Bussemaker en de persoonlijke aanval

Allochtonen speelden geen rol bij bevrijding, aldus Sörensen (Fractievoorzitter Leefbaar Rotterdam) in Trouw. Staatssecretaris Bussemaker lanceerde tijdens haar herdenkingsspeech op 4 mei 2008 het voornemen om vooral Turkse en Marokkaanse Nederlanders kennis te laten nemen van het aandeel dat allochtonen hadden in de bevrijding van Nederland.
Onzin, meent Sörensen. “Marokko bestaat pas sinds 1956, toen het zichzelf onafhankelijk verklaarde en lid werd van de VN. De Fransen hebben hun koloniën, zoals destijds in Noord Afrika, altijd als onderdelen van hun land gezien. Soldaten die in het Franse leger vochten werden dus automatisch Fransen. Andere nationaliteiten bestonden in dit verband dus niet. Het begrip Marokkaan, als zijnde van toepassing op een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog, is dus een anachronisme. Het Franse leger bestond voor een deel uit Noord-Afrikanen, die uiteraard – gezien de bezetting van hun eigen gebied en de onderdrukking van geloofsgenoten – door de Franse inlichtingendienst gescreend waren op ’betrouwbaarheid’. Iedere gesneuvelde soldaat, van welke nationaliteit dan ook, is er een te veel. Nationaliteit doet er eigenlijk niet zo toe. Dat het verschijnsel oorlog kan ontstaan wel. Iedere oorlog begint met haat zaaien. Het bewust verdraaien van historische feiten is één van de methoden om een land of volk oorlogsbereid te maken. Alleen al om deze reden doen politici er verstandig aan om herdenkingsplechtigheden en politieke agenda’s zorgvuldig te scheiden.”
Ook historicus Bart Funnekotter (NRC) is niet te spreken over het initiatief van Bussemaker. Het voorstel van de staatssecretaris is volgens hem niet alleen dom, het is ook kwalijk. “Hoe onnozel kan een politicus zijn? Het voorstel van staatssecretaris Jet Bussemaker (VWS, PvdA) om meer aandacht te schenken aan de rol die allochtonen hebben gespeeld bij de bevrijding van Nederland en Europa in de Tweede Wereldoorlog, getuigt van weinig historisch besef. Zeker, er vochten veel niet-westerse militairen mee met de geallieerden, maar dat waren manschappen afkomstig uit Britse en Franse kolonies. Zij streden niet altijd mee uit overtuiging, eerder uit dwang of financiële overwegingen. Bij de bevrijding van Nederland speelden ze geen rol.”
Bussemakers initiatief past in een rij van pogingen van politici Dodenherdenking en Bevrijdingsdag te kapen, aldus Funnekotter. Regelmatig werd er de afgelopen jaren een lans gebroken voor de Europese integratie. “Alsof al die miljoenen mensen tussen ’39 en ’45 gestorven zijn opdat wij nu op het hele continent met één munt kunnen betalen.”
Esther Captain en Guno Jones, historica en antropoloog, werkzaam bij de leerstoelgroep Cultuurgeschiedenis van Europa aan de Universiteit van Amsterdam, zijn het niet eens met deze visie. Om de bevrijding van ons land te zien als een louter Nederlandse affaire getuigt van een benauwde blik op de geschiedenis (Trouw).
Ook de visie van Ronald Sörensen duidt op een benauwde stellingname, die een open vorm van identificatie met en betrokkenheid bij de geschiedenis van Nederland bij voorbaat uitsluit. Het opeisen van een exclusieve herdenking van de oorlog staat haaks op het streven om mensen bij elkaar te brengen – een functie die de herdenking decennialang heeft nagestreefd. Sörensen en de PVV “bewijzen Nederland daarmee geen dienst, maar ondergraven ons land zo. Het uitwissen van een pluriform perspectief op de Tweede Wereldoorlog fungeert als splijtzwam. Wil de Tweede Wereldoorlog in de toekomst blijven functioneren als een samenbindend element in onze samenleving, dan is het zaak dat alle Nederlanders die geschiedenis als de hunne mogen zien. De nadruk zou daarom niet alleen moeten liggen op de wortels van onze Nederlandse oorlogsgeschiedenis, maar ook op de vele en diverse vertakkingen en verbindingen daartussen.”
Analyse. De persoonlijke aanvallen worden in deze discussie niet geschuwd. Bussemaker is onnozel (Funnekotter), Sörensens visie getuigt van een benauwde stelllingname (Captain & Jonas); Bussemaker verdraait bewust historische feiten (Sörensen). Waarom wachten de partijen niet op de resultaten van het onderzoek van het NIOD? Dit instituut is bezig met het onderzoek en concludeerde al in 2004 dat de Marokkaanse rol bij de bevrijding van Nederland nihil was. Het huidige onderzoek is breder: hoe kwam Marokko de Tweede Wereldoorlog door en welke rol speelden Marokkaanse soldaten. Feit is, zo stelt het NIOD nu al, dat de geallieerde doorbraak in Italië bij Monte Cassino mogelijk was dankzij Marokkaanse, Tunesische en Algerijnse troepen in Franse dienst. Maar ook hun massale wangedrag verdient dan aandacht. Turkije verklaarde pas in februari 1945 de oorlog aan Duitsland. Tot die tijd was het land niet alleen neutraal, maar verdiende het volgens het NIOD aan de verkoop van chroom aan de geallieerden én aan Duitsland. Ook Suriname en de Antillen verdienden op hun beurt aan bauxiet en olieraffinage.