Truijens versus Slagter

In haar column in de Volkskrant uit Truijens kritiek op Slagter (VK, 19.2.08).
“Het is bobo Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad (de raad voor het voortgezet onderwijs), die nu glimlachend de overwinning naar zich toe trekt. Want kijk, Slagter is het natuurlijk helemaal eens met de conclusies van Dijsselbloem. De schuld ligt volledig bij de overheid! Gemakshalve vat hij de aanbevelingen van de commissie samen als ‘alle zeggenschap terug naar de scholen’. Net als bij de discussie over de 1.040-norm, waarbij Slagter eerst op schoot kroop bij Van Bijsterveldt om daarna spoorslags de kant van het LAKS te kiezen, schaart hij zich nu snel in het goede kamp.
Het was Slagter die in interviews orakelde dat vakkennis achterhaald was in onze 'postmoderne' tijd met 'polyvalente' waarden. Hij verkondigde dan ook de afgelopen dagen in de media dat er met de vernieuwingen niks mis was; het falen zat hem in 'de regeltjes'.”
Slagter reageert een dikke week later. “Columnist zijn heeft - in vergelijking met het ministerschap - zo zijn voordelen, erkende minister Plasterk laatst in een interview bij Buitenhof: je kunt ongenuanceerd je mening geven en desgewenst eens flink op de persoon spelen. Dat laatste doet Aleid Truijens in haar column van vorige week dan ook ongegeneerd. Zij haalt uit naar ‘onderwijsbobo Sjoerd Slagter’ en adviseert minister Plasterk ‘driest’’ tegen hem op te treden.”
“We leven in een low trust-samenleving. Wantrouwen beheerst en structureert de sociale verhoudingen. Bewindslieden, politici en journalisten die uit politiek belang of sensatiezucht een sfeer van wantrouwen in het onderwijs importeren, geledingen tegen elkaar opzetten en bestaande tegenstellingen uitvergroten, bewijzen het onderwijs, docenten en uiteindelijk ook de leerling een slechte dienst.Het wordt tijd dat de politiek en de journalistiek zich bewust worden van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.”
Truijens is zich van geen kwaad bewust (VK, 4.3.08). “In plaats van verantwoording af te leggen voor zijn rol in dit drama, onderschreef Slagter de conclusies van de commissie. Ik sprak daarover op 19 januari mijn verbazing uit. Slagter typeerde vervolgens mijn kritiek als ‘op de persoon spelen’. Grappig, dat zie je vaker bij mensen met veel macht: ze verwarren kritiek met ad hominem-argumentatie. Slagter vroeg mij als journalist me bewust te worden van mijn ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid’ en benadrukte het belang van wederzijds vertrouwen van schoolleiders, docenten en leerlingen.”
“Als journalist ben ik me welbewust van mijn taak: mensen die bekleed zijn met macht kritisch te volgen, vooral als zij verantwoordelijk zijn voor andermans kinderen en gemeenschapsgeld. ‘Personen’ interesseren mij daarbij niet; ik ken Slagter niet, het gaat mij om wat hij zegt en doet, en de tegenstrijdigheden daarin.”
“Dat, zoals de commissie-Dijsselbloem aantoont, het onderlinge vertrouwen is beschaamd - dat van docenten in de besturen, dat van ouders in de scholen - is mijn schuld niet. Zo ver strekt de invloed van een hofnar niet. Ik zou het, als moeder van schoolgaande kinderen, prachtig vinden als de partijen elkaar weer blindelings konden vertrouwen.”
Analyse. Was er sprake van kritiek of van een ad hominem-argumentatie? De zinsnede ‘Slagter kroop eerst op schoot kroop bij Van Bijsterveldt om daarna spoorslags de kant van het LAKS te kiezen, schaart hij zich nu snel in het goede kamp’ is duidelijk. Er is sprake van een ad hominem argumentatie: Slagter is onbetrouwbaar individu.
Maar Slagter gaat zelf ook niet vrijuit als hij stelt dat journalisten uit politiek belang of sensatiezucht een sfeer van wantrouwen in het onderwijs importeren, geledingen tegen elkaar opzetten en bestaande tegenstellingen uitvergroten. Volgens Slagter wordt het tijd dat de politiek en de journalistiek zich bewust worden van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hij spreekt weliswaar Truijens niet rechtstreeks aan, maar het is duidelijk dat hij - onder meer - haar op het oog heeft.

© 2008 R.G.M. Ritzen