Truijens en de persoonlijke aanval

In haar column van 1 april 2008 in de Volkskrant legt Truijens het motief bloot van hoogopgeleide ouders, die zich druk maken over de achterblijvende taal- en rekenkunsten van hun kinderen. Die ouders “hebben zoveel moeten opgeven voor hun gebroed – inkomen, vrijheid, carrièrekansen – dat die een of twee exemplaren wel goed moeten lukken. ” Toe maar. Daar waar Truijens om zich heen kijkt, ziet ze voortdurend domme (Tichelaar) en onbetrouwbare (Van der Schoot) wezens. Of “sprookjesschrijvers” (Kalshoven). (Zie Vk 22.9.07).
Neem haar kritiek op Tichelaar en zijn plan om studiefinanciering af te schaffen: “Er schuilt een diepe haat jegens intellectuelen in zijn plan” (Vk 8.1.08). Die haat blijkt ook uit zijn accent: “zijn weigering om zijn accent ook maar een beetje bij te schaven, symboliseert die houding.” Dan loopt het nog verder uit de hand. Tichelaar heeft een “armoedig, plat-materialistisch wereldbeeld” en maakt de “intelligentie en ambitie van jongeren verdacht.” Kortom, Truijens is het niet eens met Tichelaar.
Citomedewerker Van der Schoot ontkomt al evenmin aan het gepsychologiseer van Truijens (Vk, 28.4.07). Van der Schoot wil maar niet concluderen dat het basisonderwijs slecht presteert. “O, nee. 'Het enige dat we kunnen zeggen, zegt Frank van der Schoot, 'is dat de score niet beantwoordt aan de standaarden die door deze deskundigen zijn opgesteld.' Dat klinkt wel heel benepen. Deze boekhouder gaat over de cijfers, niet over de werkelijkheid daarachter. Hij zit nog in de kooi.” De meest opzienbarende cijfers worden door types als Van der Schoot weggemoffeld, want als ze de beleidsmakers, bestuurders en pedagogische centra - de onderwijslobby - niet bevallen, verdwijnen ze in een la. Op de monden van onderzoekers zit een dikke pleister.” De verklaring is dat de schoorsteen van Van der Schoot en de zijnen moet roken, hun eigen hypotheek betaald. Truijens bewijst echter helemaal niets.
Daar staat tegenover dat zij zelf keer op keer argumentatiefouten maakt. Ik geef enkele voorbeelden. Neem haar column over een nieuwe universitaire lerarenopleiding voor het basisonderwijs (Vk 26.2.08). Uit onderzoek blijkt dat vooroordelen van docenten én overschatting van hun eigen professionaliteit ertoe leiden dat leerlingen slecht onderwijs krijgen. Daarom is die nieuwe opleiding wenselijk, want daar leren aanstaande docenten wellicht de belangrijkste zaken die men volgens haar op de universiteit kan leren: “permanente twijfel, de waarde van feiten én het geloof in de veranderbaarheid van het de status quo.”
Wellicht had Truijens wat meer mogen twijfelen aan haar eigen redenering. Uit de premissen dat (1) vooroordelen van docenten en overschatting van hun eigen professionaliteit leiden tot slecht onderwijs en (2) de afwezigheid van vooroordelen door een universitaire scholing volgt logisch gezien helemaal niet dat het onderwijs verbetert. Ze verwart een voldoende met een noodzakelijke voorwaarde.
In een column (Vk 29.1.08) vertekent ze de cijfers over het onderwijsniveau en in een andere column weet ze te melden dat de rekenvaardigheid van pabostudenten bedroevend is. “In het Journaal zeiden schattige meisjes snikkend dat de toets ondoenlijk was. Ze waren dol op kinderen, voelden zich een juffie in hart en nieren. Maar dat verdomde rekenen,” aldus de columnist (Vk 23.6.07). De redenering die op deze constatering volgt, is logisch gezien weer beneden de maat. Ze begint met de constatering dat slechts 75% van de eerstejaars pabostudenten de gewenste rekenkunsten op voldoende niveau vertoont. Vervolgens stelt ze dat het niveau daalt. Dat is onlogisch. Om van een daling te kunnen spreken, moet je de ‘75 procent’ kunnen vergelijken met oudere cijfers en die geeft Truijens niet. Daarna maakt ze in haar stuk de overstap van “daling van de rekenvaardigheid” naar “daling van het kennisniveau”. Vervolgens wordt zonder nadere toelichting het hele hbo gediskwalificeerd. De toevoeging ‘wellicht het hele hbo’ is slechts retoriek.
Truijens zelf vindt dat er met haar argumentatiestijl niets mis is. Dat blijkt als zij het over de voorzitter van de VO-raad en zijn “onnavolgbare lariekoek” heeft. Bobo “Slagter klinkt als een poelier die hartstochtelijk het vegetarisme propageert.” (Vk 3.11.07). Ook in een latere column wordt Slagter weggezet als onbetrouwbaar individu. “Slagter kroop eerst op schoot bij Van Bijsterveldt om daarna spoorslags de kant van het LAKS te kiezen. Hij schaart zich nu snel in het goede kamp” (Vk 19.1.07). Slagter beklaagt zich hierover, maar Truijens is zich van geen kwaad bewust (Vk 4.3.08):. “dat zie je vaker bij mensen met veel macht: ze verwarren kritiek met ad hominem-argumentatie.” Onderwijsvernieuwer Tabbers is volgens Truijens “een totalitaire denker, immuun voor elke kritiek” en die pruttelende tegenstanders wegzet als gevaarlijke reactionairen. “Tabbers kent maar één reflex op kritiek: verdachtmaking. Zij heeft geen boodschap aan argumenten.” (Vk 13.1.07) It takes one to know one?

© 2008 R.G.M. Ritzen