Greer en de immuniseringstactiek

Germaine Greer is gepromoveerd aan de prestigieuze Cambridge University op het proefschrift The Ethic of Love and Marriage in Shakespeare’s early Comedies. Na een reeks spraakmakende uitstapjes – ze liet Norman Mailer verbaal in het stof bijten en noemde Lady Diana een lafhartige imbeciel - keerde ze onlangs weer terug naar dit onderwerp, zij het dat niet William, maar zijn vrouw, Ann Hathaway, haar interesse had. Die belangstelling was niet iets van de laatste tijd. Al tijdens het schrijven aan haar dissertatie ergerde ze zich aan het uitgesproken negatieve beeld dat de Shakespeare-geleerden van haar schetsten. De druppel die de emmer deed overlopen was het eclatante succes van Greenblatts biografie over Shakespeare. “Het is allerminst een bijzonder boek. Er staat volstrekt niets nieuws in, maar het blinkt uit in negatieve vooroordelen jegens Ann. Zonder een spoortje bewijs braakt Greenblatt de liederlijkste onzin uit, zowel over Shakespeare als Ann. Ik besloot dat ik een boek over Ann zou schrijven waarin haar recht werd gedaan.”
In haar boek somt deze hoogleraar een aantal feiten op die steevast door de biografen ten nadele van Hathaway worden uitgelegd: op achtentwintigjarige leeftijd sloeg Hathaway de zeventienjarige Shakespeare aan de haak, die vervolgens een paar jaar later naar London vluchtte. Maar, zo stelt Greer, de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen toen trouwden, was zevenentwintig. Kortom, niets bijzonders. Bovendien was Shakespeare alles behalve een goede partij. Het was juist andersom: Hathaway was een goede partij. De ‘Ann’ die Greer schetst is niet die van een lelijke vrouw, maar een vrouw die kon lezen, haar eigen inkomen verdiende toen Shakespeare in London zat en die gewoon verliefd was op de schrijver (net zoals de schrijver verliefd was op haar).
Wat ik met dit boek hoe dan ook heb aangetoond, is dat bijna alle vorige Shakespeare-biografieën mede het product zijn van vrouwenhaat.”
Het probleem is dat alle biografen, dus ook Greer, moe(s)ten werken met buitengewoon weinig informatie. In die zin zijn alle biografieën even speculatief. Greer doet daar niet schimmig over. Sterker nog, ze ligt er niet wakker van. “Integendeel. Met mijn boek toon ik dat je op basis van exact dezelfde biografische feiten tot diametraal andere conclusies kunt komen. Niemand kan mijn portret van Ann op basis van feitenmateriaal onderuit halen.” De vraag blijft dan toch hoe je tot conclusies kan komen als er zo weinig informatie voorhanden is. Haar antwoord is dat haar biografie haar eerst boek is dat in het “geheel geschreven is in de conditionalis, de voorwaardelijke wijs, waarbij je dus voortdurend redeneert vanuit aannames.”
Analyse. Greer geeft toe dat haar boek net zo speculatief is als die van de biografen die Ann negatief afschilderen. Maar, zo laat ze zien, je kunt alle kanten op met het materiaal. Dat haar boek in de voorwaardelijke wijs geschreven is, mag voor Greer dan wellicht een novum zijn, maar volgens de filosoof Pierre Duhem (1861-1916) worden bij ieder onderzoek zoveel impliciete aannames gedaan, dat het helemaal niet duidelijk is wat er eigenlijk bewezen wordt. We laten dit punt voor wat het waard is.
Storender is, dat haar betoog in feite immuun voor kritiek is. Elke kritiek kan zij pareren door tegen te werpen dat haar beeld ‘slechts’ gebaseerd is op bepaalde aannames. Zo schrijft Greer dat Ann Hathaway kon lezen: “elf procent van de vrouwen van haar stand kon dat, waarom zij niet?” Dergelijke aannames, die door Greer consequent niet als feiten worden gepresenteerd, zijn op zich niet verkeerd. Maar als je deze methode hanteert, dan kun je in principe elk beeld produceren. Het zegt namelijk niets.

© 2008 R.G.M. Ritzen