Kimman over het einde van het protestantisme

prof. dr. E. Kimman SJ / © 1992 R.G.M. Ritzen
Volgens prof. dr. Eduard Kimman SJ, de secretaris-generaal van de Nederlandse bisschoppenconferentie, heeft het protestantisme geen toekomst. “Er is weinig reden meer om nog protestants te zijn”, aldus Kimman in het binnenkort te verschijnen boek Achter de schermen van de PKN van Emiel Hakkenes.
“Ik betwijfel of het protestantisme 2017 haalt, 500 jaar na de Reformatie. Protestanten hebben onvoldoende gereageerd op de veranderingen in de katholieke kerk. En ze onderkennen onvoldoende de betekenis van een zichtbaar en globaal leiderschap, zoals van de paus”, gaat Eduard Kimman verder. “Protestanten verwijten ons wel eens starheid, maar dat kun je ook omdraaien. Ik zie de protestanten als een actiegroep die vergeten is zichzelf op te heffen, toen het doel was bereikt”, aldus de secretaris-generaal. “De rooms-katholieke kerk is veranderd, protestanten zouden moeten terugkeren naar de moederkerk. We hebben elkaar nodig, om samen de betekenis van Jezus Christus uit te dragen in onze ontkerstende samenleving.” De katholieke kerkhistoricus prof. Peter Nissen meent dat de uitspraken van de jezuïet Eduard Kimman een slechte bijdrage vormen aan het oecumenisch gesprek (Trouw, 26.3.08). “Dat vind ik temeer omdat die bijdrage komt van de secretaris van de bisschoppenconferentie - ook al is die net aan zijn laatste maanden bezig. Daardoor bestaat het gevaar dat sommigen zijn uitspraken kunnen beschouwen als een min of meer officieel standpunt van de Nederlandse bisschoppen.”
“Kimman stelt dat de rooms-katholieke kerk veranderd is en dat er daardoor geen redenen meer voor protestanten hoeven te zijn om zich niet weer aan te sluiten bij de rooms-katholieke kerk. Maar dat is natuurlijk maar helemaal de vraag", stelt Nissen, die als hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden is. “Voor een deel zijn de mistoestanden die in de 16e eeuw tot de Reformatie leidden, in de rooms-katholieke kerk inderdaad opgeheven, sommige overigens nog geen halve eeuw geleden, bij het Tweede Vaticaans Concilie”, aldus Nissen. “Maar ik kan me voorstellen dat er in de rooms-katholieke kerk nog genoeg overblijft voor een rechtgeaarde protestant om zich er niet thuis te voelen. Dat heeft zowel betrekking op aspecten van de leer, bijvoorbeeld onderdelen van de sacramentenleer, de Mariologie, het vagevuur, de voorspraak van de heiligen, de onfeilbaarheid van de paus, alsook op aspecten van de kerkorde, zoals de centralistische en hiërarchische structuur van de rooms-katholieke kerk.”
Het protestantisme afschilderen als een actiegroep die vergeten is zichzelf op te heffen, vindt Nissen getuigen van een miskenning van waar het in de 16e eeuw om te doen was. “Er was in de Reformatie meer aan de orde dan zomaar wat ‘bijstellingen’. Ik vind het ook getuigen van een gebrek aan respect voor de eigen aard van het protestantisme. En dat respect is, ook volgens Vaticanum II, een eerste vereiste voor het oecumenische streven. Het concilie zegt dat het gesprek animo benevolo (‘met welwillendheid’) gevoerd moet worden. Die welwillendheid vind ik evenmin terug in Kimmans uitspraak dat hij betwijfelt of het protestantisme 2017 wel haalt.”
Analyse. Kimmans feitelijke analyse vormt een slechte bijdrage aan het oecumenisch gesprek, meent Nissen. Of de analyse getuigt van weinig respect en het oecumenische gesprek niet ten goede komt, is volstrekt irrelevant. Kimman beschrijft een stand van zaken en op basis van die feitelijke analyse doet hij een voorspelling. Dat dit sommigen misschien in het verkeerde keelgat schiet, kan geen reden zijn om die analyse te diskwalificeren. De erudiete Kimman (econoom, ethicus, bedrijfskundige en begenadigd docent) kent overigens het protestantisme goed, want hij is (ook) als hoogleraar aan de protestants-christelijke Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam verbonden.

© 2008 R.G.M. Ritzen