Spong over Wilders & leugens

Spong is weinig gecharmeerd van het optreden van Wilders tijdens het kamerdebat over de film Fitna (Radio 1 om 9.15, 10.4.08). Wilders noemde de regering leugenaars, omdat Hirsch Balin zei dat Wilders enkele maanden voor het verschijnen van de film Fitna aan hem had verteld wat de inhoud van zijn film was. Wilders ontkende in alle toonaarden, ook nadat Hirsch Balin wapperde met een verslag van het bewuste gesprek.
De kamer liet de zaak rusten, omdat elk woord dat aan deze zaak besteed zou worden, Wilders alleen maar in de kaart zou spelen.
“Een gemiste kans én een zwaktebod”, meende de bekendste strafpleiter van Nederland, Gerard Spong. “Door de beschuldiging neemt het vertrouwen in de rechtsstaat af, want dertig procent van de Nederlandse bevolking gelooft Wilders.” En zelf was hij ervan overtuigd dat de Nederlandse regering niet gelogen had.
Analyse. Spong maakt zich schuldig twee redeneerfouten.
1. Na elkaar dus door elkaar. Dat door Wilders’ beschuldiging het vertrouwen in de rechtsstaat afneemt, zou blijken uit de dertig procent van de Nederlandse bevolking, die Wilders gelooft. (Dat betekent niet dat de rest de regering gelooft; het overgrote deel weet niet wie liegt). Het kan ook zijn dat Wilders geloofd wordt, omdat het vertrouwen in de rechtsstaat is afgenomen.
2. Het ontduiken van de bewijslast. De enige reden dat Spong de Nederlandse regering gelooft, is dat hij ervan overtuigd is dat de Nederlandse regering niet gelogen heeft. Met evenveel recht kan iemand de overtuiging hebben dat de Nederlandse regering wel gelogen heeft.

© 2008 R.G.M. Ritzen