Benali en de persoonlijke aanval

Kader Abdolah heeft de Koran naar het Nederlands vertaald en dat is kennelijk tegen het zere been van Abdelkader Benali (VK, 28.4.08): “Nederland ligt in katzwijm voor dit staaltje handwerk waarover moslims, zelfs de meeste verlichte, seculiere, afvallige toch een beetje moeten grinniken. Hij zal zelfs uitgelachen worden voor de praatjes die hij verkoopt om zijn vertaling aanvaardbaar te maken in de ogen van het koopgrage publiek.”
De vertaling kon Benali niet beoordelen, omdat, zo zegt hij, de uitgeverij hem alleen een drukproef wilde sturen als hij er iets vriendelijks over kon zeggen.
Abdolah heeft hinderlijke herhalingen achterwege gelaten en ook daarmee heeft Benali problemen. Maar hij begrijpt dat wel. “Om in Nederland te scoren moet je alles uitkleden tot zijn essentie, ook de Koran, en als er dan een kindvriendelijke variant overblijft, zodat elke waterhoofd-lezer op een verjaardagsfeestje kan vertellen dat hij, dankzij Abdolah, de Koran ‘eindelijk’ heeft gelezen, dan weet je dat je missie niet alleen is geslaagd, je zult zelfs erkenning krijgen van de grootste domoor.”
Benali wijst vervolgens nog op een grote fout: “van moslims mag je een vertaling van de Koran geen vertaling noemen, een hertaling. Kader heeft hier schijt aan. Waarom legt hij deze nuance niet aan ons uit? In plaats van ons te verlichten, wijzer te maken, houdt hij het publiek dom en zo gretig! Waarom doe je dit, Kader? Waar is je kennis van zaken gebleven, waarom deel je die niet met het Nederlandse volk? Waarom maak je het ze zo makkelijk? Respecteer je ze zo weinig? Ben je zo bang niet te worden gehoord?”
Het eindoordeel van Benali is kort en krachtig: Abdolahs vertaling is niets anders dan multicultureel gebedel om witte aandacht.
Analyse. Benali heeft de vertaling niet gelezen, maar weet wel al dat alle (ex-)moslims om deze vertaling zullen lachen. De reden is dat de vertaling op Jip en Janneke-niveau geschreven is en in Nederland kun je alleen maar scoren als je op kinderniveau schrijft. En daarmee ontmaskert Benali Abdolahs motief: deze heeft zich tot dit niveau verlaagd, omdat hij bedelt om witte aandacht.
Abdohal schreef eerder dat hij, kort nadat hij in 2007 zijn roman Het huis van de moskee had voltooid, wakker schrok van een stem die hem opriep zich in de Koran te verdiepen. De vertaling is hem min of meer overkomen. “Ik wilde de Koran een keer goed lezen. En toen ik eraan begon vond ik het een prachtig boek.” In een interview in Trouw vertelt Abdolah: „Ik heb het uit liefde geschreven. Uit liefde voor de mooie tekst en voor Mohammed.
Maar Benali ontmaskert hem als aandachttrekker. Argumenten daarvoor geeft Benali niet.