Pleij, Melching, Mak & In Europa

Kort na de eerste aflevering van Maks tv-programma meldden de eerste critici zich. Eén van hen, prof. Melching, liet weten dat het programma vol fouten zat. Na afloop van de eerste reeks zei hij dat ze bij In Europa geen goede grip hebben gekregen op het onderwerp dat ze behandelen. “Ze stellen de werkelijkheid heel simplistisch voor.” (VK, 11.3.08). Zo werd in de uitzending verwezen naar de bewering dat Mussolini aan de macht kwam door de lange mars op Rome. Fout, meent Melching, want “het is al heel lang bekend dat die mars nooit plaatsvond.”
Een andere historicus, prof. dr. Herman Pleij, stoort zich op zijn beurt weer aan deze kritiek (Trouw, 1.3.08). “Dat was echt de universiteit op zijn smalst. De hooghartigheid waarmee dat werd afgeserveerd werd: alsof dat programma helemaal niks voorstelt. Dat is gewoon gelogen! Ja, er zaten wat slordigheden en dommigheden in. Daar zullen ze nu extra goed op letten. Maar je mag zó blij zijn met iemand als Mak. Er kijken iedere week bijna een miljoen mensen naar dat programma. Zijn die nou gek? Nee hoor.”
Analyse. Pleij baseert zijn conclusie '(1). De kritiek is hooghartig' op een viertal premissen:
(2). Er zitten wat slordigheden in.
(3). Die zullen in de toekomst minder voorkomen.
(4). Het programma heeft wekelijks één miljoen kijkers.
(5). Die (miljoen) kijkers zijn niet gek.
De relatie tussen de conclusie (1) enerzijds en premissen (2) en (3) anderzijds is helder. Met de tweede premisse wordt de conclusie (‘de kritiek is hooghartig’) argumentatief gezien relevant onderbouwd, nog los van de vraag of de tweede premisse inhoudelijk ook klopt (maar deze site gaat niet over de waarheid). De derde premisse ondersteunt de tweede premissie in de zin dat de slordigheden niet dermate fundamenteel van aard is dat de makers geen grip op het materiaal (kunnen) krijgen (en dat het enkel om slordigheidjes gaat). Het punt is echter wel dat Pleij met de premisse (3) de bewijslast ontduikt. In de toekomst zal dan moeten blijken in welke mate de serie nog slordigheden bevat. De term ‘slordigheden’ is overigens onvoldoende bepaald of is zelfs onderbepaald in de zin dat het niet gedefinieerd is wanneer er nu sprake is van een aflevering die vrij is van slordigheden. (De critici van Melching meenden dat hij zijn oordeel moest uitstellen na afloop van de (eerste) serie. Dat heeft hij gedaan, maar nu wordt er – in dit geval door Pleij - weer verwezen naar de toekomst.)
De premissen (4) & (5) ondersteunen eveneens de conclusie (1). Ze wijzen in de richting van de conclusie: de kritiek van Maks critici is hooghartig, maar een miljoen mensen zet je niet zomaar op het verkeerde been. Van een argumentum ad populum is geen sprake aangezien premisse (5) is toegevoegd: de miljoen kijkers zijn ter zake kundig. Of dat in werkelijkheid ook zo is, valt buiten het kader van de logische analyse.

© 2008 R.G.M. Ritzen