Mees en de vertekening van een standpunt (2)

In navolging van The New York Times-columnist Paul Krugman (12.5.08), ageert NRC-columnist Heleen Mees tegen de idee van een oliebubbel (16.5.08). Die bubbel, aldus Mees, is er niet. Zij vraagt zich net als Krugman af waarom ‘deskundigen’ blijven beweren dat de stijging van de olieprijs puur speculatief is? “In de eerste plaats is een aantal van hen erbij gebaat om de illusie in stand te houden dat de prijsstijging speculatief is en derhalve van korte duur zal zijn. Shell bijvoorbeeld wil zijn klanten graag een hoge prijs laten betalen aan de pomp zonder dat die klant gaat investeren in een zuiniger auto of een treinabonnement. Dan zou immers de vraag naar benzine dalen.”
In de tweede plaats spelen er volgens haar ook politieke motieven. Conservatieven houden nu eenmaal niet (of althans minder) van energiebesparing.
“Wie met een beetje realiteitszin de afgelopen periode overziet, kan alleen maar concluderen dat er een tijdperk is aangebroken van toenemende schaarste en dure olie.”
Analyse. Mees lijkt de column van Krugman te bespreken, want de opbouw van haar stuk en de inhoud van de alinea’s zijn nagenoeg dezelfde als die van de column van Krugman. Alleen de laatste vijf alinea’s zijn origineel. Bovendien haalt zij Krugman een aantal keren met naam en toenaam aan. Maar als zij z'n column had willen bespreken, dan vertekent zij zijn standpunt behoorlijk.
Wat schreef Krugman? “Why, then, do we keep hearing assertions that they are?
Part of the answer may be the undoubted fact that many people are now investing in oil futures — which feeds suspicion that speculators are running the show, even though there’s no good evidence that prices have gotten out of line.” Krugman beschrijft het gedrag van een aantal mensen; Mees wijst op het verdachte motief van de ‘deskundigen’.
Ook Krugman ziet een politiek motief. “Traditionally, denunciations of speculators come from the left of the political spectrum. In the case of oil prices, however, the most vociferous proponents of the view that it’s all the speculators’ fault have been conservatives — people whom you wouldn’t normally expect to see warning about the nefarious activities of investment banks and hedge funds.
The explanation of this seeming paradox is that wishful thinking has trumped pro-market ideology.” Krugman ontwaart ‘wishful thinking’; Mees stelt dat conservatieven niet (echt) van het besparen van energie houden.
Dat er sprake is van ‘wishful thinking’ blijkt volgens Krugman uit de situatie van de afgelopen jaren: “”after all, a realistic view of what’s happened over the past few years suggests that we’re heading into an era of increasingly scarce, costly oil.” Mees neemt die zinsnede zowat exact over: “wie met een beetje realiteitszin de afgelopen periode overziet, kan alleen maar concluderen dat er een tijdperk is aangebroken van toenemende schaarste en dure olie.” Maar Krugman ondersteunt met deze bewering zijn kritiek op de conservatieven. Mees gebruikt deze zinsnede daarentegen als een conclusie die uit haar hele stuk volgt.
Ook hier zien we weer een verschil: tegenover Krugmans ‘…suggest…’ staat Mees’ ‘…kan alleen maar concluderen…’.
We kunnen concluderen dat Mees, indien het haar intentie was om Krugmans column te bespreken, zijn standpunt echt volledig verkeerd heeft weergegeven. Indien het niet haar intentie was om zijn stuk te bespreken, dan had ze een originele column moeten schrijven in plaats het herkauwen van Krugmans column.

© 2008 R.G.M. Ritzen