Zwagerman en de persoonlijke aanval (2)

Zwagerman schaart zich in de rij van de critici van de onderwijsvernieuwingen, blijkens zijn artikel ‘Het Nieuwe Leren: zo hou je scholieren dom' (NRC 26.5.07 & 14.12.07).
Hij is met name teleurgesteld in Plasterk. “Jarenlang lopen ouders, leraren en in toenemende mate ook leerlingen zelf te hoop tegen deze van bovenaf opgelegde onderwijsvernieuwing. Tegen de wil van ervaren leerkrachten werd het Nieuwe Leren toegepast en ingevoerd. Wie ertegen protesteerde, was een reactionaire kleinburger die wilde vasthouden aan ‘een achterhaalde nadruk op kennis en autoriteit’.” Zelfs leerlingen protesteren tegen het Nieuwe Leren: ze worden gewoon dom gehouden.
Bij alle onderwijshervormingen horen namen van politici die zich ervoor hebben ingespannen. “Vrijwel al die politici zijn PvdA’ers”, aldus Zwagerman. “Ziehier de tragische en beschamende uitkomst van goedbedoelde linkse onderwijshervormingen.”
Ook misgunt Plasterk een generatie scholieren en studenten de kennisverwerving waar hij zélf, in een tijd van vóór de onderwijshervormingen, nog baat van heeft gehad. De protesterende studenten moeten volgens de minister niet zeuren over de gebrekkige kwaliteit van het onderwijs dat ze aangeboden kregen. “Die opmerking van Plasterk belichaamde onbedoeld het failliet van de sociaal-democratische onderwijshervormingen.”
“Vlak na zijn aantreden had ik het idee dat Ronald Plasterk de eerste onderwijsminister van de PvdA zou zijn die inziet dat onderwijsvernieuwingen à la het Nieuwe Leren de oorzaak zijn van een kaalslag in het onderwijs. Als columnist kon Plasterk nog wel eens schrander uit de hoek komen; als minister heeft hij zich in de kennelijk gewenste middelmaat al helemaal eigen gemaakt.”
Analyse. Bij de directe persoonlijke aanval: Plasterk mocht voorheen dan nog wel een schandere indruk maken, maar hij blijkt bij nader inzien niet veel voor te stellen (...de gewenste middelmaat...). Bij de indirecte persoonlijke aanval wordt het motief verdacht gemaakt: Plasterk misgunt zelfs leerlingen en studenten goed onderwijs. Ook Plasterk stopt de teloorgang van de kwaliteit in het onderwijs niet. Maar zelfs Dijsselbloem (van de commissie-Dijsselbloem) moest ondanks zijn enorme kritiek op de onderwijsvernieuwing toegeven dat we niet weten of het niveau van het onderwijs gedaald is door de onderwijsvernieuwingen. Kortom, wetenschappelijk overtuigend bewijs voor de daling is er niet. Daar maakt Zwagerman zich niet druk over, want hij heeft met eigen ogen gezien wat er aan de hand is. Exit wetenschap.
Retorisch gezien is het overigens een meesterlijke zet om te spreken over het idee dat Plasterk de eerste onderwijsminister van de PvdA zou zijn die inziet dat onderwijsvernieuwingen zoals het Nieuwe Leren niet deugen. Meesterlijk, omdat de afgelopen vijfentwintig jaar slechts één minister uit PvdA kwam. Naast Hermans (VVD) was het CDA de hofleverancier met Deetman (3x), Van der Hoeven (3x) en Braks. In de negen kabinetten leverde de PvdA drie keer de staatssecretarissen (en uitgerekend Adelmund, die een deel van de vernieuwing terugdraaide, werd slappe knieën verweten). Maar die nuanceringen bekken allemaal niet lekker. En Zwagermans typering blijft hoe dan ook baarlijke nonsens, want nadat Ritzen zijn deel van de vernieuwing had ingevoerd, is er eenvoudigweg geen minister meer uit de PvdA geweest. Logisch gezien kan alleen Plasterk de eerste PvdA-minister zijn die vernieuwing afwijst.

© 2008 R.G.M. Ritzen