Van der Duyn Schouten en het argumentum ad baculum

Februari 2008 wil fysicus Cabbolet aan de Eindhovense universiteit promoveren, maar een week voor de plechtigheid wordt de promotie afgeblazen.
De rector van de Eindhovense universiteit nodigt in zijn functie als voorzitter van het College van Promoties enkele referenten uit om nog eens naar het onderzoek te kijken, nadat zijn Tilburgse collega hem ingeseind heeft dat Cabbolet eerder zijn proefschrift in Tilburg heeft ingetrokken. Deze referenten plaatsen grote vraagtekens bij de theorie van Cabbolet. Eén van die referenten is nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft. Zijn oordeel laat weinig ruimte voor misverstanden: “van het natuurkundig deel kan ik in elk geval geen brood bakken.”
“Ze hebben in een vloek en zucht kritieken geleverd, maar die zijn zeer eenvoudig te weerleggen”, meent logicus Harry de Swart, de promotor. Cabbolets theorie is in strijd met de relativiteitstheorie en de kwantummechanica, de basis van de huidige natuurkunde, maar “so what?”, meent De Swart. “Hij onderzoekt een nieuwe, interessante weg. Zijn theorie is nog door niemand onderuit gehaald. De kritieken zijn vooral stemmingmakerij”, aldus De Swart.
De Tilburgse rector Van der Duyn Schouten reageert op zijn beurt furieus op het commentaar van De Swart. “In de Univers van 24 januari geeft de Tilburgse hoogleraar logica Harrie de Swart in de kwestie Cabbolet een onvolledige en daarmee misleidende weergave van de feiten. De Swart verzuimt namelijk te vermelden dat het proefschrift van Cabbolet eerder in 2007 ter beoordeling is voorgelegd aan een Tilburgse promotiecommissie binnen de Graduate School van de Faculteit Geesteswetenschappen. Ook daarbij trad De Swart op als promotor. In de schriftelijke beoordelingsprocedure werd door de fysici binnen de Tilburgse promotiecommissie ernstige kritiek geuit op het door de promotor goedgekeurde manuscript van Cabbolet. Naar het oordeel van de directeur van de Graduate School, aan wie deze beslissing door het College voor Promoties is gemandateerd, was nader overleg in de commissie noodzakelijk om tot een gezamenlijk standpunt binnen de commissie te komen. Voordat dit overleg evenwel kon plaatsvinden heeft de kandidaat zijn manuscript teruggetrokken uit de Tilburgse beoordelingsprocedure.” Aangezien Cabbolet, die buitenpromovendus was, geen arbeidsrelatie met de UvT had, was daarmee voor het College voor Promoties de zaak klaar. De bijeenkomst ging niet door en de promotiecommissie werd ontbonden.
Het Eindhovense College voor Promoties is door De Swart niet op de hoogte gesteld van de Tilburgse voorgeschiedenis van dit manuscript. “Toen de Eindhovense rector kort voor de geplande datum van de verdediging van deze Tilburgse voorgeschiedenis op de hoogte kwam, heeft hij ingegrepen en naast het oordeel van de Eindhovense promotiecommissie, een aanvullend oordeel gevraagd van wetenschappers van naam en faam, met de inmiddels publiekelijk bekende uitkomst. Gelet op zijn uitlatingen in Univers is De Swart zich kennelijk van geen kwaad bewust, terwijl zijn optreden richting het Eindhovense College voor Promoties als misleidend en in strijd met de academische mores moet worden gekarakteriseerd.”
Het Eindhovense College voor Promoties is door De Swart niet op de hoogte gesteld van de Tilburgse voorgeschiedenis van dit manuscript, stelt Van der Duyn Schouten. “Toen de Eindhovense rector kort voor de geplande datum van de verdediging van deze Tilburgse voorgeschiedenis op de hoogte kwam, heeft hij ingegrepen en naast het oordeel van de Eindhovense promotiecommissie, een aanvullend oordeel gevraagd van wetenschappers van naam en faam, met de inmiddels publiekelijk bekende uitkomst. Gelet op zijn uitlatingen in Univers is De Swart zich kennelijk van geen kwaad bewust, terwijl zijn optreden richting het Eindhovense College voor Promoties als misleidend en in strijd met de academische mores moet worden gekarakteriseerd.” Er is een afspraak tussen universiteitsbesturen om elkaar op de hoogte te stellen over gestrande proefschriften, stelt Van der Duyn Schouten.
De Swart heeft volgens de rector nog meer op z’n kerfstok. “Het meest treurige is echter dat De Swart met zijn publiekelijke uitlatingen de belangen van zijn toch al zeer beschadigde promovendus blijft schaden. De uitspraak van De Swart in Univers: ‘Wat mij betreft, is hij (Cabbolet) welkom in Tilburg’, is daarbij de druppel die de emmer doet overlopen. De Swart weet niet alleen dat hij in deze mening alleen staat, maar bovendien wekt hij hiermee de onterechte indruk dat deze hele affaire geen Tilburgse voorgeschiedenis zou kennen.” De promotiecommissie in Tilburg heeft het proefschrift bekeken en komt volgens de rector tot de conclusie dat het te licht was (Volkskrant, 9.2.08).
De Swart stelt dat iemand anders het contact gelegd had met Eindhoven. Bovendien was de kleine promotiecommissie in Eindhoven wel degelijk op de hoogte, pareert De Swart desgevraagd (Volkskrant, 9.2.08).
Inmiddels, zo meldt journaliste Fiers in Univers, staat De Swart de pers niet meer te woord. De Tilburgse rector heeft zijn hoogleraar een spreekverbod opgelegd. Bovendien prijkt er nu een aantekening in de Swarts personeelsdossier.
Harry Verbon, hoogleraar openbare financiën aan de UvT, mengt zich vervolgens zeer genuanceerd in de discussie. Dat het proefschrift in Tilburg gestrand zou zijn (zoals Van der Duyn Schouten suggereert), is evident onjuist, stelt Verbon. Ook de afspraak dat universiteitsbesturen vindt Verbon merkwaardig. Elke promotiecommissie moet zijn eigen conclusies trekken.
Analyse. Heeft De Swart nu misleid? De Swart had volgens Van der Duyn Schouten opening van zaken moeten geven over de gang van zaken in Tilburg. Het punt is echter dat De Swart niet de auteur van het stuk is waar Van der Duyn Schouten naar verwijst. Hij werd geïnterviewd door Univers. De Tilburgse rector Magnificus ‘verzwijgt’ dit punt ten onrechte. Had De Swart zelf het stuk geschreven, dan was dat verwijt terecht.
De Swart laat weten dat, wat hem betreft, Cabbelot in Tilburg welkom is. Van der Duyn Schouten blaast deze opmerking vervolgens op tot immense proporties. De Swart weet volgens de rector dat hij daar alleen in staat. Hier is sprake van een stroman. De Swart beweert namelijk nergens dat iedereen in het Tilburgse Cabbolet welkom heet, maar dat hij wat De Swart betreft (“…wat mij betreft…”) welkom is. Bovendien is met De Swarts opmerking evenmin geïmpliceerd dat er geen Tilburgse voorgeschiedenis gespeeld heeft.
Een pijnlijk gegeven is, dat de promotiecommissie wel akkoord was met de promotie. ‘Een te lichte commissie’ luidt het oordeel nu. Feit blijft wel dat de commissie is samengesteld in overeenstemming met het protocol van de TU/e. Verder is er sprake een argumentum ad hominem. De positie van de leden van de commissie is vanuit een logische optiek irrelevant, aangezien het om de argumenten gaat. Het was anders als de commissie uit wetenschappers bestond die geen wiskundige danwel natuurkundige achtergrond op hoog academisch niveau hadden. Nu is er hooguit een gradueel verschil.
Om het geheel in stijl af te ronden maakt Van der Duyn Schouten zich ook nog schuldig aan een argumentum ad baculum als hij De Swart een spreekverbod oplegt (zoals vermeld werd in Univers). Deze drogreden houdt in dat met een machtsmiddel de verdere discussie wordt geblokkeerd. De Swart heeft het nakijken.
In zijn brief spreekt Van der Duyn Schouten over de academische mores. Gezien het bovenstaande krijgt dat begrip toch een ietwat merkwaardige bijsmaak.
Deze kwestie is natuurlijk uiterst betreurenswaardig, maar niet uniek. Enkele jaren geleden beschreef George Sherperd, verbonden aan de economische faculteit van Stanford University, de carrière van 120 topeconomen, onder wie ook alle levende Nobelprijswinnaars. Vooral in hun beginjaren hadden de (achteraf gezien zeer succesvolle) economen het moeilijk. Zo mocht de latere Nobelprijswinnaar Harry Markowitz van Milton Friedman, een andere Nobelprijswinnaar voor economie, in eerste instantie niet promoveren. De laatste meende dat Markowitz’ proefschrift niets met economie te maken had.

© 2008 R.G.M. Ritzen