Rosenthal en de persoonlijke aanval

Op 9 januari doet prof. Rosenthal (Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer) zijn duit in het drogredenzakje. Het prominente lid van de VVD reageert op de referenda waar de burgers van Utrecht en Eindhoven resp. konden en kunnen kiezen uit de PvdA en de PvdA.
Om te voorkomen dat burgers uit een voorgekookte selectie van kandidaten moeten kiezen, is een alternatief denkbaar: de rechtstreeks gekozen burgemeester. Die discussie over de gekozen burgemeester, zo meldt Rosenthal, is destijds in de Eerste Kamer aan de orde geweest. Ed van Thijn was toen woordvoerder en voerde “tal van oneigenlijke argumenten aan tegen dat voorstel, maar vergat te zeggen waar het de PvdA echt om ging: dat de PvdA zoveel mogelijk burgemeesters krijgt.” Aldus Rosenthal.
Analyse. Van Thijn voerde kennelijk oneigenlijke argumenten aan. Wie vervolgens denkt dat die argumenten besproken of bekritiseerd worden, blijft met lege handen staan. Rosenthal maakt het motief van Van Thijn verdacht en ‘that’s it’. Geen inhoudelijke bespreking van die argumenten, geen analyse van de tekortkoming. De lezer moet het doen met het verdachtgemaakte motief van Van Thijn: hoe krijgt de PvdA zoveel mogelijk leden van de PvdA in het burgemeesterszadel.
We hanteren de – ietwat linke - strategie van de Vlaamse hoogleraar logica en wetenschapsleer Van Bendegem, namelijk het bestrijden van drogredenen met drogredenen. Met dit type drogreden kunnen we Rosenthal zelf ook pootje lichten. Hij wil in kleine gemeente een benoemde burgemeester, maar in de grote steden wil hij een gekozen burgemeester. Logisch, want in de grote steden zitten bijna allemaal PvdA-mannetjes. In de kleine gemeentes zijn al voldoende leden van de VVD die burgemeester spelen. Dus daar valt geen winst meer te behalen. Wat Rosenthal vergeet te zeggen is waar het hem echt om gaat: dat de VVD zoveel mogelijk burgemeesters krijgt.

© 2008 R.G.M. Ritzen