Plato en de vertekening van een standpunt

De politiebonden dreigen eind februari over te gaan tot landelijke stakingsacties. Wierda, commissaris van politie, meent dat Plato een inspiratiebron kan zijn voor minister Ter Horst en de politiebonden om snel tot overeenstemming te komen. Het devies van Plato zou zijn dat de politie niet teveel en niet te weinig moet verdienen (Trouw, 23.1.2008).
Analyse. Hier is sprake van een vertekening van het standpunt van Plato. Het advies dat je aan Plato zou kunnen ontlenen, is in dit geval eenduidig: zo’n staking is volstrekt ongeoorloofd.
In het boek Politeia wijst Plato op de noodzaak van wachters: zij verdedigen de staat. De hedendaagse varianten van de wachters zijn min of meer het leger en de politie.
Welk beeld schetst Plato van deze groep? In passage 376-403 zet hij uiteen hoe die opleiding en vorming van de wachters dient te verlopen. En daar doemt het beeld van een totalitaire gesloten maatschappij op waarin het volledige leven van de leden gevormd en gekneed worden ten behoeve van het functioneren van die samenleving.
De vorming en het onderwijs zijn volledig afgesloten van de invloeden van de gemeenschap; er vindt geen of nauwelijks vermenging plaats. De wachters mogen zich niet verdiepen in het werk van een smid of een andere handwerkman; ze moeten afzien van de uitoefening van elk ander vak. Alleen de zorg voor de onafhankelijkheid van de gemeenschap verdient hun aandacht. Sociaal inlevingsvermogen in anderen is evenmin gewenst.
Daarnaast dienen er mythes en leugens aan de wachters-in-opleiding verteld te worden. Een greep uit het arsenaal van Plato: kinderen moeten het idee krijgen dat er in het verleden binnen één gemeenschap nooit conflicten zijn geweest; de literatuur die ze te lezen krijgen, dient daarmee in overeenstemming te zijn; voor oudere kinderen dient die literatuur zelfs verplicht te zijn; evenmin mogen kinderen geconfronteerd worden met teksten waarin gruwelen voorkomen, want die teksten zouden immers de koelbloedigheid kunnen ondermijnen. Historische verhalen waarin mensen, die als helden worden afgeschilderd, zich overgeven aan hun verdriet over de gestorvenen, dienen eveneens geschrapt te worden. Deze onwaarheden kunnen nuttig zijn als geneesmiddelen. Ook de fysieke omgeving mag niet getuigen van laag karakter, van onbeheerstheid, gebrek aan beschaving en stijlloosheid.
De levensomstandigheden en woningen mogen een goede uitoefening van de beschermende taak niet in de weg staan. De wachters mogen evenmin privébezit hebben. Ook een familieleven wordt hen ontzegd. (Vergelijk de moderne militaire kazernes.)
Er zullen weinig beleidsmakers zijn die de wachters willen vormen op basis van de ideeën van Plato. Maar de achterliggende gedachte onderschrijven ze wel degelijk. De wachters kunnen zich namelijk ook tegen de staat en de samenleving keren. En beide worden daardoor kwetsbaar. Want wat gebeurt er als de wachters (met een scherp opmerkingsvermogen, moed, fel temperament, een sterke wil) hun eigenschappen tegen de staat of tegen burgers richten? Plato is zich terdege bewust van deze kwetsbaarheid. De bovenstaande, wellicht radicale, ideeën ontwikkelde hij juist als antwoord op deze kwetsbaarheid.
Met een landelijke staking doet de politie nu juist datgene waar Plato voor vreesde. De wachter keert zich tegen de staat, zij het dat deze actie passief van aard is. Want dit is in wezen wat er gebeurt met de – overigens terecht verboden - actie om bewindslieden gedurende enige tijd geen bescherming te bieden. Dit soort ‘optredens’ raakt en bedreigt de essentie van de democratie. Juist om deze situaties te voorkomen, wilde Plato geen privé-bezit voor de beschermers van de samenleving. Een wachter mag zijn monopolie op geweld noch actief, noch passief inzetten om zijn materiële omstandigheden te verbeteren.
De wachter die wil gaan staken, dient in de ogen van Plato géén wachter te zijn. Anders dan commissaris Wierda, die stelt dat de stakingen niet te lang moeten duren, zou Plato zeggen dat wachters helemaal niet mogen staken.
Ook Meester & Meester gaan in hun column (VK, 26.1.2008) in op Wierda's artikel. Hun conclusie komt min of meer overeen met mijn conclusie, zij het dat zij de achterliggende gedachte van Plato's diachronische maatregelen onbelicht laten, namelijk de bescherming van de staat tegen de beschermers. (Mijn korte reactie verscheen in Trouw (26.1.2008). )

© 2008 R.G.M. Ritzen