Trappenburg en de jij-bak

Spelling en de rekenkunsten van de jeugd houdt de gemoederen bezig. Trappenburg (NRC, 1.2.08) constateert dat het vaststaat dat leerlingen niet kunnen rekenen en spellen. Zij krijgt bijval van vier andere lieden. Wat opvalt, is dat al deze participanten zelf ook niet bijster goed kunnen spellen en de grammatica beheersen. Trappenburg heeft het over “…Pabo…” en “We kunnen ze beter alsnog…” in plaats van “We kunnen hen beter…” Jan B. voert een nieuwe variant in: “PABO”. Lykele Z. heeft wat moeite met de interpunctie (nu moeten ze deze extra oefening meestal ontberen ) en bezuinigt op lidwoorden (korte kanttekening bij prima artikel).
Prof. mr. H.C.F. Schoordijk stelt vast dat Trappenburgs “terechte ontsteltenis niet los kan worden gedacht worden van een groot aantal andere perikelen. In het Nederlands Juristenblad stelt de Leidse hoogleraar Nieuwenhuis dat de jurist die de drie moderne talen niet beheerst, tot een wetenschappelijke studie niet in staat is.” Pijnlijk is dat Schoordijk zelf zijn moedertaal niet goed beheerst. Zo heeft hij het over ‘steenkolen-engels’, “…de Havoleerling kan…”, “…met 1 jaar HBO…”, “…maar spellen leert wel analyseren…”, “…op de engelse taal…”, “…bij alpha-faculteiten…” en “…bij alpha en gamma-wetenschappen…”
Analyse. Is mijn verwijt nu een persoonlijke aanval, een jij-bak? Ik meen van niet. Wie beweert dat het spellingsniveau daalt, moet dit op z’n minst zelf kunnen beoordelen. Het kan natuurlijk zo zijn dat de jeugd zo slecht spelt, dat dit zelfs een iets minder slechte speller als prof. Schoordijk opvalt. Betrouwbaar is die beoordeling in elk geval niet.