Moes en het juiste midden

Eén van de grootste critici van het Europese milieubeleid is de econoom prof. Hans-Werner Sinn. De eenzijdige maatregelen van de EU leiden er alleen maar toe dat de prijs van olie daalt en dat maakt het voor Amerikanen aantrekkelijker om nog meer SUV’s aan te schaffen. Als Europa bespaart, gaat de prijs van energie omlaag en wordt het voor andere landen aantrekkelijker om meer energie te gebruiken.
Daarom wil Sinn niets weten van een voortrekkersrol van de EU. Hij vergelijkt het met het collecteren in de kerk. Voorstanders menen dat elke bijdrage in de collectemand meegenomen is, ook al weten we dat anderen daar niets in doen. Maar die vergelijking is onterecht. Wat wij in de mand stoppen, haalt de volgende er weer uit, aldus Sinn (Focus, 28.1.2008, p. 13).
Gijs Moes is kennelijk niet erg onder de indruk van dit soort redeneringen. Hij meent dat Brussel (Europese Commissie dus) niet tegen windmolens vecht met haar milieubeleid. “De Europese Unie legt als een van de grootste economieën ter wereld een flink gewicht in de schaal. Bovendien zal iemand de kar moeten trekken, en de Europese Unie is geknipt voor die rol.” (Trouw 26.1.2008)
Zowel industrie als milieugroeperingen lopen nu te hoop tegen de Brusselse voorstellen. Dat duidt er volgens Moes op, “dat de commissie het midden heeft gehouden tussen idealisme en realisme.”
Analyse. De verwijzing naar het midden (“…tussen idealisme en realisme…”) klinkt altijd wijs, maar is het dat ook? Als iemand beweert dat “2+2=4” en ik zeg dat 2+2=6, dan concluderen we toch ook niet dat 2+2=5 het beste antwoord is. (Het voorbeeld is afkomstig van Madsen Pirie, gasthoogleraar wijsbegeerte en logica, in zijn boek ‘How to Win every Argument. The Use and Abuse of Logic. (New York/London 2008)’

© 2008 R.G.M. Ritzen