Heertje en de vertekening van een standpunt

Volgens stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch moeten openbare scholen veel meer ruimte bieden aan religie, en dan vooral de islam. Gebruiken en feestdagen van moslims moeten worden gerespecteerd. “Het uitgangspunt moet zijn dat een moslimjongere in het openbaar onderwijs terecht kan zonder zijn religie te verloochenen”, aldus Marcouch (Parool, 7.6.08). Scholen zouden godsdienstles moeten laten geven als ouders daarom vragen. Volgens hem is dat beter dan dat kinderen Koranles krijgen in de moskee.
Dit schiet prof. Heertje in het verkeerde keelgat. “Ahmed Marcouch kondigde aan dat hij meer ruimte op openbare scholen wenst voor religie. Daarbij denkt hij vooral aan de islam. Niet alleen de evolutieleer moet aan de orde komen, doch ook het scheppingsverhaal. Het voorstel illustreert een enorm intellectueel tekort, omdat niet wordt duidelijk gemaakt, waarom humanistische, christelijke en joodse kinderen in het openbaar onderwijs verplicht moeten worden islamitische denkbeelden en religieuze uitingen te leren” (Rtlz, 11.6.08).
Maar wat stond er precies in het interview? Hieronder de letterlijke weergave:
Marcouch: Waarom stelt een openbare school geen klaslokaal voor godsdienstonderwijs beschikbaar als ouders dat willen? Dan haal je het weg uit de moskee.
Parool: Dat kan toch al?
Marcouch: Wettelijk wel, maar het wordt niet gedaan. Of bijna niet. Het is iets anders dan aandacht voor religies, zoals bij maatschappijleer. Het zou door een bevoegd docent moeten gebeuren.
Parool: Zijn er ook religieus geïnspireerde dingen waarvan u zegt: daar doen we niet aan mee? Bijvoorbeeld de verwerping van de evolutieleer?
Marcouch: Je kunt niet zeggen: ik wil niet dat mijn kind met homoseksualiteit in aanraking komt en dat soort zaken. Kennis van diversiteit hoort er bij, net als het scheppingsverhaal én de evolutieleer.
Marcouck wijst op het gevaar dat jongeren, die op zoek zijn naar hun religieuze identiteit in de fuik van een antidemocratische stroming belanden. En dan “moet je als overheid optreden.”
Analyse. Volgens Heertje is het voorstel van Marcouch slecht, omdat niet duidelijk gemaakt wordt, waarom humanistische, christelijke en joodse kinderen in het openbaar onderwijs verplicht moeten worden islamitische denkbeelden en religieuze uitingen te leren. Maar Marcouch maakt wel duidelijk waarom hij zijn mening heeft. In het godsdienstonderwijs in de moskee kunnen antidemocratische denkbeelden verkondigd worden en islamitische kinderen vluchten ‘uit nood’ naar islamitische scholen. Of de redenen goed zijn, is een andere vraag. Punt is dat Marcouch zijn standpunt wel degelijk motiveert. Kortom, Heertje vertekent het standpunt van Marcouch door het weglaten van bepaalde belangrijke passages uit het interview.

© 2008 R.G.M. Ritzen