen en juist de school gelijk had gegeven.” In het NRC van 8 maart 2008 wijst de jurist en socioloog Bert Marseille (RUG) dat Mees verwijt aan het adres van Cohen “kant noch wal” raakt. De rechtbank, zo meldt Marseille, ging anders de CGB helemaal niet in op de vraag of je als docent kunt functioneren als je collega’s van het andere geslacht geen hand wilt geven. “De rechtbank billijkt het ontslag vanwege de vertrouwensbreuk tussen school en docente. De docente had haar beslissing onverhoeds per e-mail kenbaar gemaakt en had geen overleg gepleegd met de schoolleiding.” Cohen liet deze irrelevante uitspraak dan ook terecht buiten beschouwing, stelt hij. Mees daarentegen treft wel degelijk blaam: “zij informeerde haar lezers onvolledig.” Marseille vermeldde vervolgens keurig de vindplaats van de uitspraak.
Analyse. Vertekent Mees het standpunt van de rechtbank door te stellen dat deze het oordeel van de CGB verwierp? In rechtsoverweging 2.26 geeft de rechtbank zelf het antwoord op deze vraag: “Verder overweegt de rechtbank dat, voor zover eiseres zich heeft beroepen op de oordelen van de CGB, de vraag die bij de CGB voorlag - kort weergegeven of verweerder in strijd heeft gehandeld met de AWGB - verschilt van de toets die de rechtbank heeft uit te voeren, namelijk of voor de bestreden besluiten een deugdelijke grond aanwezig is.” Kortom, de rechtbank heeft die vraag die aan de CGB voorlag helemaal niet beantwoord. Van het verwerpen van het oordeel van de CGB is dan ook geen sprake. Marseilles verwijt is dan ook volstrekt terecht.
(Voor de andere drogredenen die Mees de afgelopen maanden produceerde, zie de column aan de linkerzijde van deze site.)

© 2008 R.G.M. Ritzen