Lucia de B. (1)

Op 2 november 2007 verscheen in het NRC de volgende advertentie:

Lucia de Berk is tot levenslang veroordeeld voor zeven moorden en drie moordpogingen. De sterfgevallen konden volgens de deskundigen afzonderlijk bezien allemaal een natuurlijk dood zijn geweest en waren ook eerst als zodanig opgegeven.
Dat Lucia ‘zo vaak’ aanwezig was bij een sterfgeval vond het ziekenhuis verdacht. Er is geen getuige, geen bewijs, geen bekentenis; wel beeldvorming door angst en achterklap. Volgens het hof is slechts één ‘moord’ wettig en overtuigend bewezen, de rest volgt via de schakelconstructie. Het zou bij deze ene ‘moord’ om een digoxinevergiftiging gaan. Volgens toonaangevende experts echter is digoxinevergiftiging uitgesloten.
De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken stelt dat als het gerechtshof dat had geweten, vrijspraak voor alle 10 gevallen had kunnen volgen. Haar rapport concludeert ook dat er sprake is geweest van: onvolledigheid en fouten bij het statistisch onderzoek; onvolledigheid bij het geven van medische informatie; coaching van politie door het ziekenhuis; onjuistheden bij de testmethodes van de digoxine; keuze van deskundigen op basis van persoonlijke bekendheid en niet op basis van deskundigheid en het niet open staan voor alternatieve scenario’s.
De commissie spreekt van onderbuikgevoel. Toch is heropening nog niet aan de orde: er zal eerst nog wéér een onderzoek plaatsvinden. Lucia zit momenteel voor het zevende jaar in de gevangenis.

De ondertekenaars van de petitie hopen de zaak ‘Lucia de B.’ heropend te krijgen. Ze zijn voor het overgrote deel niet afkomstig uit een juridische discipline en hebben geen van alle kennis genomen van het dossier, aldus prof. Van Maanen (hoogleraar recht UM). Ze beschikken niet over de juridische deskundigheid om de procedure te kunnen beoordelen. Zijn collega in Maastricht, prof. Van Koppen, (dis)kwalificeert de ondertekenaars als slecht geïnformeerde burgers.
Onjuist, meent rechtsfilosoof Kaptein (UL). “Zonder feiten geen recht. Dat was en is het probleem in de zaak van Lucia de B. De kernvraag is (wederom): strekken betrouwbare gegevens uit het verleden, al dan niet in het licht van the state of the art van forensische wetenschap, tot haar veroordeling? Nee.” Volgens Van Maanen kan niemand over het bewijs in deze zaak oordelen zonder het hele dossier te kennen, maar Kaptein vindt dat juridische en wetenschappelijke onzin. “Uit een behoorlijke rechterlijke motivering, met verwijzing naar feiten ter zake, moet zonder meer kunnen blijken of het aangevoerde bewijs aannemelijk is. Anders is het geen goede motivering en dat is precies het probleem in de zaak van Lucia de B. Van Maanens vermeende wetenschap dat niemand van de ondertekenaren kennis heeft genomen van het hele dossier doet er nu niet meer toe.” (…) “Nogal wat niet-juristen (onder wie nogal wat ondertekenaren) zijn namelijk wél goed opgeleid in vaststelling van feiten, toepassing van statistiek en de logica van bewijs, en daarom ging en gaat het hier. Niet om juristerij.”
Analyse. Er worden twee claims gemaakt. De ene betreft de kennis van het dossier. Van Maanen meent dat je het hele dossier moet kennen om een oordeel te kunnen geven over de zaak Lucia de B. Kaptein meent dat je mag volstaan met kennis van de motivering. De andere claim betreft de vraag of en in welke mate men juridisch geschoold moet zijn om een oordeel te kunnen vellen over de zaak Lucia de B.
Eerst de eerste claim: moet je het hele dossier kennen of is het redelijk om af te gaan op de conclusies van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS)? Die instantie had namelijk wel toegang tot het dossier. Van Maanen had echter dan ook moeten aantonen dat die kennis daadwerkelijk een ander licht op de zaak werpt. Nu beperkt hij zich echter tot een verdachtmaking (ze kennen het dossier niet), zonder aannemelijk te maken waarom men zich niet kan beperken tot de motivering van het arrest.
De tweede claim betreft de vraag of men juridisch geschoold moet zijn. Van Maanen meent van wel, maar de vraag is dan wat mensen moeten beoordelen. Gaat het echt om de inhoudelijke motivatie van de rechter of om het beoordelen van de wijze waarop specialistische kennis in de rechtbank gebruikt is bij het vonnis. Feitelijk gaat de discussie over dat laatste punt. En dat onderzoek is al uitgevoerd door de CEAS, met buitengewoon harde opmerkingen.

© 2008 R.G.M. Ritzen