NRC past censuur toe.

Op de site van het NRC gaf ik commentaar op het stuk van Mees over Lubbers. Ik schreef het volgende”: “Mees maakt zich in haar column schuldig aan het verzinnen van een standpunt van, in dit geval, een rechter. Indien een civiele rechter in Manhattan zich over de kwestie zou hebben gebogen, zo stelt Mees, zou het oordeel over Lubbers heel anders hebben geluid. (Ik neem aan dat zij dit bedoelt met het vage ‘minder geduld gehad’.) Enig bewijs voor deze stelling levert Mees niet. Bewijzen (of ontkrachten) is overigens vrijwel onmogelijk. Deze zaak kan principieel niet in Manhattan voorkomen. Met evenveel gemak kan Lubbers dus roepen dat een rechter tot exact hetzelfde oordeel zou zijn gekomen als Schwebel.” Ik besloot die reactie met de retorische vraag of hier misschien sprake was van een fallocentrische logica. (Die term was ontleend aan een eerdere column van Mees’ verwijt.) Daarnaast wees ik op het feit dat Mees zich de afgelopen twee maanden inmiddels al tien keer schuldig had gemaakt aan drogredenen. Voor meer informatie verwees ik naar www.drogredenen.nl.
Vervolgens verschenen er twee reacties op mijn commentaar. De eerste luidde als volgt: “Een zeer heldere uiteenzetting (van Mees, RR.), vooral door het aanhalen van het rapport duidelijk gemaakt wat er nu eigenlijk aan de hand is. Drogreden of niet, Mees heeft het recht op het geven van een verweer.” In de andere stond: “Aan Mevrouw Heleen Mees, Dank voor uw heldere uiteenzetting van de feiten. Opnieuw, zie de mannelijke reacties, blijkt dat men toch leest wat men wil lezen. Gelukkig is de eerste reactie, van Mevrouw W., eveneens helder.”
Ik reageerde op beide reacties. Als iemand een drogreden verweten wordt, zo schreef ik, dan impliceert dit niet dat het recht op het geven van verweer betwist wordt. Over de tweede reactie schreef ik dat de auteur een klassiek verweer gaf met als doel de aandacht van de inhoud af te leiden. Opmerkingen als ‘mannelijke opmerkingen’ en ‘men leest toch wat men wil lezen’ gaan niet over de inhoud, maar leiden er juist van af. De auteur van dat stukje maakte zich m.i. schuldig aan een persoonlijk aanval: mijn commentaar had te maken met mijn geslacht en ik las niet wat er stond, maar wat ik wilde lezen. Maar wat ik precies verkeerd gelezen had, hoefde niet meer toegelicht te worden.
Analyse. Mijn beide commentaren werden, nadat ze kennelijk eerst wel door de beugel konden, na een aantal uren gewist. Kennelijk was de redactie tot het inzicht gekomen dat het buitengewoon ongepast is om een argumentatiefout in de column van Heleen Mees aan te wijzen. Of was er een boos telefoontje van Mees in het spel?
Grappig is nu wel dat de eerste reactie op mijn commentaar als het ware is gaan zweven. De opmerking ‘drogreden of niet……’ komt nu volledig uit de lucht vallen.
Wat mij betreft: NRC past censuur toe en maakt daarmee de discussie onmogelijk.

© 2008 R.G.M. Ritzen