Leeuw, Hilhorst en de vertekening van een standpunt

Onlangs werd Frans Leeuw hoogleraar aan de rechtenfaculteit in Maastricht. Hij laat in zijn oratie , die hij op 22 mei uitsprak, zien dat er in 2006 zo'n 400.000 maatregelen van bestuursrechtelijke en 500.000 maatregelen van strafrechtelijke aard getroffen werden. Zo’n 10.000 handhavers zijn doorgaans vruchteloos bezig met controleren. Zijn stelling: de overheid probeert ons gedrag wel te veranderen, maar ze begrijpt slecht waar ons gedrag uit voortkomt. Er is sprake van beleidshomeopathie: er is veel beleid, maar het werkt nauwelijks.
Het openbaar maken van topsalarissen is een voorbeeld van zo’n beleidshomeopathische maatregel om salarissen te matigen. Het gevolg van die maatregel is namelijk niet mensen hun eisen matigen, maar juist dat ze meer willen, omdat ze zich vergelijken met andere (lees: beter)verdieners.
Hilhorst gaat in zijn column in op de reden dat de overheid zo verknocht is aan beleidshomeopathie (VK, 27.5.08). Wat is de verleiding van dit simplisme? “Leeuw wijst op de stemmenwinst die politici kunnen boeken met nieuwe plannen en op het grotere budget dat ambtenaren ermee kunnen binnenslepen.
Hilhorst zet hier vraagtekens bij. Hij meent dat Leeuw de beleidsmakers daarmee reduceert tot kortzichtige egoïsten. “Ik geloof dat de verklaring eerder ligt in een tragische zelfoverschatting. Ze willen zo graag iets doen aan het verwerpelijke gedrag dat ze het geduld niet kunnen opbrengen om de oorsprong van dat gedrag te achterhalen. Ze willen ook geen begrip hebben voor die asociale burgers. Zo wordt voor hen het maken van een gebaar belangrijker dan het behalen van resultaat."
Analyse. Hilhorst vertekent het standpunt van Leeuw. De laatste wijst als verklaring namelijk ook op het imitatiegedrag (beleidsmakers nemen tools over government over van landen, waar Nederland zich mee vergelijkt) en de verkokering in het onderwijs en onderzoek (beleidsmakers worden eenzijdig opgeleid) en niet alleen op stemmenwinst.
Hilhorst wijst daarnaast Leeuws verklaring af: “Maar daarmee reduceert hij ook hen tot kortzichtige egoïsten.” De relevantie van die bewering is me niet duidelijk. Als de consequentie van Leeuws verklaring is dat beleidsmakers tot egoïsten gereduceerd worden, dan is dat gegeven in het geheel niet van belang voor Leeuws argumentatie. Het levert geen contradictie op met zijn eerdere of andere argumenten.
De conjunctie ‘maar’ duidt op een tegenstelling, maar een tegenstelling tussen wat? Hilhorst laat de lezer – mij in elk geval – op dit punt in het ongewisse.

© 2008 R.G.M. Ritzen