Storms, Kelder en de inconsistentie

Pieter Storms, bekend van het televisieprogramma Breekijzer, maakte in het programma Pauw & Witteman (2.5.08, vanaf 17:45) een merkwaardige opmerking: hij verweet Jort Kelder dat deze zich niet realiseerde hoe zwaar hij Nina Brink gekwetst had. (In Kelders blad Quote stond een regel over Brinks speciale voorkeuren tussen de lakens.)
Of deze opmerking wel of niet terecht is, laat ik nu buiten beschouwing. Ik wil niet aantonen dat Storms’ verwijt aan het adres van Kelder onterecht of onjuist is, omdat Storms een hypocriet is. Wel wil ik aantonen dat hij Kelder beoordeelt aan de hand van maatstaven die hij zelf meer dan eens overtreedt. Er is dan sprake van een inconsistentie. In het alledaagse taalgebruik zeggen we dan dat Storms een hypocriet is.
Wat is er mis met Storms? We laten de Hoge Raad aan het woord. In de zaak IPA/Storms Factory (NJ 2004/80) ging het om een verzekeraar en hulpverleningsorganisatie IPA die de repatriëring van zieke reizigers die een reisverzekering hadden afgesloten, moest regelen. De familie Thijssen had zo’n reisverzekering. De heer Thijssen kreeg tijdens zijn vakantie in Cannes op 8 juni 2000 een ernstig hartinfarct en werd opgenomen in een ziekenhuis. Vervolgens werd hij naar Nederland overgebracht. Op het moment dat die repatriëring plaatsvond, bleek er in de ziekenhuizen rond de woonplaats van Thijssen geen bed vrij te zijn. Hij werd daarom met toestemming van de verzekeraar overgebracht naar een ziekenhuis in Antwerpen. Zijn toestand verslechterde door het transport naar dat ziekenhuis. Op 21 augustus was hij dermate opgeknapt, dat hij naar Nederland kon worden overgebracht. De Belgische arts maakte echter een fout. Hij gaf de indicatie ‘verpleeghuis’ af en daardoor kon IPA niet meer bemiddelen om de eenvoudige reden dat ziekenhuizen in Nederland geen patiënten opnemen met die indicatie. Mevrouw Thijssen schakelde op 24 augustus Storms in. Deze trok vier dagen later met zijn strijdwagen (inclusief een cameraploeg) ten strijde tegen IPA. Dat leverde de bekende schermutselingen en onverhoedse confrontatie met de directie op. (Directie moest meteen antwoorden, wist niet goed waar de zaak precies overging, werd beschuldigd... kortom, het gebruikelijke riedeltje). De directeur vroeg uitstel om de zaak te bestuderen. In een telefonisch contact op 29 augustus tussen IPA en Storms, legde Niessen, de directeur van IPA, uit dat de plaatsing in een verpleeghuis niet de verantwoordelijkheid is van IPA, maar van de ziektekostenassuradeur. Hij wilde wel aan een uitzending meewerken mits hij het standpunt van IPA mocht toelichten. Twee dagen later vond de tweede opname plaats, waarin Niessen trachtte aan het woord te komen. Tevergeefs. Hij werd voor de camera door Storms afgedroogd.
Niessen meldde zich vervolgens bij de rechtbank en wilde een uitzendverbod. De rechtbank stelde hem in het gelijk en verbood de uitzending van de opnamen van 28 en 31 augustus. De rechtbank was hierover heel duidelijk: in het tweede gesprek viel Storms Niessen stelselmatig in de rede en het was naar de waarneming van de rechter niet een gesprek waarin Storms serieus geïnteresseerd leek in het antwoord op door hem gestelde vragen of in het standpunt van Niessen c.s. Van hoor en wederhoor was helemaal geen sprake, aldus de rechtbank. Storms ging vierkant achter Thijssen staan, zonder zelf nader onderzoek te doen.
Wat bleek vervolgens ook nog? IPA had veel meer gedaan dan ze ‘rechtens verplicht’ waren en ze hadden mevrouw Thijssen – anders dan zij beweerde – wel degelijk op de hoogte gehouden.
Storms ging in beroep en probeerde via de uitingsvrijheid alsnog zijn gelijk te halen. Zowel het hof als de Hoge Raad lieten het oordeel van de rechtbank in stand. “Bij afweging van al de geschetste feiten en omstandigheden, is het hof van oordeel dat de belangen van Niessen en IPA om gevrijwaard te blijven van aantasting van hun zakelijke reputatie in dit geval zwaarder wegen dan het belang van de uitingsvrijheid van The Storms Factory. Die omstandigheden laten zich als volgt samenvatten. De opnamen in hun geheel wekken door de gedane uitlatingen en het confronterende, tumultueuze situaties oproepende gedrag van Storms bij het grote publiek dat van de televisieuitzending kennis neemt, de suggestie van grof tekortschieten en onfatsoenlijk optreden van IPA, waarvan de naam wordt genoemd, en van haar directeur, die met naam en toenaam en herkenbaar in beeld wordt gebracht. Mede vanwege de indringendheid van het medium televisie tast uitzending van deze opnamen de zakelijke reputatie van Niessen en IPA in ernstige mate aan. Van enige fout of misstand aan de zijde van IPA en haar directeur is voorshands op geen enkele wijze gebleken en beschuldigingen aan hun adres vinden geen steun in de feiten, hetgeen Storms en The Storms Factory hadden kunnen en moeten weten. De ‘overvaltechniek’ en het gedrag van Storms hebben Niessen en IPA niet op enigszins serieuze wijze de gelegenheid gegeven op vragen van Storms hun standpunt naar voren te brengen. Enig publiek belang dat de handelwijze van Storms en The Storms Factory zou kunnen rechtvaardigen is voorshands niet aannemelijk geworden. IPA en Niessen hebben geen toestemming tot uitzending van de opnamen gegeven. In deze omstandigheden handelt The Storms Factory jegens IPA en Niessen onrechtmatig door de gewraakte opnamen te doen uitzenden.”
Van enig verwijt van laksheid of incorrect optreden aan IPA en haar directeur was naar objectieve maatstaven geen sprake. Storms kreeg dus noch van de rechtbank, noch van het hof en noch van de Hoge Raad gelijk. Ook werd tussen de regels duidelijk dat Storms geen journalist is.
Was dit een incident? Nee. Dat blijkt uit een andere rechtzaak. Een eenentwintigjarige student werd aangesproken door een man die zei dat hij voor de televisie werkte. Vanaf dat moment werd er gefilmd. Hij vroeg aan de jongenman of hij even wilde meekomen. Samen stapten ze een grote caravan binnen en daar werd hij voorgesteld aan een vrouw. Dat bleek zijn moeder te zijn, die 18 jaar geleden haar gezin had verlaten en vervolgens nooit meer iets van zich had laten horen.
De student maakte meteen duidelijk dat hij na 18 jaar geen boodschap meer had aan die vrouw. Hij wilde ook niet meewerken aan het programma en hij wilde al helemaal niet op televisie met dit pijnlijke dieptepunt in zijn leven. Daar had de directeur van bedrijf die dit programma produceerde, geen boodschap aan. Nadat de student dreigde met een rechtzaak, bond de directeur van dat bedrijg - inderdaad: Pieter Storms - aanvankelijk in. De zaak zou niet worden uitgezonden. De student wilde dit op papier hebben, maar dat wilde Storms weer niet. De student spande alsnog een kort geding aan.
In de rechtbank probeerde Storms zich eruit te redden door te stellen dat de student vrijwillig was meegegaan en verder hield hij een leuterverhaal over de vrijheid van meningsuiting. Juridisch ligt dat uiteraard wat gecompliceerder, maar dit terzijde. Daarom mocht dit programma worden uitgezonden. De rechtbank ging – uiteraard - niet mee met die kletspraat. (Rechtbank Amsterdam 28.11.1996, KG 1996/381).
En wat verweet Storms Kelder? Of hij zich wel realiseerde hoe zwaar hij Nina Brink gekwetst had? Een terechte vraag, maar Storms zelf deinst er niet voor terug om een jongen na 18 jaar ongewild en onverwacht te confronteren met zijn natuurlijke moeder. Realiseerde Storms zich echt niet wat hij zo’n jongen aandeed? Die moest de rechter erbij halen om te voorkomen dat Storms over hem heen walste. Ook Niessen, die meer deed dan hij verplicht was, moest de rechter erbij halen, omdat Storms zijn huiswerk niet gedaan had. En Storms? Die probeerde over de rug van de grondwet en het EVRM zijn gelijk te halen.
Conclusie. Storms mag Kelder verwijten onzorgvuldig te zijn, maar hij is inconsistent in de zin dat hij anderen (Kelder) maatstaven oplegt die hij zelf willens en wetens meer dan eens overtreedt. Kortom, een buitengewoon hypocriet mannetje.