Roeters en de verwisseling van relatieve en absolute maatstaven

Volgens de inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs, Annette Roeters, is het “voor het eerst dat zo duidelijk blijkt” dat het niveau in basisvaardigheden zakt (NRC, 20.5.08). “Uit de laatste editie van het onderwijsonderzoek van de OESO, PISA, blijkt dat de voorsprong van Nederland op andere landen kleiner geworden is.” We doen het nog steeds heel goed, maar de trend is onmiskenbaar, aldus Roeters.
Analyse. Als de voorsprong op andere landen kleiner wordt, kan dat drie dingen betekenen.
1. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs stijgt, maar de kwaliteit in het buitenland stijgt harder.
2. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs blijft constant, maar de kwaliteit in het buitenland stijgt.
3. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs daalt, maar de kwaliteit in het buitenland stijgt.
4. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs daalt, maar de kwaliteit in het buitenland blijft constant.
5. De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs daalt harder dan in het buitenland.
Roeters leidt uit een relatieve maatstaf – de vergelijking tussen Nederland en het buitenland - een absoluut oordeel af, namelijk dat de kwaliteit daalt. Dat is onjuist. Vergelijk het met auto’s. Technisch gezien zijn alle auto’s de afgelopen dertig jaar beter geworden. Japanse auto’s hebben echter iets minder technische mankementen dan Europese auto’s (die op hun beurt iets veiliger zijn dan Japanse auto’s). De conclusie is dan niet dat Europese auto’s technisch slechter geworden zijn.
(Wordt vervolgd.)

© 2008 R.G.M. Ritzen