Albrecht en het ontduiken van de bewijslast

In een advertentie op de voorpagina van de Volkskrant stelde Harry de Winter de kritiek van Geert Wilders op de Koran en de moslims op een lijn met het antisemitisme (VK, 19.3.08). Dat schoot Yoeri Albrecht in het verkeerde keelgat. Albrecht, die eerder aan Oxford University doceerde en later als journalist bij Vrij Nederland eruit geknikkerd werd (waarschijnlijk) omdat hij de pleitbezorger van Fortuyn was bij de verkiezing van de grootste Nederlander, is van mening dat godsdienstkritiek geen racisme is. De Winter “maakt in zijn advertentie zoveel denkfouten dat het onmogelijk is ze allemaal in een kort bestek te behandelen”, aldus Albrecht.
Analyse. Albrecht stelt dat De Winter zoveel denkfouten maakt, dat het onmogelijk is deze allemaal in een kort bestek te behandelen. Daarmee ontduikt Albrecht op voorhand de bewijslast.
Albrecht heeft natuurlijk maar een beperkt aantal woorden tot zijn beschikking, maar iets minder van twintig procent van de tekst wordt gevuld met overbodige tekst, zoals: “Harry de Winter is een achtenswaardig man, achtenswaardig en naïef en die combinatie is levensgevaarlijk. De vergelijking tussen Joden en moslims die hij maandag op de voorkant van de Volkskrant maakte, is smakeloos, beledigend en gevaarlijk. De Winter is nog van de generatie die gewend is om iedereen die met hem van mening verschilt, te betichten van fascisme, antisemitisme en racisme. Hij maakt in zijn advertentie zoveel denkfouten dat het onmogelijk is ze allemaal in een kort bestek te behandelen.” Deze tekst heeft een ad hominemkarakter en levert geen inhoudelijke informatie op. Had Albrecht die ruimte echt niet kunnen gebruiken om in te gaan op die talloze denkfouten?

© 2008 R.G.M. Ritzen