Hirsch Ballin en het houtlosserdilemma

In het debat dat de Tweede Kamer aan de zaak Nekschot wijdde, viel de beschuldiging van politieke justitie. Minister Hirsch Ballin van Justitie stelde dat het Openbaar Ministerie zelfstandig had besloten tot het onderzoek. Hij voegde eraan toe dat het politieke inmenging was geweest wanneer hij het openbaar ministerie van het onderzoek had afgehouden.
Mark Rutte (VVD) meende dat Hirsch Ballin had moeten ingrijpen door het OM te vragen van vervolging af te zien. Maar dat is, zo merkte kamerlid Van Haemstra Buma (CDA) vervolgens op, zelf een vorm van politieke justitie.
Analyse. Hirsch Ballin wordt geconfronteerd met een Houtlosserdilemma. Als hij niet ingrijpt in de kwestie-Nekschot, dan wordt hem (o.a. door Rutte) verweten dat hij doet aan politieke justitie. Hij staat dan een ontoelaatbare inbreuk op de vrijheid van meningsuiting toe. Maar als hij wel ingrijpt (en het OM vraagt om van vervolging af te zien), dan kan men de minister verwijten, dat hij ….aan politiek justitie doet. Hij misbruikt dan zijn bevoegdheid ten behoeve van een christelijke moraal. Wat Hirsch Ballin ook doet, hij zit altijd fout.
Bijkomend punt is dat er onder juristen geen consensus bestaat. Volgens Peter Tak, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, doet Hirsch Ballin er onverstandig aan zich te bemoeien met de Gregorius Nekschot-affaire. “De minister moet zich niet met individuele zaken bezighouden, daar krijgt hij ellende mee. Het parlement zal denken: de minister geeft thuis. Het zal dus de volgende keer weer een beroep op hem doen” (VK, 22.5.08).
Ook Ybo Buruma (hoogleraar strafrecht) pleit voor terughoudendheid. De minister heeft weliswaar de bevoegdheid om zich met specifieke zaken te bemoeien, maar moet hij hierin terughoudend zijn. “Het OM moet zo neutraal mogelijk kunnen handelen”, meent Buruma. “De politieke overweging van de minister kan dit in het geding brengen” (VK, 22.5.08).
Maar Paul Cliteur, hoogleraar rechtsfilosofie, is een andere mening toegedaan. Hij meent dat een sturende hand van de minister van Justitie zelfs wenselijk is (HP/De Tijd, 30.5.08). Als de minister daarvan afziet, is “de keerzijde dat het OM niet meer democratisch gecontroleerd zou kunnen worden. En die controle vind ik het allerbelangrijkste.”
Kortom, geen consensus.

© 2008 R.G.M. Ritzen