Tonkens en de persoonlijke aanval

Goedkope kinderopvang heet plotseling luxe bij dit kabinet. We zouden wel gek zijn deze idiotie te pikken. Of dit voornemen van tafel, of de regering.” Deze straffe woorden zijn afkomstig van het voormalig kamerlid prof. Tonkens (VK, 30.4.08). Gratis kinderopvang was een briljant idee van Wouter Bos twee jaar geleden. Het bevordert de arbeidsparticipatie van vrouwen, het voorkomt taal- en ontwikkelingsachterstanden van allochtone kinderen, het leidt tot een betere menging van allochtone en autochtone kinderen, het bevordert vrouwen aan de top en het leidt tot minder personeelstekort in de zorg en onderwijs, aldus Tonkens. “Natuurlijk is gratis kinderopvang voor al die problemen geen zaligmakende oplossing, maar het kan wel een forse bijdrage leveren. Gratis werd de kinderopvang in dit kabinet niet, maar kosten zijn voor ouders wel aanzienlijk verlaagd. Door hogere overheidsuitgaven en een verplichte bijdrage van werkgevers.”
De kinderopvang is inderdaad een groot succes, schrijft Tonkens: “het aantal kinderen in de opvang is sinds 2004 bijna verdubbeld (van 393.000 naar 625.000). Ook zijn moeders veel meer gaan werken: inmiddels heeft tweederde van hen een baan.”
Maar het applaus is nog maar nauwelijks verstomd, of de regering heeft besloten fors te gaan bezuinigen op kinderopvang. Niet gehinderd door een geheugen bezigt de regering ineens hele andere redeneringen. Goedkope kinderopvang heet plotseling luxe. Er in snijden is geen bezuiniging maar slechts rem van de groei. En de regering betwijfelt plots of er wel een relatie bestaat tussen goedkope kinderopvang en arbeidsparticipatie. Natuurlijk is die relatie er. De regering gaat toch niet beweren dat het toeval is dat zowel het gebruik van kinderopvang als de arbeidsparticipatie zo gegroeid zijn sinds de kinderopvang zoveel goedkoper is? Voor 10 procent van de werkende moeders vormen de kosten van kinderopvang nog steeds een belemmering om te gaan werken, constateerde het Centraal Bureau voor de Statistiek.”
Dat zijn, zo rekent Tonkens voor, 150.000 mensen – circa tweehonderd maal het lerarentekort van 790 voltijders. “Natuurlijk zijn de kosten van kinderopvang niet de enige factor in het besluit om (meer) te gaan werken, maar een belangrijke factor zijn ze zeker.”
Er schuilt geen visie achter het regeringsvoornemen om de kosten voor kinderopvang zo snel alweer te verhogen. Er is enkel paniek over de begroting. Het is volgens haar dan ook onmogelijk politici die zo extreem zwalken nog serieus te nemen. "Bos en in zijn kielzog de PvdA tonen zich hier geen politici, maar psychiatrische patiënten. Hun gedrag duidt op het Borderline-syndroom. Borderliners gedragen zich uiterst grillig. Ze zwenken en zwalken. Onvoorspelbaar en onbetrouwbaar zijn ze. Het ene moment omarmen ze iets, het volgende moment werpen ze hetzelfde verre van zich.”
Analyse. Volgens Tonkens is er sprake van blinde paniek. Dat roept de vraag op waar de borderliners zich druk overmaken. Volgens de Volkskrant is er dit jaar al een overschrijding van bijna een half miljard en dat tekort loopt in 2011 op tot 1,5 miljard euro indien er geen maatregelen getroffen worden. Bovendien gaat niet de hele gratis kinderopvang op de schop, maar wordt de subsidie verminderd voor inkomens boven de 45.000 euro (anderhalf keer modaal). Tonkens had ook deze cijfers kunnen opnemen in haar betoog. In plaats daarvan beperkt zij de weergave van haar tegenstanders tot ‘blinde paniek om niets door borderliners’. Kortom, een persoonlijke aanval.
Naschrift. Later schreef prof. Verbon ook een stuk over deze problematiek (Trouw, 23.5.08). Wat Evelien Tonkens niet lukt, lukt Harrie Verbon wel: een zakelijke en adequate analyse van de problematiek zonder kunstgrepen. Dat kan dus ook.
Zie ook: Tonkens (2).