Mees & Kalshoven: hoe het niet en wel moet...

Vicepremier en minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) gaf op 2 februari 2008 een lezing over de zelfverrijking in de top van het bedrijfsleven. Dat leverde twee commentaren op: Frank Kalshoven in de Volkskrant (9.2.02) was kritisch positief en Heleen Mees in het NRC (8.2.02) was uiterst negatief.
Wat deugde er volgens Mees niet aan de lezing van Bos? “Het is jammer dat zijn teksten lijken te zijn overgenomen uit een verouderde jaargang van het weekblad The Economist. De redactie luidde op 20 januari 2007 de noodklok over de volslagen scheefgroei van de inkomensverhoudingen.”
De verliezers van de globalisering zouden volgens Bos door de zelfverrijking aan de top hun toevlucht zoeken bij de partijen op de flanken. “Als Bos de moeite had genomen om de Economist van vorige week te lezen in plaats van die van vorig jaar, dan had hij in Wassenaar kunnen betogen dat de topbestuurders en hun extravagante bonussen (mede) verantwoordelijk zijn voor de crisis die de financiële markten nu al maanden in haar greep houdt.”
“De grote vraag blijft waarom Wouter Bos niet in actie komt. Tijdens de Bilderberg-conferentie smeekte hij de ondernemingsbestuurders praktisch om hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ te nemen. Maar de tussenrapportage van de commissie-Frijns, die moest adviseren over aanpassing van de code-Tabaksblat, heeft al duidelijk gemaakt dat je het niet aan de bestuurders zelf kunt overlaten. Bij de presentatie van het rapport afgelopen december zei commissie-voorzitter Jean Frijns dat er onvoldoende draagvlak was onder de bestuurders voor ingrepen in de beloningssfeer. Alsof je aan een konijn vraagt of hij het een goed idee vindt om als hoofdgerecht geserveerd te worden tijdens het kerstdiner.”
Mees geeft vervolgens zelf het antwoord waarom Bos niet in actie komt: “Wouter Bos is bang. Het kan niet anders. Hij durft helemaal niet in te grijpen in de beloningen van topbestuurders.”
Analyse. De column van Mees wordt gekenmerkt door diverse persoonlijke aanvallen. Eerst suggereert Mees dat Bos plagiaat gepleegd heeft (…lijkt…). Het gaat daarbij bovendien om een gedateerde bron (“…verouderde jaargang…”). Het stuk is echter pas in januari 2007 gepubliceerd. Waarom die bron verouderd is, maakt Mees niet duidelijk. Vervolgens blijkt dat Bos zijn vak niet bijhoudt. Als hij het recente nummer van The Economist had gelezen, “had hij kunnen betogen dat de topbestuurders verantwoordelijk zijn voor de crisis” in de financiële markt. Ongetwijfeld, maar Bos had het niet over de crisis in de financiële markten, maar over globalisering. Dat Bos het recente nummer van The Economist niet citeert, impliceert niet dat hij dat nummer niet gelezen heeft. Die implicatie komt volledig voor rekening van Mees.
Bovendien bedient Mees zich van vaag taalgebruik. Bos lijkt zijn teksten overgenomen te hebben van The Economist. Lijkt ? Dus niet echt? Maar waarom dan die opmerking, als hij die teksten niet echt heeft overgenomen. Bos komt door deze opmerking toch in een kwaad daglicht te staan.
Verder is Bos bang, aldus Mees, en dat blijkt uit het feit dat hij niet ingrijpt. Ook die redenering is niet te volgen: eerst is Bos ‘bang’, dan kan ‘hij niet anders’, maar vervolgens blijkt hij niet te ‘durven’. Hoe dan ook, het is een persoonlijke aanval.
De tussenrapportage van de commissie-Frijns had volgens Mees duidelijk gemaakt dat je het nemen van eigen verantwoordelijkheid “niet aan de bestuurders zelf kunt overlaten”. Met haar weergave suggereert Mees dat Frijns pleitte voor regulering van topbeloningen. Maar de commissie pleitte juist voor meer zelfregulering bij bedrijven om al te exorbitante beloningen te voorkomen. Volgens commissievoorzitter Frijns is er daarvoor dan wel een verbetering van de zelfdiscipline vereist.
Mees vertekent bovendien het artikel uit de Economist. “Volgens een artikel dat 26 januari 2008 op Economist.com verscheen worden in het huidige systeem topmanagers beloond als ze grote risico’s nemen, terwijl er geen enkele financiële penalty op staat als blijkt dat ze verkeerd hebben gegokt.” Maar wat stond er precies? “Press luminaries and academics have lined up to criticise a compensation system that apparently creates incentives for risk-taking but fails to penalise bankers when bets turn sour.” Maar het artikel gaat verder. “The asymmetry certainly looks awful. (…) But the reality is more nuanced.”
Die nuancering levert een heel ander beeld op dan Mees schetst. “Start with those big bonus pots at the five Wall Street firms. Banks ended the year in a sea of red, with some notable exceptions, but the first half of 2007 was thumpingly good (2008, by contrast, looks likely to be consistently miserable). Staff numbers surged as a result. When last year’s totals are divided by numbers of employees, bonuses dipped year on year on average.” Maar ook de term ‘average’ is misleidend: “The rainmakers are pulling in bigger rewards; others are seeing their slice of the pie shrink sharply.”
De weergave van Mees is derhalve een vertekening van het standpunt dat in de Economist.com wordt gegeven. Volgens het artikel kan het door Mees aangehaalde effect juist gerelativeerd worden.
Ook Kalshoven besteedt aandacht aan de lezing van Bos. Het is daarom aardig om de twee columns eens naast elkaar te leggen. Eigenlijk verschilt de eindconclusie van Kalshoven niet zoveel met die van Mees. Maar daarmee houden alle overeenkomsten meteen op. Kalshovens argumentatieschema is correct opgebouwd. De verwijzingen in het betoog zijn relevant en de argumentatie is valide. Los daarvan geeft Kalshoven een uitgebreide en heldere samenvatting van het betoog van Bos. Waar Kalshoven een strakke lijn in zijn betoog aanhoudt, fladdert Mees alle kanten op.
Kortom, strikt argumentatief gezien gaapt er een wereld van verschil tussen beide columns.

© 2008 R.G.M. Ritzen