Mevis en de Revisie

De revisieraad is verkeerd signaal, meent prof. Mevis (EUR). Hij reageert op een advertentie in de Volkskrant (27.5.75) waarin wetenschappers een pleidooi houden voor de instelling van een Revisieraad die afgesloten strafzaken moet kunnen onderzoeken om te bezien of daarin fouten zijn gemaakt.
“De initiatiefnemers kiezen echter de verkeerde weg. Revisie betreft het openbreken van rechterlijke beslissingen, nadat die zijn genomen. Daarmee spant men het paard achter de wagen. Rechterlijke beslissingen moeten niet pas daarna worden onderzocht. De rechter moet veel meer worden aangezet pas te beslissen nadat hij onderzocht heeft.”
In de zaak Lucia de B. heeft het meer binnen het bestaande systeem uitgevoerde onderzoek van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad pas werkelijk de knelpunten boven tafel gehaald, en niet het onderzoek van de daarbuiten staande CEAS.”
De Hond en Derksen zijn zeer verbaasd over de kritiek van Mevis. De zaak Lucia de B. is volgens het tweetal juist geen onafhanklijk voorbeeld van hoe het moet. “Dit is de gotspe van het jaar: nadat drie rechters, drie raadsheren, vijf Hoge Raadsheren in cassatie gefaald hebben, nadat anderhalf jaar onderzoek van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken snuivend terzijde is geschoven, zal nu, na acht maanden onderzoek, genoemd parket een herzieningsaanvraag indienen. Deze aanvraag is inmiddels uitgesteld. Vreest het parket dat zijn novum niet door de HR aanvaard zal worden? Bij een herzieningsaanvraag gaat het om fouten in waarheidsvinding. Alles dat zo'n soort fout plausibel maakt, hoort een novum te zijn!”
Analyse. Dat Lucia de B. veroordeeld werd binnen het bestaande rechtssysteem, is een feit. Dat de zaak weer aan het rollen kwam, is het gevolg van de niet aflatende bemoeienis van de arts De No en de hoogleraren Derksen en Gill. Zonder de bemoeienis van deze personen zou Lucia de B. gewoon haar straf uitzitten.
Toch heeft Mevis ook geen ongelijk als hij zegt dat de advocaat-generaal en niet het onderzoek van de CEAS de werkelijke knelpunten boven tafel heeft gehaald.
Waar het in deze discussie omdraait, is de causale keten. Mevis concentreert zich op één onderdeel van die keten, namelijk het onderzoek van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Maar de causale keten is veel langer: voorafgaande aan het onderzoek van de advocaat-generaal, was er het rapport van de CEAS. En voorafgaande aan dat rapport, was er de bemoeienis van de genoemde drie. Als men de onderdelen van keten die losstaan van het rechtsysteem weglaat, komt men niet uit bij de vrijlating van Lucia de B.

© 2008 R.G.M. Ritzen