Verhoef en de ignoratio elenchi

“Er is een fundamentele misvatting in de uitgangspunten van het realistische rekenen”, aldus drs. Verhoef (oud-medewerker van het IOWO). “Je hoeft een sommetje namelijk helemaal niet te begrijpen om het te kunnen uitvoeren. Het is misschien zelfs andersom: je moet het sommetje eerst 100 keer uitvoeren en er vertrouwd mee zijn en dán kun je als dat gewenst is, gaan nadenken waarom dat eigenlijk zo werkt. (…) Door dat oefenen bouw je routines op. Dat geeft desgewenst ruimte om te gaan begrijpen. (…) Met dit verworven inzicht is het duidelijk hoe we verder moeten. Het oefenen van basisvaardigheden is essentieel. (…) Oefenen is uiterst belangrijk, het geeft de leerling zelfvertrouwen en is voor de leerkrachten ook goed behapbaar. Op deze manier kan het rekenonderwijs de zo belangrijke basis leggen voor persoonlijke ontplooiing”
Analyse. Verhoefs argumentatie verschuift in de loop van het stuk. Hij bezondigt zich aan een ignoratio elenchi. De eerste stap in de argumentatie is: “je hoeft een som niet te begrijpen om het te kunnen uitvoeren”. De tweede stap volgt meteen: “het is misschien zelfs andersom.” Dan gaat in stap drie fout: “dit verworven inzicht…” Verworven inzicht? Welk verworven inzicht? Verhoef heeft enkel gesteld dat het “misschien zelfs andersom is”. Twee alinea’s terug werd er nog gesproken over wat mogelijk het geval kan zijn.
De vierde stap in de argumentatie is dit soort rekenonderwijs de basis legt voor de persoonlijke ontwikkeling. Hier wordt zonder nadere argumentatie geëxtrapoleerd naar de persoonlijke ontwikkeling. Die aanname, die door Verhoef niet onderbouwd wordt, is op zich niet onjuist. Maar aan de basis van de argumentatie lag enkel iets wat in de ogen van Verhoef plausibel is.
Kortom, Verhoef argumenteert van een mogelijk, maar niet aangetoond empirisch verband over oefenen in rekenonderwijs naar rekenonderwijs dat de persoonlijke ontplooiing bevordert. Al met al is er in deze argumentatie feitelijk niets aangetoond.

© 2008 R.G.M. Ritzen